Een scherp oordeel

Heeft de verloedering in een klein deel van de advocatuur nu ook het Openbaar Ministerie (OM) bereikt? Het is een cynische vraag die zich opdringt na het schokkende tussenvonnis vandaag van de rechtbank van Amsterdam. Een zware strafzaak tegen 22 leden van de suspecte motorclub Hells Angels is door ernstige beroepsfouten van het OM voortijdig beëindigd.

De staat blijkt honderden vertrouwelijke gesprekken tussen verdachten en hun raadsman jarenlang te hebben afgeluisterd en vervolgens ook te hebben gebruikt voor het politieonderzoek. Dit is een ernstige fout waar de rechtbank terecht de zwaarste conclusie aan heeft verbonden. De integriteit van het strafproces zelf is geschonden en daarmee het vertrouwen van de burger. Het recht op een eerlijk proces houdt immers ook in dat een verdachte vertrouwelijk met zijn advocaat mag overleggen.

Na de incidentele advocaat, die zijn processuele rol in het strafproces verwisselt voor die van criminele dienstverlener, hebben we nu dus de officier van justitie als ‘crime-fighter’, die zichzelf knock-out slaat. Althans daar lijkt het op. Wordt hier een prijs betaald voor het terugdringen van de rechter-commissaris uit het gerechtelijk vooronderzoek? Feit is dat de laatste jaren de officier van justitie steeds directer betrokken is geraakt bij het politieonderzoek. De officier is er partijdiger door geworden en minder ‘magistratelijk’: meer gericht op eigen resultaat en minder op waarheidsvinding. Kennelijk worden er door het OM meer risico’s genomen, inclusief heel domme. Dat vraagt om een koele blik van de rechter, die vanochtend ruimschoots aanwezig bleek. Ook vervolging van verdachten van dit kaliber hoort te wijken, als het grotere goed van een integer strafproces moet worden beschermd.

Naar de reden van de laakbare inbreuk op het verschoningsrecht van de betrokken advocaten blijft het raden. Houdt het verband met afnemend respect bij de staat voor ook andere erkende geheimhouders zoals notarissen, artsen en journalisten? Het afnemende gewicht überhaupt van privacy, dat de staat in toenemende mate ziet als schuilplaats voor onrecht?

Eerder was al een uniek schouwspel in de rechtszaal te zien van de verantwoordelijke officier die fouten erkende, maar zich overigens verrassend weinig concreets wist te herinneren. Nota bene de rechercheleiding drong erop aan het dossier tijdig te zuiveren van de vertrouwelijke advocatentapes. De rechtbank tilt terecht zeer zwaar aan deze beroepsfout. „Deze kwestie (..) raakt het vertrouwen in de rechtspleging in zijn geheel”, aldus het vonnis.

Daarmee maken de Amsterdamse rechters er een nationale kwestie van. Zelden is het OM zo scherp door de rechter terechtgewezen. Zo’n vonnis vereist een reactie van de staat die verder gaat dan de strafzaak tegen deze Hells Angels. Wat is er mis bij het Openbaar Ministerie?