Beveiligingsbranche straks groter dan politie

Nederland telt evenveel particuliere beveiligers als politiemensen op straat. Drang en dwang komen in privéhanden, waarschuwt bestuurskundige Ronald Van Steden.

Ronald van Steden. Foto Jørgen Krielen © Jorgen Krielen / Amsterdam, 18-12-2007 / Ronald van Steden. gepromoveerd op de particuliere beveiligingsbranche Krielen, Jorgen

‘Die pet past ons allemaal’. Ooit moest die slagzin Nederland ervan doordringen dat niet alleen dienders, maar ook burgers verantwoordelijk zijn voor de veiligheid op straat. Toch zijn er geen bewoners gaan patrouilleren in de wijken. In plaats daarvan doken steeds meer particuliere beveiligers op in het straatbeeld. Nederland telt nu 32.000 particuliere veiligheidsmensen en 50.000 agenten. Trek de politiemensen aan het bureau daarvan af en particulier en gemeenteblauw houden elkaar op straat aardig in evenwicht.

Politiewerk wordt steeds meer geprivatiseerd. Daarover gaat het proefschrift waarop de bestuurskundige Ronald van Steden vandaag promoveerde aan de Vrije Universiteit. Zijn boek Privatizing policing is een studie van de groeiende beveiligingsbranche. Van Steden beschrijft de werkwijze van particuliere beveiligers en geeft een verklaring voor de snelle groei van de bedrijfstak.

Dat particuliere beveiligers de hermandad binnenkort in aantal passeren, stuit nauwelijks op verzet, stelt Van Steden vast. „Sommige agenten zeggen: och, het zijn nette bedrijven en ze ontlasten ons van klussen. Meer dogmatisch ingestelde dienders beschouwen veiligheid als een kerntaak van de overheid en vinden privatisering op dat terrein vreemd. Het publiek komt niet in opstand tegen particuliere beveiligers in het café of bij de HEMA. De groei van de branche is een stille revolutie; iedereen staat erbij en kijkt ernaar.”

Van Steden is de eerste die een dissertatie heeft geschreven over particuliere beveiliging in Nederland. „Wetenschappelijke publicaties gaan meestal over de politie en het geweldsmonopolie van de staat. Particuliere beveiligers worden daarin niet serieus genomen. Ze mogen eigenlijk niks, heet het, en lopen maar een beetje rond. Zo blijft buiten beeld wat voor ontwikkelingen er gaande zijn. Formeel gezien is dat geweldsmonopolie niet in gevaar, want particuliere beveiligers mogen alleen wat alle burgers mogen. Ze hebben geen wapens en geen arrestatiebevoegdheid. Ze mogen hoogstens een hond meenemen. Maar in de praktijk komen allerlei vormen van drang en dwang in private handen. Particuliere beveiligers mogen mensen de toegang ontzeggen tot een stadion of een festival en daarbij wordt geduwd en getrokken. De politie zit ingesnoerd in strengere regels dan particuliere beveiligers. Bij een hardhandige arrestatie wordt de agent in kwestie aangesproken door collega’s, bij particulieren gebeurt dat nauwelijks.”

Van Steden deed onderzoek in Stadion Feyenoord, het Utrechtse winkelcentrum Hoog Catharijne en het pretpark De Efteling. Deze semipublieke domeinen zijn bij uitstek het werkterrein van particuliere beveiligers. Het is ook de arena waar publieke en private beveiliging elkaar tegenkomen.

De onderzoeker verklaart de snelle ontwikkeling van de bedrijfstak in de eerste plaats uit de toename van de criminaliteit sinds de jaren zestig. Toch begon de branche pas te groeien in de jaren tachtig, toen de criminaliteitscurve afvlakte. „Waarschijnlijk zijn gevoelens van onveiligheid belangrijker dan feitelijke onveiligheid. Dat onbehagen is sinds de jaren tachtig gegroeid als gevolg van individualisering en globalisering.”

Van Steden beschouwt particuliere beveiliging ook als een bijverschijnsel van toenemende welvaart. „Er valt simpelweg meer te beschermen en de beveiligingsbranche is gevoelig voor economische groei en neergang. In het grijze, semipublieke gebied van pretparken en winkelcentra is de vraag aan de orde wie geroepen is om andermans rijkdommen te beschermen: de politie of particulieren.”

Dat ‘iedereen die pet past’, blijft uitgangspunt van overheidsbeleid. Voorlichting van die strekking heet nu ‘responsibilisering’. Dit draait eigenlijk steeds uit op privatisering. Van Steden: „Het lijkt erop dat de samenleving niet vitaal genoeg is voor sociaal toezicht. En waar mensen niet meer op elkaar letten, belandt die taak op het bordje van professionals als beveiligers en agenten. Het is niet zo dat de overheid veiligheid uit handen geeft. Die laat juist zijn tanden zien met harder optreden en zwaardere straffen. Wel worden problemen die niet gelden als harde criminaliteit, zoals overlast in de buurt en kleine overtredingen, steeds meer overgelaten aan anderen dan de politie. En de overheid treedt terug als niet duidelijk is of er publieke of private belangen in het spel zijn.”

Volgens Van Steden staat de professionaliteit van beveiligers onder druk. „De opleidingen worden wel wat beter, maar dat is afhankelijk van de vraag naar beveiliging. De branche neemt het heft niet in eigen handen. Een winkelcentrum is er in de eerste plaats voor plezier, en dan pas voor beveiliging, en wil daar niet te veel aandacht aan besteden. In de beveiligingsbranche is de prijs een selling point. De winstmarges zijn klein, de financiële ruimte voor opleidingen beperkt. Gemeenten en deelgemeenten, waaronder Slotervaart, huren beveiligers in om hangjongeren onder controle te houden, en die gaan ook vaak voor zo goedkoop mogelijk.’’

Ten slotte ontbreekt het aan toezicht op de beveiligingsbranche. „Politie en justitie oefenen enige preventieve controle uit: aankomende beveiligers en beveiligingsbedrijven worden gescreend. Daarna wordt er weinig naar de branche omgekeken. Het ministerie van Justitie voert nauwelijks beleid op deze groeisector.”