Verloren continent is juist in opmars

Al meer dan vijf jaar maakt Afrika een economische groei door die zijn weerga niet kent.

Positief nieuws over Afrika lijkt maar niet tot het grote publiek door te dringen.

Veel Nederlanders kijken naar Afrika als een hulpbehoevend continent, dat van de ene ramp in de andere tuimelt. Dagelijks worden we via de media geconfronteerd met goedbedoelde hulpprojecten van Nederlandse organisaties, helemaal nu Kerst nadert. Natuurlijk is er relatief veel ellende in Afrika, met name in door burgeroorlog geteisterde landen als Congo, Soedan en Somalië. Maar tegelijkertijd beseft bijna niemand dat het in veel Afrikaanse landen in rap tempo de goede kant op gaat. Al meer dan vijf jaar maakt Afrika een economische groei door die zijn weerga niet kent.

Uit een recent rapport van de Wereldbank, gepubliceerd in november, blijkt dat in de periode van 2000 tot 2005 het gemiddeld economisch groeicijfer in Afrika 4,2 procent was. Daarmee was de procentuele groei van de Afrikaanse economieën groter dan die van de gemiddelde westerse economie. Andere gezaghebbende instituten, zoals de Economist Intelligence Unit, bevestigen deze tendens. Na meer dan twee decennia is het economisch groeicijfer in Afrika eindelijk hoger dan de bevolkingsaanwas, waardoor ook de gemiddelde inkomens toenemen. Volgens de Wereldbank zijn de economische vooruitzichten voor Afrika nog nooit zo goed geweest.

Zwartkijkers zullen opmerken dat de goede cijfers louter het gevolg zijn van de groeiende rol van Afrika als olie-exporteur. Inderdaad zijn in landen als Soedan, Equatoriaal Guinee en Tsjaad de afgelopen jaren nieuwe olievelden in gebruik genomen. Afrika voorziet nu in circa 12 procent van de wereldwijde oliebehoefte. Vooral door de gestegen olie-export had een land als Angola in 2005 een economisch groeicijfer van meer dan 20 procent.

Maar olie is niet de enige verklaring voor de goede cijfers. Ook landen zonder aanzienlijke bodemrijkdommen, zoals Burkina Faso, Mali, Mozambique, Tanzania en Ethiopië, hebben de afgelopen jaren een grote sprong voorwaarts gemaakt. Twintig jaar geleden importeerde Afrika bijna al zijn industriële producten, nu assembleert Ethiopië zijn eigen auto’s, produceert Mauretanië kamelenmelk in tetrapak en maakt Nigeria met succes de merkkleding na van onder meer Nike en Adidas. China begon vijftien jaar geleden op dezelfde manier aan zijn industriële revolutie.

Er is meer. Het aantal Afrikanen dat jaarlijks sterft aan aids nam volgens de VN af van 2 miljoen in 2006 naar 1,6 miljoen in 2007. Voor de duidelijkheid: ook zonder de nieuwe rekenmethode die de VN sinds kort hanteren, zou er een afname zijn geweest. In het West-Afrikaanse Niger is de verwoestijning tot stilstand gekomen en wordt de Sahara steeds groener, zo blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Het percentage kinderen dat sterft vóór het eerste levensjaar is gedaald van 11,2 procent eind jaren tachtig naar 10,1 procent in 2003.

Steeds meer buitenlandse investeerders ontdekken de mogelijkheden die de opkomende markten in Afrika bieden. Het Nederlandse Mango Capital Fund, dat zich voornamelijk op Afrika richt, belegt onder meer in beursgenoteerde bedrijven in Ghana, Tunesië, Nigeria, Mauritius, Malawi en Kenia. De resultaten zijn uitstekend. Sinds de start van het fonds in februari 2006 is de waarde van de aandelen met ruim 60 procent gestegen. Instabiele politieke omstandigheden vormen de grootste belemmering voor investeerders, maar door de beleggingen te spreiden over meerdere landen kunnen de risico’s aanmerkelijk worden verkleind.

De recente positieve ontwikkelingen in Afrika zijn nog nauwelijks doorgedrongen tot het grote publiek, dat zich nog steeds laat leiden door de beelden van menselijke ellende die hulporganisaties als Novib en Artsen zonder Grenzen de wereld in sturen. Met deze beelden zamelen ze geld in om daar wat aan te veranderen. Doordat met name tv-journalisten vaak kritiekloos de reclamepraatjes van hulporganisaties reproduceren krijgt het westerse publiek een erg vertekend beeld van de werkelijkheid voorgeschoteld.

Dit mechanisme is misschien wel het best zichtbaar in Soedan. Terwijl de westelijke regio Darfur al bijna vijf jaar geteisterd wordt door oorlogsgeweld, beleeft de hoofdstad Khartoum een economische hausse. Met name door de olie-export naar China liggen de groeicijfers al een aantal jaar rond de 10 procent. In de Soedanese hoofdstad verrijzen overal nieuwe kantoorflats, wegen en viaducten. ‘Dubai aan de Nijl’, is inmiddels de bijnaam van Khartoum. De ellende in Darfur krijgt volop belangstelling in de media, maar voor economische succesverhalen in Afrika is nauwelijks aandacht.

Schijn kán bedriegen, maar in navolging van Azië lijkt het nu de beurt aan de Afrikaanse tijgers.

Gerbert van der Aa is historicus en journalist, gespecialiseerd in Noord-en West-Afrika. Bij Nieuw Amsterdam Uitgevers verschenen zijn boeken: Nigeriaanse toestanden (2005) en Dwars door Soedan (2007).