Vakbonden moeten meer op hun tellen passen

Vakbonden in Europa hebben het al niet gemakkelijk. Twee uitspraken van het Europees Hof van Justitie maken het voor de bonden moeilijker om actie te voren.

Het Europees Hof van Justitie riep vorige week de Finse vakbond voor zeelieden tot de orde. En gisteren maakten de Europese rechters de Zweedse vakbond van werknemers in de bouw een illusie armer.

Formeel moeten de nationale rechters, bij wie beide arbeidsconflicten aanhangig zijn, zich nog definitief uitspreken. Maar de bindende uitleg van de Europese spelregels die zij daarvoor nu hebben meegekregen van het Europees Hof, beperken de actieradius voor de vakbonden aanzienlijk.

In beide gevallen ging het om vakbondsacties die de bewegingsvrijheid van bedrijven in het grenzeloze Europa beperkten. De Finse bond wilde met stakingen voorkomen dat de Finse rederij Viking haar veerboot tussen Helsinki en Tallinn zou ‘omvlaggen’ naar Estland, met de bedoeling het personeel onder goedkopere Estse arbeidsvoorwaarden te brengen.

De Zweedse bond wilde met een blokkade afdwingen dat de firma Laval uit Letland zich voor de arbeidsvoorwaarden van zijn Letse bouwvakkers op een bouwproject in Vaxholm (Zweden) zou conformeren aan de Zweedse bouw-cao en het daarop gebaseerde loonakkoord voor Vaxholm. Die loonafspraak lag zo’n 4 euro per uur en per werknemer boven het Zweedse minimum dat Laval wenste te betalen.

Protectionisme en discriminatie, klaagden Viking en Laval over de acties. Zij spraken van ontoelaatbare beperking van hun recht op vrije vestiging, respectievelijk op vrije dienstverrichting binnen de EU. De bonden zouden erop uit zijn gevestigde belangen af te schermen tegen Oost-Europese nieuwkomers.

De bonden, daarentegen, klaagden over ontduiking van cao’s en oneerlijke concurrentie met lage lonen, die een race to the bottom zouden inluiden. Zij beriepen zich op hun fundamentele recht op het voeren van collectieve acties, waaronder stakingen.

In beide arresten onderstrepen de Europese rechters dit recht op collectieve acties. Het betreft een erkend grondrecht, dat inmiddels is uitgegroeid tot een vast bestanddeel van het Europees recht.

Arbeidsconflicten zijn in beginsel ook een zaak van de nationale rechter. Maar waar acties het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal – hoekstenen in de EU-verdragen – raken, daar komt Europa om de hoek kijken.

In de zaak-Viking dicteerde het Hof als nieuw richtsnoer dat vakbonden het recht op vrije vestiging van bedrijven alleen mogen beperken wanneer dat voor de bescherming van bestaande arbeidsplaatsen en arbeidsvoorwaarden strikt noodzakelijk zou zijn. De beoordeling daarvan is aan de Finse rechter, die daarbij ook moet nagaan of het gekozen actiemiddel „geschikt” en in billijke verhouding staat tot het beoogde doel.

In de zaak-Laval onderstreept het Hof de verplichting van werkgevers om „dwingende voorschriften voor minimale bescherming” in acht te nemen in de EU-landen waar zij actief zijn. Vakbondsacties die dáárop zijn gericht, kunnen een beperking van de vrijheid van dienstverlening rechtvaardigen, aldus het Hof.

Echter, de Zweedse bond ging verder. Die eiste dat Laval ook bovenwettelijke cao-afspraken zou overnemen en zette die eis kracht bij met stillegging van de bouw. En daarin ging de bond volgens het Hof over de schreef.

De bouw-cao was het resultaat van overleg waaraan Laval part noch deel had en waar het Letse bedrijf ook geen toegang toe had. Evenmin kent Zweden een wet die zulke cao’s nationaal verbindend verklaart.

Tegen deze achtergrond vormt het door de bond gekozen pressiemiddel een ongeoorloofde inbreuk op de vrijheid van dienstverrichting door het Letse bedrijf in Zweden, aldus het Hof.

Zie voor beide arresten van het EU-hof: nrc.nl/europa