Uiteindelijk rolt elke euro naar de goede plek

De actie Serious Request van 3FM, die vandaag weer begint, leverde vorig jaar 2.807.493 euro op.

Wat is er met dat geld gebeurd?

In Cambodja waarschuwen borden langs de weg voor mijnen. Die maken nog steeds veel slachtoffers. Een deel van de 2,8 miljoen die ‘het glazen huis’ vorig jaar ophaalde, ging naar Cambodja. Foto Daniele Mattioli /Hollandse Hoogte Cambodja; Cambodia. Battanbang Region / Border Cambodia-Thailand / A road signal which indicates the danger of the area full of landmines. Een billboard waarschuwt de lokale bevolking voor de gevaren van mijnen. Foto: Daniele Mattioli / Anzenberger / Hollandse Hoogte Daniele Mattioli/Hollandse Hoogte

Drie dj’s van de radiozender 3FM betrekken vandaag ‘het glazen huis’ op het Plein in Den Haag. Daar zamelen ze geld in voor een ‘stille ramp’, dit jaar het gebrek aan schoon drinkwater. De actie Serious Request bestaat sinds 2004 en is een samenwerking tussen 3FM en het Rode Kruis. „We vinden het belangrijk vergeten doelen weer op de kaart te zetten”, zegt Katherine Knowles van het Rode Kruis. Het doel van vorig jaar, landmijnen, is volgens haar een goed voorbeeld. „Sinds Lady Di over een mijnenveld liep, is daar geen aandacht meer voor geweest.”

De actie leverde vorig jaar ruim 2,8 miljoen euro op. Wat is er met dat geld gebeurd: hoeveel mijnslachtoffers zijn ermee geholpen en op welke manier?

Het Rode Kruis heeft het bedrag overgemaakt aan twee programma’s van het International Committee of the Red Cross (ICRC). Het Mine Action Programma, dat mijnslachtoffers van prothesen voorziet en voorlichting geeft, kreeg 87 procent. De rest ging naar het Special Fund for the Disabled (SFD) voor mijnslachtoffers en andere oorlogsslachtoffers in gebieden waar de oorlog al voorbij is. „Daarvoor is zo’n actie nog belangrijker”, zegt Knowles. „Het is helemáál moeilijk fondsen te werven voor landen waar al lang geen conflict meer is.”

In het Mine Action Programma zijn de eerste helft van dit jaar volgens cijfers van het ICRC 60.176 mensen in zo’n 28 landen geholpen. De hulp betrof protheses, ortheses (hulpmiddelen), krukken en rolstoelen of voorlichting en preventie. Wie waar hulp kreeg uit de opbrengst van Serious Request is volgens Knowles niet te achterhalen. „Je kunt je organisatie zo inrichten dat je dat wel kan zien”, zegt ze, „maar dat kost je veel meer geld, dat niet naar de hulp zelf gaat”. Zowel het ICRC als het Rode Kruis beschrijven in hun jaarverslag wel het Mine Action Programma als geheel.

Kan een donateur in zo’n jaarverslag lezen waar zijn euro terechtkomt? „Het is puzzelen”, zegt Martin Bauman van accountantsbureau PricewaterhouseCoopers, „maar je kunt zien hoe het geld uit collectes, inzamelingen en subsidies besteed wordt. Daar zit jouw euro bij”. Uit jaarverslagen blijkt bijvoorbeeld hoeveel van het geld is gebruikt om de kosten van inzamelingsacties te dekken. Dat mag maximaal 25 procent zijn, zegt Bauman. Bij Serious Request houdt het Rode Kruis volgens Knowles helemaal geen geld in op de opbrengst, omdat vrijwel alle kosten door sponsors worden betaald.

Wat meestal niet in het jaarverslag wordt gespecificeerd, is hoeveel geld een hulporganisatie uitgeeft aan projectcontrole, beheer en administratie. Die uitgaven zijn noodzakelijk om hulp te kunnen verstrekken, maar een inefficiënte organisatie kan er veel geld mee verspillen. Door nieuwe wetgeving zijn instellingen per 1 januari verplicht ook die kosten afzonderlijk te verantwoorden.

Het moeilijkst is volgens accountant Martin Bauman de inhoudelijke verantwoording van hulpprojecten. Wat is het nut, wat is het doel? Is dat bereikt? „KWF is er om kanker de wereld uit te helpen. Nu, de kanker is nog steeds niet de wereld uit. Ga maar eens uitleggen wat je gedaan heb met die 50 miljoen euro. Dat is lastig hoor. Het Wereld Natuur Fonds wil allerlei dier- en plantsoorten in het regenwoud beschermen. Hoe ver zijn ze? Daar worstelen hulporganisaties allemaal mee.”

In Soedan werkte Hans Portengen (51), orthopedisch instrumentmaker, de afgelopen drie jaar voor het Mine Action Programma. Hij leidde daar veertien Soedanese jongens op in zijn vak. Ze kwamen rechtstreeks van de middelbare school en waren geselecteerd op handigheid en hun kennis van het Engels. Al tijdens hun opleiding behandelden ze veel slachtoffers van landmijnen, vertelt Portengen, die tijdelijk in Nederland is. Eigenlijk zouden ze oefenen met modelpatiënten, die al een prothese hadden, maar er waren zulke lange wachtlijsten met nieuwe patiënten dat ze voor de leeuwen zijn gegooid. Landmijnslachtoffers zijn volgens Portengen snel te helpen omdat ze verder meestal niet ziek zijn. „Zodra de wond dicht is, kun je ze binnen twee, drie weken weer aan het lopen hebben. En dan kunnen ze weer aan het werk.”

Portengen wist via de krant en informatie van het Rode Kruis over de inzameling in het glazen huis, maar weet niet of zijn project ervan geprofiteerd heeft. „Ik kan niet zien welke donor welke euro heeft gegeven. Misschien hebben wij er in 2007 een deel van onze training van betaald.” Dankzij die training heeft Soedan nu veertien prothesemakers op een bevolking van 35 miljoen mensen, van wie naar schatting 175.000 een prothese behoeven. De volgende training is net begonnen. Uiteindelijk moeten er 240 Soedanese prothesemakers komen.

Het deel van de opbrengst dat naar het Special Fund for the Disabled is gegaan, is besteed in Nicaragua en Vietnam, zegt Theo Verhoeff, directeur van het SFD in Genève. Voor Vietnam was het een belangrijk deel van het budget voor 2007. Het SFD betaalt hier twee expats die toezien op de uitvoering van de projecten. Verder gaat er geld naar negen à tien revalidatiecentra van de regering, naar materialen voor werkplaatsen waar prothesen worden gemaakt en naar patiënten, in de vorm van subsidies voor hun behandeling.

Dat hoeven overigens geen mijnslachtoffers te zijn. De Vietnamoorlog eindigde in 1975 en er liggen nog steeds mijnen uit die oorlog, maar het aantal mijnslachtoffers neemt jaarlijks verder af. „Op een bevolking van 80 miljoen vallen er nu, denk ik, niet meer dan honderd per jaar”, zegt Peter Poetsma, prothesemaker bij het SFD. „De redenen voor amputatie zijn op het moment meer verkeersongevallen en diabetes.”

Poetsma werkte acht jaar in Vietnam aan de ontwikkeling van revalidatiecentra. Vorig jaar reisde hij voor Serious Request naar Cambodja, waar landmijnen nog wel veel slachtoffers maken. Hij leidde er een groep radiojournalisten rond voor reportages die tijdens de actie werden uitgezonden. Poetsma zegt dat hij in het begin dacht dat de opbrengst helemaal voor Cambodja zou zijn. Een misverstand, het was voor het mijnprogramma wereldwijd, waarvan het zwaartepunt in Afrika ligt. Maar de hoogte van de opbrengst was weer een aangename verrassing. „Ik dacht dat het om een half miljoen ging ofzo, een klein dingetje. Toen zagen we dat het zó aan het groeien was. Dat was fantastisch.”