Tata trots op Britse overnames

Tata is beslist geïnteresseerd in Britse bezittingen. Na het kopen van Tetley tea in 2000 en het voormalige British Steel vorig jaar, heeft het Indiase conglomeraat nu zijn zinnen gezet op twee andere Britse bedrijven: de fabrikant van automerken als Jaguar en Land Rover, en de zakenbank Close Brothers. De beste verklaring voor deze belangstelling luidt dat Tata al van oudsher probeert zijn vroegere koloniale meesters de loef af te steken.

De Tata Group verschilt van de andere Indiase familieconglomeraten die onlangs op het internationale toneel zijn verschenen. In tegenstelling tot Lakshmi Mittal, die in 2006 met de overwinning ging strijken in de overnamestrijd rond staalproducent Arcelor, gelooft Tata-topman Ratan Tata niet in vijandige overnames. Bovendien behoort niemand van de Tata-clan tot de groep van Indiase topmiljardairs, ondanks de marktwaarde van Tata van 74 miljard dollar (51,4 miljard euro), en anders dan de gebroeders Ambani van Reliance of de Ruia’s achter de Essar-groep.

Deze relatieve bescheidenheid vloeit ten dele voort uit de filantropische doelstellingen van Tata. De Tata Group is voor het grootste deel in handen van liefdadigheidsinstellingen en niet van individuen. Die hebben op hun beurt een controlerend belang in Tata Sons, een beleggingsvehikel dat meerderheidsbelangen bezit in ieder van de 27 beursgenoteerde bedrijven van Tata, met een marktwaarde van ruwweg 36 miljard dollar.

De jongste escapades van Tata in Groot-Brittannië maken een ietwat vreemde indruk. Luxewagens als de Jaguar en de Land Rover passen niet goed bij Tata Motors, dat beroemd is om zijn ‘People’s Car’ met een prijskaartje van circa 1.500 euro, die volgend jaar op de markt moet komen. Het doel is om miljoenen Indiase armen hun eerste veilige gezinswagen te geven.

De belangstelling van Tata voor Close Brothers is zelfs nog merkwaardiger. Hoewel Tata een financiële dochteronderneming heeft ter waarde van slechts 540 miljoen dollar, heeft het concern geen ervaring met zakenbankieren.

Bij de Britse autoproducent kan Tata tenminste nog een bijdrage leveren aan de pogingen om de kwakkelende merken er weer bovenop te helpen door zijn goedkope productiepotentieel in de strijd te werpen. Het is minder duidelijk wat de meerwaarde van het concern is voor een Britse bank.

Toch zal Tata iets aan deze overnames overhouden. Zoals het bedrijf het zelf zegt: „In het midden van de 19de eeuw liet Tata voor het eerst van zich horen door zijn koloniale meesters te verslaan tijdens een periode waarin de passieve wanhoop als gevolg van de koloniale heerschappij op zijn hoogtepunt was”.

Als Tata Jaguar kan inlijven, zou dat de eerste keer zijn dat een Indiaas concern een grote westerse autoproducent overneemt. Tata heeft dan misschien niet de rijkste Indiase miljardairs in zijn bestuur, zijn catalogus aan Britse aanwinsten duidt erop dat het concern waarschijnlijk wel een paar van de trotste tot zijn gelederen telt.

Una Galani

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.