Niks gezegd, wel aangegeven; niks gehoord, wel meegekregen

Zonder enige illusie zette ik laatst Buitenhof aan, dat een ‘twistgesprek’ had beloofd tussen Mark Rutte en Pieter van Geel. Moest ik kijken? Eigengereid als ik ben, dacht ik het dispuut eigenlijk al bij voorbaat te kunnen uittekenen. En waarachtig. Binnen twee minuten hadden de sprekers hun hele repertoire aan onderwerpen, meningsverschillen, stemverheffingen en interrupties op tafel gelegd. Het was duidelijk dat er niets nieuws meer bij kon komen.

Ik besloot een boek te gaan lezen en had m’n hand al bij de uit-toets, toen ik Van Geel voor de zesde keer – in die twee minuten – hoorde zeggen dat hij vorig jaar iets had aangegeven. Uit de context van z’n zin, die overigens ook slecht geformuleerd was, bleek evenwel dat hij toen iets had meegedeeld, geschreven, gerapporteerd, gemeld, gecommuniceerd, of simpelweg: gezegd.

Ineens bekroop me de lust om als een echte onderzoeker na te gaan hoe vaak de fractievoorzitter van het CDA dat verhullende synoniem van zeggen in de resterende minuten zou herhalen. Als liefhebber van de staatkundige taal was me het gebruik van de nieuwe bewoording al eerder opgevallen, dus hoe nuttig zou het niet zijn om de laatste ontwikkelingen op het gebied van de Haagse newspeak voor het nageslacht vast te leggen. Ik draaide m’n stoel van het scherm af, pakte potlood en papier, spitste mijn oren, en begon te turven.

Ik turfde honderdnegenenzeventig keer.

Ik kon het zelf eerst ook niet geloven. Maar ik had louter auditief zitten opletten, de inhoud van het debat had ik me volledig laten ontgaan, ik was niet gestoord, en m’n gehoor is nog redelijk. Honderdnegenenzeventig keer in nog geen uur. Met de eerste twee minuten mee dus zelfs honderdvijfentachtig keer. Honderdvijfentachtig keer gaf Pieter van Geel iets aan, waar elk normaal mens iets zou hebben gezegd.

Zou het christen-democratisch zijn?

Tot dusver heb ik het inderdaad vooral uit de mond gehoord van Balkenende, Donner, mevrouw Van der Hoeven, Eurlings en diverse prominente Kamerleden, zoals Pieter van Geel. Rutte heb ik er nooit op kunnen betrappen. Het schijnt dat alleen politieke christenen iets aangeven als ze bedoelen dat ze iets hebben gezegd. Politieke christenen hebben trouwens ook nooit iets gehoord. Ze hebben altijd iets meegekregen.

Kan het te maken hebben met de spreekwoordelijke dubbeltongigheid waarmee ze zich sinds jaar en dag op het Binnenhof hebben onderscheiden? Wat gebeurt er bijvoorbeeld als Maxime Verhagen naar zijn partijgenoot Jaap de Hoop Scheffer gaat met de boodschap dat de VVD alleen maar met twee jaar Uruzgan wil instemmen als de NAVO in 2010 aflossing garandeert? „Ik heb aangegeven hoe de kaarten liggen”, verklaart de minister van Buitenlandse Zaken bij terugkomst. „En wat zei Jaap?”, vraagt Van Baalen benieuwd. „De secretaris-generaal gaf aan dat aan onze wensen tegemoet zal worden gekomen. Dat heb ik duidelijk van hem meegekregen.”

Niemand in die kring heeft ooit iets gezegd. Niemand heeft ooit iets gehoord. Balkenende heeft indertijd van Bush ook allerlei dingen meegekregen die hij later in de Tweede Kamer heeft aangegeven. En ik wil natuurlijk niet van liegen spreken, maar wat was precies de waarheid? Hoeveel risico lopen we als land met een regering waarin het CDA dingen zegt en hoort die misschien nooit gezegd en nooit gehoord zijn?

Het gevaar zit ’m natuurlijk vooral in de besmettelijkheid van dat taalgebruik: dat je straks niemand meer kunt vertrouwen. Maar welk antibioticum helpt daar tegen? Ik denk de laatste tijd wel eens aan zo’n burgerinitiatief, dat tot wetgeving en liefst ook sancties kan leiden. Maar als ik hier een oproep doe, krijg ik dan 40.000 sympathisanten mee?

Als dat zo is, zal ik alle christenen met graagte aangeven.

Jan Blokker