Nee, écht sorry

Ach minister Ter Horst, doe er geen cent bij voor deze verwende kereltjes”. zei KNVB-directeur Henk Kesler afgelopen weekeinde, doelend op de politie-agenten die meer betaald wilden krijgen, onder andere voor het uit elkaar houden van gestoorde voetbalfans. Politie natuurlijk woedend op Kesler. Verwende kereltjes. Het zal je maar gezegd worden. Vermoedelijk is ‘verwend’ nog niet zo erg, ‘kereltjes’ wel. Verkleinwoorden zijn namelijk óf lief (‘dag schatje van me’), óf denigrerend. ‘Meisje’, dat is een acceptabel woord, hoewel, als Kesler minister Ter Horst ‘meisje’ had genoemd (quod non), dan hadden we helemaal de poppen aan het dansen gehad.

Hoe het ook zij, Kesler moest gedwongen excuses maken. En dat bracht weer een nieuw probleem met zich mee. Niemand wil graag ‘sorry’ zeggen, en al helemaal niet onder dwang. Daarom zijn er manieren bedacht om ‘sorry’ te zeggen, zonder dat het je spijt. Als iemand zegt: ‘Sorry. Nee, écht sorry,’ dan vraag je je toch af of die eerste sorry dan níét echt was.

Of, erger nog: ‘Het spijt me dat dit bij jou blijkbaar zo hard is aangekomen.’ Of deze: ‘Wat vervelend dat je het vervelend vindt.’ Let op, er wordt geen schuld bekend, er wordt eigenlijk alleen nog maar eens extra benadrukt dat je blijkbaar een zeikerd bent dat je ermee zit. Er zou verschil moeten zijn tussen excuses-met-schuld en excuses-zonder-schuld, zodat mensen daar ook direct op aangesproken kunnen worden. ‘Hoho, dat zijn excuses-zonder-schuld, we hadden gevraagd om excuses-met-schuld!’

Kesler kwam op het volgende: ‘Bij nader inzien acht ik mijn woordkeus niet passen bij het koninklijke karakter van de KNVB en had ik deze passage dus beter achterwege kunnen laten.’ Kortom, als Kesler een ‘koninklijke’ manier (wat is dat eigenlijk?) had gevonden om precies hetzelfde te zeggen, dan had hij dat niet achterwege gelaten. Een meester in de excuses-zonder-schuld. En bij de politie hebben ze het nog geaccepteerd ook.