Investeren in oude violen en jonge violisten ‘Alles hangt in de vioolhandel af van vertrouwen’

In Londen brengt de vioolhandel oude instrumenten en jong talent bij elkaar. Voor beleggers, kunstenaars en muziekpubliek een profijtelijke deal.

Het is een onweerstaanbare uitnodiging. „Wilt u nog even in onze safe kijken”, vraagt Steven Smith, directeur van de vioolhandel J&A Beare. We dalen af naar de kelder van het monumentale pand, in het centrum van Londen. Via een zware deur en een traliehek betreden we de ruimte waar Beare’s ‘kroonjuwelen’ worden bewaard. Een befaamd violist als Pinchas Zukerman of cellist als Yo-Yo Ma nemen van tijd tot tijd hier ook graag een kijkje. Groten uit de viool- en cellogeschiedenis onder wie Yehudi Menuhin en Mstislav Rostropovitsj zijn hen voorgegaan.

Aan weerszijden is plaats voor een paar dozijn violen en een handvol cello’s. Niet alle nissen zijn bezet. Sommige instrumenten zijn tijdelijk uitgeleend. Smith, zelf een voormalig violist, neemt een viool in handen en tikt even liefkozend op de houten klankkast. „Dit is een Stradivarius uit 1716, de gouden periode, een van de beste.” Hij pakt een Guarneri del Gesu uit dezelfde tijd en eveneens vervaardigd in Cremona. „De authentieke laklaag zit er nog op”, zegt hij goedkeurend. „Deze is al gauw 5,5 miljoen dollar (3,8 miljoen euro) waard.”

De prijzen voor oude instrumenten stijgen al decennia. Zo kocht de violist Isaac Stern in de late jaren ’40 een Stradivarius voor 5.000 dollar. In 1961 was die 35.000 dollar waard, weer ruim veertig jaar later 3,5 miljoen dollar. „Voor investeerders bieden vooral violen geweldige mogelijkheden”, zegt Smith.

De firma J&A Beare brengt ze bij elkaar. Het bedrijf helpt jonge talenten vermogende financiers te vinden die een kostbaar instrument willen kopen om hun in bruikleen te geven.

Zo probeert de jonge violiste Ruth Palmer, die verscheidene prijzen heeft gewonnen, een syndicaat van de grond te krijgen om een Stradivarius van 3,5 miljoen dollar uit 1726 aan te schaffen, die nu bij Beare ligt. „Het is in artistiek opzicht echt van cruciaal belang op welk instrument je speelt”, zegt zij. „Het helpt je identiteit als speler bepalen. Het zou mijn hart breken als deze viool aan mijn neus voorbij zou gaan.”

Al sinds 1900 gaan de prijzen voor de klassieke Italiaanse instrumenten gestaag omhoog. En de waarde stijgt vermoedelijk snel verder nu ook de vraag uit Azië toeneemt. Het aanbod is intussen beperkt. Er zijn maar zo’n 600 Stradivariusviolen en -cello’s over, waarvan een deel min of meer permanent in handen is van stichtingen.

Het mes snijdt volgens Palmer aan twee kanten. De investeerders zien hun bezit in waarde stijgen en er zit een element van liefdadigheid in ten behoeve van de kunst door het instrument te laten bespelen door een begaafde kunstenaar. Natuurlijk is een viool kwetsbaar en kan er iets mee gebeuren, maar de meeste instrumenten zijn ook goed verzekerd. Volgens Smith kunnen de instrumenten op zichzelf nog eeuwen mee, mits goed onderhouden.

De firma Beare benadert financiers op incidentele basis, maar concurrent Florian Leonhard (44), een Duitse vioolbouwer die in de Noord-Londense wijk Hampstead een succesvolle vioolhandel drijft, wil de zaak structureel aanpakken. Hij is bezig een speciaal investeringsfonds voor oude violen van de grond te krijgen, ‘The Fine Violins Fund’. Hij stelt investeerders een rendement van 15 procent in het vooruitzicht.

„Het fonds is bedoeld om jonge talentvolle musici te steunen, die vaak weinig verdienen in relatie tot hun capaciteiten”, zegt Leonhard, die daags tevoren de Nederlandse soliste Janine Jansen nog op bezoek had. Ook de Russische meesterviolist Maxim Vengerov is bij hem kind aan huis.

Leonhard streeft ernaar enige tientallen investeerders bij elkaar te brengen, die samen 60 miljoen euro in het fonds stoppen. De minimuminleg is 450.000 euro. Leonhard zelf zal met assistenten zorgdragen voor de aankoop van instrumenten. „We hopen komend jaar te beginnen”, zegt hij in het ruime herenhuis waar zijn zaak is gevestigd. „We hebben al toezeggingen binnen voor 10 miljoen euro.” Met hulp van een consultant in de City is hij op zoek naar meer investeerders.

Tot dusverre heeft zijn project in Groot-Brittannië de meeste weerklank gevonden, maar ook in zijn geboorteland Duitsland en in Zwitserland, Frankrijk en de Verenigde Staten is er volgens hem belangstelling. Naast een kantoor in Londen zal het fonds ook een vestiging krijgen in Boston, Verenigde Staten.

Het Fine Violins Fund wil de aangekochte instrumenten kosteloos ter beschikking stellen aan talentvolle jongeren. Een jury van deskundigen moet uitmaken welke jonge solisten een instrument in bruikleen krijgen. Zo wordt iedereen er ideaal gesproken beter van. De investeerder ziet zijn instrument in waarde stijgen, de speler kan zijn talenten beter ontplooien (en wellicht beter te gelde maken) en ook het publiek in de concertzaal profiteert. Leonhard zelf zal als directeur van het fonds meedelen in de financiële opbrengst.

Niet iedereen is overtuigd van de juistheid van deze aanpak. Violiste Ruth Palmer: „Ik ben er niet zo zeker van dat dat werkt, zo’n fonds met willekeurige investeerders die vooral in hun financiële opbrengst zijn geïnteresseerd. Zeker nu de financiële markten de laatste maanden zo onder druk staan”, zegt ze. „Je moet het volgens mij uiteindelijk hebben van mensen die ook belangstelling voor klassieke muziek hebben. De investeerders die ik ken, vinden het bovendien prettig een persoonlijke band met een bepaalde artiest te hebben.”

Incidenteel treden bankiers die zelf in klassieke muziek geïnteresseerd zijn op om veelbelovende spelers aan een goed maar kostbaar instrument te helpen. Zo hielp Nigel Brown, een financier uit Cambridge, de toen nog tamelijk onbekende Nigel Kennedy aan zijn eerste Stradivarius. Brown heeft sindsdien verscheidene andere spelers uit de brand geholpen via groepjes rijke particulieren, die een instrument kochten en dat vervolgens uitleenden aan een kunstenaar.

De firma Beare is zelf voorlopig niet van plan een eigen investeringsfonds op te zetten. Ze zet haar grote naam in de vioolwereld liever niet op het spel met zo’n financieel avontuur. „Dan betreed je een riskant terrein”, zegt directeur Smith. „Het accent ligt dan al snel meer op het financiële dan op het muzikale en dat ligt ons niet zo.” Tegenvallers met zo’n fonds zouden het vertrouwen van de klanten in Beare kunnen ondergraven. En dat vertrouwen is van levensbelang. Smith: „Alles hangt in deze bedrijfstak uiteindelijk af van het vertrouwen dat mensen in onze deskundigheid hebben.”