‘Ik ben niet gauw van slag te brengen’

Op clubniveau fluit Eric Braamhaar al wedstrijden in de Champions League. Nu hoopt de scheidsrechter op het Nederlandse ticket voor het Europees kampioenschap in 2008.

Eric Braamhaar (41) behoort tot de top van de internationale scheidsrechters. Vandaag wordt bekend of hij mag fluiten op het EK van 2008. Hij en collega Pieter Vink, de enige twee Nederlandse kanshebbers, strijden om één ticket. Onlangs leidde hij de Champions-Leaguewedstrijd Sevilla-Arsenal. Veertigduizend toeschouwers, miljoenen televisiekijkers en twee elftallen miljonairs zagen hoe de scheidsrechter topcoach Arsène Wenger van Arsenal van het veld stuurde omdat die herhaaldelijk te ver de dug-out uitkwam.

Twee dagen later zit de scheidsrechter in een eetcafé in zijn geboorteplaats Rijssen in Twente. Hij poogt er jonge voetballers enthousiast te maken voor het fluiten. Zieltjes winnen dus, of ‘promotionele werkzaamheden’, zoals werkgever KNVB het noemt. Braamhaar doet dat 20 uur per week, naast het fluiten. En hij traint wekelijks drie keer. Duurlopen, sprinten, fietsen en fitnessen, thuis in het sporthonk.

Druk? „Ach, meer dan je best kan je niet doen, zeiden we vroeger thuis”, aldus de ‘nuchtere Twent’ Braamhaar. „Dat helpt relativeren.”

Kunt u gedurende een wedstrijd ook relativeren?

„Jawel hoor. Als ik een beslissing neem, dan sta ik daar voor de volle honderd procent achter. Meer kun je niet doen. Na de wedstrijd wil ik in de spiegel kunnen kijken en zeggen dat ik er alles voor gedaan heb. Natuurlijk zit ik er ook wel eens naast. Zoals bij Arsenal-Sevilla. Een verdediger raakte de bal. Hands, dacht ik. Ik floot, dacht aan een penalty. ‘Eric, wat doe je nu? Dat was geen hands!’ riep de grensrechter door de headset. Dus gaf ik een scheidsrechtersbal in plaats van penalty. Het hele stadion op z’n kop. Dan zak je door de grond.”

Hoe herneemt u zich op zo’n moment?

„Je hoopt stiekem dat er vlug een overtreding wordt gemaakt, en dat je de agressie kwijt kunt op de fluit. En ik praat tegen mezelf. ‘Nou kort houden. Scherp blijven.’ Of ik moedig mezelf aan. Zoals tijdens PSV-Ajax, vorig seizoen. Maakte ik zo’n vuistgebaar na een goal van Ajax, omdat ik de voordeelregel goed had toegepast. Als team (scheidsrechter, twee grensrechters, assistent, red.) coachen we elkaar ook, door de headset. ‘Vasthouden die lijn!’ zegt de grensrechter dan. Of: ‘Goed gedaan, Eric.’ In de rust en na afloop analyseren we samen de wedstrijd. Zag je het zoals ik het zag? Hoe had jij dat aangepakt? Dan rijd ik naar huis, en speel de wedstrijd in mijn hoofd nog een paar keer over.”

Herstelt u snel na een wedstrijd?

„Na een wedstrijd slaap ik steevast een nacht niet. Te veel wedstrijdspanning in mijn lijf. Als ik thuiskom, meld ik me eerst bij mijn vrouw en ga dan een uurtje zappen. Daarna ga ik naar mijn fitnesshonk. Daar klim ik op de spinbike en gooi mijn spieren los. Of ik zet de sauna aan. En rond een uur of vier, vijf kruip ik in bed. Daar lig ik dan een paar uur te dommelen. Om half negen klopt de masseur aan, en begint een nieuwe dag. De volgende nacht lig ik al om half elf in bed. Alle andere nachten slaap ik fantastisch.”

Hoe combineert u het werk met het gezin?

„Mijn vrouw werkt twee halve dagen. En mijn geluk is dat ik mijn werk grotendeels zelf kan indelen. Overdag probeer ik van huis uit werk te doen voor de KNVB. Voetbalverenigingen leven ’s avonds, dus dan ben ik wel vaak de deur uit. Mijn dochter van negen klaagt daar wel eens over. ’s Ochtends maak ik het goed, dan breng ik haar altijd naar school. Dan vraag ik haar weleens: Hoeveel papa’s zie je hier nu op het schoolplein?”

En het weekeinde staat geheel in het teken van de komende wedstrijd?

„Zaterdag sta ik langs de kant als mijn oudste dochter voetbalt. Neem ik de jongste (3 jaar) mee. Dan kom ik tot rust. ’s Zondags, als ik niet hoef te fluiten, gaan we vaak met z’n allen naar het zwembad. En we gaan soms naar de kerk. Daar zet ik alles op een rij. Soms hoor ik een inspirerend verhaal, dan weer dwaal ik af en kijk ik wat rond. ”

De telefoon gaat. Oud-scheidsrechter René Temmink aan de lijn. Ze praten uitgebreid over Arsenal-Sevilla en Wenger die, nadat hij was weggestuurd, plots weer naast het veld stond.

Uw klankbord?

„Hij is mijn coach. We praten over elke wedstrijd na. Hij vond dat ik het spel had moeten stilleggen om Wenger nog een keer weg te sturen. Maar ik wilde me juist focussen, was met het spel bezig. Maar goed. Zo verwerk ik een wedstrijd.”

Hoe bestendig bent u tegen stress?

„Ik ben niet gauw van slag te brengen, hoor. Als zoiets in een wedstrijd gebeurt, moet ik me blijven concentreren. Ik zie het zo: boven in mijn hoofd zit een la. Als ik tijdens de wedstrijd een probleem heb, stop ik het daarin. Direct na de wedstrijd gaat die la open en haal ik het probleem eruit. Dan bespreek ik het met mijn assistenten.”

En als die la nu per ongeluk toch open schuift?

„Nee, dat kan niet. Die la zit dicht en blijft dicht. Tijdens het spel kan ik er geen probleem bij hebben.”

Dan overheerst de ratio?

„Ik ben een emotioneel persoon, hoor. Maar doordat ik scheidsrechter ben, neem ik wel bagage mee naar de realiteit. Op straat of op vakantie word ik wel eens uitgescholden. Homofiel of een kankerlijer. Daar word ik niet warm of koud van. Ik reageer ook niet. Ga me niet tot hun niveau verlagen. Maar soms komt de ellende wel heel dichtbij. Kreeg ik dreigtelefoontjes na mijn eerste PSV-Ajax, in 2003. In mijn enthousiasme liet ik doorspelen, zag ik te veel overtredingen door de vingers. Het spel werd steeds harder, en bij een schop van Rafael van der Vaart greep ik in. Rood. Belden fans me op. ‘Heb je de planken al besteld?’ Maar dat ging nog over mij. Pas toen ze iets zeiden over mijn familie, liepen de rillingen me over de rug. Wat ze dan zeiden? Dat houd ik liever voor mezelf.”

Hoe laadt u zich dan weer op voor een volgende wedstrijd?

„Ik moet gewoon blijven fluiten. Dan slijt zo’n voorval weg. En ik kreeg het vertrouwen van de KNVB. Dat hielp. Voor mijn ontwikkeling is dat incident heel goed geweest. Je leert afstand nemen van het voetbal, en beseft dat je gezin veel belangrijker is. Kijk, uiteindelijk voel ik me verrijkt door het fluiten. Dat probeer ik ook door te geven aan de jonge scheidsrechters. Jij loopt tussen 22 spelers die hard voor die wedstrijd hebben getraind. Jij kunt je stempel erop drukken. En als je het goed doet, krijg je schouderklopjes, zelfs van de verliezende partij. Dat geeft voldoening.”