Iedereen in ’t Zandt is blij, vooral de eerste verdachte

Vooral de ex-brandweerman in ’t Zandt is opgelucht. „Ik was toch voor veel mensen verdachte”, zegt Martin Knol (46). Hij raakte precies een jaar geleden zijn baan kwijt toen de brandweerkazerne in het dorp werd gesloten – een bezuinigingsmaatregel van de gemeente Loppersum.

De afgelopen vier maanden werd achttien keer brand gesticht in en rond het dorp op het platteland van Noord-Groningen. Gisteravond arresteerde de politie een 20-jarige man uit ’t Zandt en een even oude vrouw uit Uithuizen, zo werd vanmiddag bekendgemaakt.

„Ik werd erop aangekeken, ja. Ik ben heel blij dat het voorbij is.”

Morgen is alles weer normaal in ’t Zandt, een dorp van negenhonderd zielen dat zichzelf de afgelopen maanden cynisch omdoopte tot Brandend ’t Zandt. „Een paar weken geleden liepen hier veertig, vijftig politiemensen over straat, verdekt en niet verdekt. Je kon ze er zo uitpikken. Ze hadden het hele dorp overgenomen”, zegt Knol.

De brandstichtingen, in schuren en woonhuizen, hielden de kleine gemeenschap maandenlang in een houdgreep, zegt caféhouder Raymond Melessen. „Iedereen lette constant op elkaar. Het ging om kleine dingen. Je was steeds alert, bijvoorbeeld als je iets vreemds dacht te ruiken. Of er belde iemand aan omdat hij iets had zien flikkeren achter een gordijn. Dat bleek dan gewoon een kaarsje.” Ook iemand die ’s avonds de hond nog even uitliet werd extra bekeken. „Alles was verdacht”, zegt Melessen. „Het werd een soort spel.” Hij was in september zelf bijna slachtoffer. Hij ontdekte een brandje in zijn schuurtje, maar hij was er snel bij.

Alle bewoners hadden een idee wie de dader was. Ook Melessen had een lijstje met twee of drie potentiële verdachten. Hij is niet verbaasd over de aanhouding van een van de verdachten, die aanvankelijk ook regelmatig zijn café bezocht. „Hij stond op het lijstje. Hij had meer op zijn kerfstok, vernielingen, inbraakjes.”

De verdachten waren „bijna op heterdaad” betrapt, liet de politie vanmiddag weten. Ze waren een schuurtje ingegaan en, zo had een agent gezien, lieten een kaars met brandend materiaal achter.

„Het was een heel geslepen kereltje”, zegt een 77-jarige inwoner van ’t Zandt die niet met zijn naam in de krant wil. „Anders heb ik straks geen raam meer in het huis.” Dat het vier maanden duurde voordat de politie een verdachte oppakte, verbaast eigenlijk niemand in ’t Zandt. „Ik begrijp dat wel. Je kunt niet zomaar iemand oppakken in zo’n kleine gemeenschap”, aldus Melessen.