Het gebouw is niet ziek meer

Ziektes onder werknemers volgen trends: de muisarm is alweer op zijn retour.

Zijn het nu fysieke aandoeningen of zit het tussen de oren?

Nog niet zo lang geleden beheerste het sick building syndrome (sbs) de werkvloer van menig bedrijf. Hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, het waren slechts enkele van de klachten die duizenden werknemers in Nederland in de jaren negentig in de ban hielden. De vermeende oorzaak: slechte ventilering en verouderde verwarming of airconditioningsystemen. Opvallend genoeg komt de aandoening nauwelijks meer voor in de behandelkamers van keuringsartsen.

Een dergelijke opmerkelijke trend geldt niet alleen voor het sbs. Ook rsi, de bewegingsaandoening die het gevolg zou zijn van (met name) te veel computergebruik en die meestal leidt tot klachten in rug, nek, handen en polsen, is op zijn retour. Uit cijfers van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) blijkt dat de repetitive strain injury – ook wel muisarm, Nintendoduim of Blackberryduim (naar de zakcomputer die bij managers populair is) genoemd – al zes jaar achtereen steeds minder Nederlandse werknemers treft.

Waarom deze ziektebeelden komen en gaan zoals ze doen is het onderwerp van een gevoelige discussie. Cees Renckens, gynaecoloog en voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, stelt dat rsi en sbs – naast een hoop andere hedendaagse ziektebeelden overigens, waaronder fibromyalgie (pijn op allerlei plekken in het lichaam), het chronische vermoeidheid syndroom ME, burn-out en ops (een ziekte onder schilders die het zenuwstelsel aantast), ‘modeziektes’ zijn: aandoeningen die plotseling opspelen en die weer net zo snel uit artsenpraktijken verdwijnen. Bovendien zouden de klachten psychisch van aard zijn. En juist daarom kunnen de ziektebeelden snel uit het zicht verdwijnen. „Mijn theorie is dat als niemand er meer in gelooft, dit soort aandoeningen eigenlijk uitsterven”, aldus Renckens.

Maar mensen met klachten en met name ook de patiëntenverenigingen vinden dit grote nonsens. „Want”, zeggen zij, „we zijn toch niet gek?” Zij wijten de terugval in rsi en sbs dan ook vooral aan preventieve maatregelen (zoals het verplicht stellen van ergonomische werkplekken op de werkvloer). Die weer het gevolg zijn van de toenemende aandacht voor de ziektebeelden.

Tussen de oren of niet, feit blijft dat veel van deze nieuwe aandoeningen door merkwaardigheden zijn omgeven. Wat rsi betreft was Nederland bijvoorbeeld een eiland tussen Duitsland, België en Groot-Brittannië. Nog saillanter: in Australië werd in de jaren negentig besloten dat rsi geen reden meer was om in aanmerking te komen voor een uitkering. Prompt verdween de aandoening uit de behandelkamers.

Een ander klachtenpatroon, bekkeninstabiliteit, kwam vooral voor in Nederland en Scandinavië. In België bleef het vrij onbekend. En nadat een whiplash na een ongeluk in de VS geen grond meer was voor een schadeclaim kwam het vrijwel niet meer voor.

Patiëntenverenigingen erkennen wel dat de oorzaak van veel van de genoemde ziektebeelden meer en meer in de neurologische hoek moeten worden gezocht. Maar ze stellen ook dat nog niet is bewezen dat de ziektebeelden 100 procent psychisch zijn. Voor fibromyalgiepatiënte Rianny van den Berg is cognitieve gedragstherapie in elk geval niet uitgesloten. Of de ziekte tussen haar oren zit? „Dat zou best het geval kunnen zijn.”