Gemeenschap springt bij

De ingreep van de Europese Centrale Bank, gisteren, toont hoe groot de crisis is op de geldmarkt. De burger betaalde de noodoperatie. Ongevraagd.

Schrik niet: u heeft gisteren meer dan duizend euro geleend aan uw bank, tegen voorwaarden waaronder uw bank die nimmer aan u zou lenen. De Europese Centrale Bank (ECB) stelde in een noodoperatie 348 miljard euro beschikbaar aan de commerciële banken om hen zonder kleerscheuren het einde van het jaar door te helpen. Zonder lastige vragen. Voor de ruim 300 miljoen inwoners van de eurozone komt dat per hoofd dus neer op een fors bedrag.

De noodoperatie van de ECB laat zien hoe precair de situatie is op de kredietmarkt. Sinds in de lente van dit jaar het kaartenhuis begon te wankelen dat banken hebben gebouwd van uiterst complexe financiële constructies – veelal op basis van Amerikaanse hypotheekleningen – komt de internationale bankwereld het bedrag tekort dat zij de afgelopen jaren kunstmatig heeft geschapen. Stof werd papieren rijkdom, maar dreigt voor een deel weer te vergaan tot stof. De gemeenschap, in de vorm van de centrale bank, moet bijspringen. Want niemand kan en wil zich een ‘systeemcrisis’ permitteren waarbij het banksysteem in het ongerede raakt.

De 348,6 miljard euro die nu in het bankensysteem is gepompt, is écht geld dat banken van de ECB lenen. Ter nuancering: in het verkeer tussen de centrale bank en de commerciële banken gaan normaal tientallen en soms honderden miljarden euro’s om. Maar de noodlening van gisteren is wel bijna twee maal zo hoog als normaal, was tegen minimale voorwaarden en zonder limiet. Als begin januari de termijn van twee weken verstreken is, waartegen is geleend, dan moet het geld voor een belangrijk deel gewoon weer terug. Dat vergt dan wel dat de huidige acute fase van geldtekort bij banken is gekalmeerd, en dat weet niemand. Het noodkrediet van de ECB biedt uitstel, geen oplossing.

Het monetaire beleid van de ECB werkt in grote lijnen als volgt. Commerciële banken zijn verplicht een deel van hun geld bij de centrale bank te stallen. Dat geld moeten zij vervolgens weer teruglenen. Door de hoogte van de rente op dat terug te lenen geld vast te stellen, de zogenoemde basis-herfinancieringsrente, bepaalt de ECB hoe ‘duur’ geld is. Deze officiële rente is nu 4 procent. Banken lenen dus in feite hun eigen geld terug en moeten daar onderpand voor inleveren. Dat zijn onder normale omstandigheden stevige effecten, zoals staatsleningen.

Vervolg Kredietcrisis: pagina 15

Op de geldmarkt heerst flinke stress

Mochten banken nu tijdelijk geld over hebben, dan is het de bedoeling dat zij eerst bij andere banken kijken of die misschien tekorten hebben. Als zij daar hun overtollige geld niet kwijt kunnen, mogen ze het altijd stallen bij de ECB, maar dan wel tegen een zeer lage vergoeding: deze ‘depositorente’ bedraagt maar 3 procent. Banken die geld tekortkomen, moeten ook eerst bij elkaar aankloppen. Mochten ze daar niet terecht kunnen, dan kunnen ze lenen bij de ECB, maar wel tegen een zeer hoge noodrente, de ‘marginale’ rente, nu 5 procent.

Dit elegante systeem garandeert onder normale omstandigheden dat er in het bankensysteem nooit veel geld over of tekort is. Maar de kredietcrisis heeft er voor gezorgd dat banken elkaar niet meer vertrouwen en erg terughoudend zijn om aan elkaar te lenen. Daarnaast hebben banken die complexe investeringen in hypotheekeffecten buiten hun balans, in aparte firma’s, hadden ondergebracht tóch de plicht om die investeringen te financieren als de nood aan de man komt. Ook daar is geld voor nodig. Het einde van het jaar maakt bovendien dat banken hun overschot liever voor zichzelf houden.

Banken met tekorten kunnen nergens meer terecht en de rente op onderlinge leningen schoot vrijdag tot boven de 4,92 procent. Dat is heel dichtbij de officiële noodrente van 5 procent en een teken van flinke stress. De ingreep van gisteren, waarbij de banken ongelimiteerd hun gang mochten gaan tegen 4,21 procent, bracht het interbancaire markttarief terug tot 4,4 procent.

Om het nog ingewikkelder te maken, zijn er verschillende geldmarkten. Banken lenen van dag tot dag, maar hebben geld nodig voor allerlei termijnen, van twee weken, een maand of drie maanden. De ECB schrijft dan ook beleningen uit met verschillende looptijden. Ook de vrije geldmarkt kent tal van termijnen. Maar grote delen van deze markt functioneren nu niet of gebrekkig. Banken vertrouwen alleen nog op hun Geldschepper: de centrale bank.

Het vergt van de beleidsmakers in Frankfurt dan ook een haast bovennatuurlijk inzicht op welke termijnen er geldtekorten ontstaan. In de huidige kredietmarkt is de situatie hoogst onoverzichtelijk, precies de reden waarom banken elkaar niet meer vertrouwen. Extra kredieten van de ECB lossen de problemen wel tijdelijk op. Maar de oorzaak - de chaos die de bankwereld met zijn innovatieve en speculatieve kredietbeleggingen heeft gemaakt van het internationale financiële systeem -wordt er niet door weggenomen.

2008 krijgt een turbulent begin.

Breaking views: pagina 19