Franser dan Julie Delphy kan niet

2 Days in Paris. Regie: Julie Delpy, Adam Goldberg. In: 7 bioscopen.

Twee dagen in Parijs. Een man en een vrouw. Meer heeft de liefde niet nodig. En het uit de hand lopen van een romance ook niet trouwens, blijkt met inzicht en brille uit de in inktzwarte humor gedrenkte dialogen in het regiedebuut van de Franse-Amerikaanse actrice Julie Delpy (Parijs, 1969). In Nederland is zij vooral bekend door het über-romantische tweeluik Before Sunrise (1995) en Before Sunset (2004) dat zij samen met regisseur Richard Linklater en acteur Ethan Hawke maakte. Beide films draaien om de ‘brief encounters’ (naar de oerfilm in dit genre van David Lean uit 1945) tussen twee mensen die in de hoopvolle ogen van de toeschouwer niet anders dan voor elkaar bestemd kunnen zijn. Maar doordat hun parallelle universa nèt niet synchroon lopen, zullen zij elkaar nooit krijgen. Of misschien wel trouwens, want Linklater, Hawke en Delpy hebben beloofd ergens in 2013 met een derde deel te komen. Ondertussen varieerde Delpy met succes op dit thema in een film die ze zelf schreef, regisseerde, monteerde en van muziek voorzag. En ze speelde er zelf de hoofdrol in, van een Parijse fotografe die op terugreis uit Venetië met haar New Yorkse echtgenoot even Parijs aandoet. Een mislukte vakantie, een ingeslapen huwelijk (wat liggen die twee lekker naast elkaar te snurken in de nachttrein uit Italië die aan het begin de film inrijdt), een stel geschifte ouders (gespeeld door Delpy’s eigen vader en moeder) en een stad met op elke straathoek een ex. Een gewone man zou er al kortademig van worden, maar Adam Goldbergs Jack, die in neuroses niet voor Delpy’s Marion onderdoet, krijgt het er Spaans benauwd van. De vergelijking met Woody Allen en Diane Keaton in Manhattan ligt voor de hand. Maar Delpy introduceert nog een derde partij: de camera, die in haar Franse variant op de screwball comedy zowel indringer is als verteller, rivaal als huwelijkstherapeut. Steeds duikt hij daar op waar de twee hoofdpersonen net even samen lijken te mogen zijn. Delpy gunt ze geen rust. Ook niet in haar voice-over, die half vanuit autobiografisch, half vanuit het perspectief van haar personage lijkt te zijn ingesproken. Franser dan dit kun je een grotendeels Engels gesproken film niet krijgen. Grappiger ook niet vaak.