Fonds als tussenstap tussen subsidies en banken

Kamerlid Halsema kijkt met bewondering naar het Belgische CultuurInvest dat geld steekt in musicals, exposities, muziek en games. „Wij geven geen subsidie maar financieren.”

De kunsten kunnen altijd meer geld gebruiken. Het succesvolle Triodos Cultuurfonds maakte maandag bekend voor 350 miljoen euro aan aanvragen te hebben ontvangen - er valt ‘slechts’ zestig miljoen euro te verdelen. Tweede Kamerlid Femke Halsema (GroenLinks) vroeg eergisteren dan ook tijdens de behandeling van de cultuurbegroting aan minister Plasterk (Cultuur, PvdA) of Nederland niet een investeringsfonds voor de kunsten zou moeten hebben. Ze wees daarbij op België, waar zo’n fonds al langer bestaat.

„Goed nieuws”, noemt Evelien Deceuninck, investeringsmanager van het Belgische CultuurInvest, die vraag. „Het sterkt ons in ons eigen geloof.”

CultuurInvest is in 2006 opgericht door de Vlaamse minister van Cultuur Bert Anciaux, met steun van Economische Zaken en Financiën. In een jaar tijd ontving de organisatie 120 aanvragen; twintig zijn er inmiddels goedgekeurd, waaronder de theaterproductie Cyrano de Bergerac, de musical Suske & Wiske en de Circusbaron, zanger Gabriel Rios en een expositieruimte in Antwerpen.

CultuurInvest is ondergebracht bij de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV), een zelfstandig bedrijf waarvan de aandelen in handen zijn van de Vlaamse gemeenschap. Het startkapitaal van 20 miljoen euro komt voor de helft van de overheid, de andere helft bestaat uit obligatieleningen van grote banken. Die banken steunen op deze wijze cultuur zonder risico te lopen; CultuurInvest zelf loopt dat risico wel.

De organisatie geeft geen subsidie, maar financiert. Deceuninck: „Een project moet voor ons rendabel zijn. Onze middelen moeten terugkomen om ze opnieuw in de cultuurindustrie te investeren. Dat vergeten mensen wel eens.”

Ook Nederland kende al eens zo’n ‘cultuurinvesteerder’. De Participatiemaatschappij, in 2000 opgericht door onder anderen directeur Melle Daamen van de Amsterdamse Stadsschouwburg, cultuuradviseur Han Bakker en ondernemer Paul Hermanides, had een startkapitaal van vijf miljoen gulden. Volgens Daamen mislukte de Participatiemaatschappij door de lange duur van de investeringen en de forse begeleiding voor de projecten. Daardoor stegen de overheadkosten en bleef het rendement te laag.

Het Belgische CultuurInvest kent drie manieren om steun te verlenen. De eerste, en de eenvoudigste, is een korte lening (twee à drie jaar) De tweede is een achtergestelde lening voor langere termijn (tot zeven jaar). De derde ten slotte, is het kopen van aandelen in het bedrijf of project dat wordt ondersteund – de meest ingrijpende vorm van steun. De verleende steun ligt altijd tussen de 50.000 en 500.000 euro.

Computerbedrijf Tale of Tales kreeg een lening voor het ontwikkelen van een nieuwe game. „Zij maken met beperkte budgetten games, niet te vergelijken met de grote games voor Nintendo”, aldus Deceuninck. „Hun pc-spellen kun je online downloaden. En als het project flopt, betaalt de onderneming de lening terug.”

Een modeontwerper, bijvoorbeeld, kan voor de financiering van nieuwe collecties een beroep doen op CultuurInvest. Deceuninck: „Met een achtergestelde lening kunnen we zo’n bedrijf structureel steunen.”

Ten slotte kan de organisatie ook aandeelhouder worden en in de raad van bestuur plaatsnemen. CultuurInvest houdt de ondernemingen waar het in investeert nauwlettend in de gaten. „Voor de kapitaalparticipaties gaan we naar vergaderingen van de raad van bestuur. We adviseren en stellen ons netwerk ter beschikking. We gaan niet het bedrijf leiden.”

Uiteindelijk wil Cultuurinvest de aandelen verkopen: „De winst is ons rendement.”

De Music Hall Group heeft al verschillende projectfinancieringen voor nieuwe producties ontvangen, zoals voor Cyrano de Bergerac, Peter Pan en Suske & Wiske en de Circusbaron. „We worden terugbetaald uit de kaartverkoop. We dragen ook bij aan het kleine musicalgezelschap Judas. Ons eerste project was de financiering van de kunstgalerij Office Baroque in Antwerpen, met een achtergestelde lening. Het was een plan van twee mensen met veel ervaring in de sector. Hun probleem en ons bestaansrecht is dat banken typisch op zoek zijn naar grote investeringen. En anderzijds is het risico in de culturele sector hen te groot.”

„Wij zijn de tussenstap tussen subsidies en banken. We vragen nooit persoonlijke zekerheden aan de ondernemers, maar wel iets meer rente dan een bank, tot vier procent boven de verplichte Europese rentevoet.”