Europees shoppen voor O-benenoperatie

De Europese Commissie presenteert plannen voor grensoverschrijdende zorg.

Maar lidstaten staan vaak huiverig tegenover Europese bemoeienis met de zorg.

Door Dolf de Groot

Geen toestemming meer hoeven vragen aan de nationale zorgverzekeraar voor bijvoorbeeld een hart- of heupoperatie in andere lidstaat van de Europese Unie, maar met een verwijsbriefje gewoon een buitenlands ziekenhuis binnenstappen. Dat is een onderdeel van de nog vertrouwelijke en voorlopige ontwerprichtlijn over grensoverschrijdende gezondheidszorg van de Europese Commissie.

In dit voorstel voor een Europese wet, dat eurocommissaris Markos Kyprianou (Gezondheid) vanmiddag in Brussel zou presenteren, staat dat iedereen in de Europese Unie recht moet hebben op de ziekenhuisopnames waar men in eigen land ook aanspraak op kan maken. De richtlijn moet volgens de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, patiënten rechtszekerheid bieden over wanneer zij recht hebben op vergoeding van opnames in het buitenland. De nationale zorgverzekeraar betaalt overigens het bedrag dat voor de behandeling in het thuisland staat. Spoedeisende zorg en buitenlandse behandelingen zonder opname worden al langer vergoed.

Gezondheidszorg is in de EU een fel verdedigde nationale aangelegenheid. De Europese Commissie baseert de voorstellen echter op verschillende uitspraken van het Europees Hof van Justitie. Deze arresten hebben de afgelopen jaren vergoedingen van grensoverschrijdende gezondheidszorg afgedwongen, waarna steeds meer mensen er gebruik van maakten. Het Hof baseert zich in de uitspraken op het Europese principe van vrij verkeer, dat in veel gevallen ook voor patiënten moet gelden. De Europese Commissie wil met de vandaag te presenteren richtlijn de uitspraken van het Hof omzetten in regels.

Een ander belangrijk onderdeel van de Brusselse plannen, waarover de EU-lidstaten uiteindelijk hun oordeel moeten geven, is dat volgens de Europese Commissie met de richtlijn duidelijk wordt welke lidstaat er in welke situatie verantwoordelijk is voor de kwaliteit en de veiligheid van grensoverschrijdende gezondheidszorg.

De voorlopige richtlijn maakt wel het voorbehoud dat lidstaten toch kunnen eisen dat hun inwoners vooraf toestemming vragen om in het buitenland te worden opgenomen. Dan moet het land wel aantonen dat het zorgverkeer de financiering en kwaliteit van de nationale zorg aantast.

André Meijer, programmaleider van de studie European Public Health van de Universiteit Maastricht, verwacht dat als de richtlijn in de huidige vorm daadwerkelijk wordt geaccepteerd door de EU-landen, er veel gebruikgemaakt zal worden van de uitzonderingspositie. „Lidstaten staan vaak zeer huiverig tegenover grensoverschrijdende gezondheidszorg, omdat het financiële consequenties kan hebben.” De maatregelen kunnen ook als bemoeienis vanuit Brussel worden ervaren.  

Meijer schetst dat vooral in Europese grensregio’s het zoeken van zorg over de grens populair is. „Soms is wel 40 procent van de ziekenhuisopnames daar grensoverschrijdend, tegenover een Europees gemiddelde van 1 procent.” Hij wijst op problemen die door de richtlijn zouden kunnen ontstaan in armere lidstaten. „Een land als Polen moet dan de opnames van Poolse patiënten in bijvoorbeeld Duitsland betalen.”  

Christine Rompa van Achmea, dat na de aanstaande fusie met Agis de grootste zorgverzekeraar van Nederland wordt, verwacht net als Meijer niet dat Nederlandse patiënten massaal buitenlandse ziekenhuizen opzoeken. „Het zal gaan om specialistische zorg in grensregio’s, specifieke behandelmethodes of afhangen van het bestaan van wachtlijsten”, aldus Rompa. Met de geplande afschaffing van de toestemming ziet zij nog een informatierol voor de Nederlandse zorgverzekeraars: „Behandelingen in het buitenland kunnen fors hoger uitvallen.” Zonder toestemming worden die niet vergoedt.

André Meijer betwijfelt of de voorstellen in goede aarde zullen vallen bij de lidstaten. „Grensoverschrijdende zorg kent juridische leegtes, dat klopt. Maar Brussel zal zich tijdens het ratificeren van het Hervormingsverdrag in de lidstaten niet impopulair willen maken als grote bemoeial. Dan zet de Commissie de plannen liever op een laag pitje.”