Eindelijk groen licht, na half jaar denken

De vertrekdatum van Nederland uit Uruzgan ligt onwrikbaar vast. Dus kon de Tweede Kamer gisteren instemmen met verlenging van de militaire missie.

Gesteund door een comfortabele meerderheid in de Tweede Kamer, kan het kabinet de grootste militaire uitzending sinds de politionele acties in Nederlands-Indië na 1 augustus volgend jaar voortzetten. Nederland blijft tot 1 augustus 2010 met 1.000 tot 1.100 militairen in de zuidelijke Afghaanse provincie Uruzgan en zal op 1 december van dat jaar volledig zijn vertrokken.

Behalve de drie regeringspartijen CDA, PvdA en ChristenUnie gaven ook VVD en SGP gisteravond tijdens het afrondende debat in de Tweede Kamer steun aan de missie, die tot nu toe aan twaalf Nederlandse militairen het leven heeft gekost. Het zijn dezelfde partijen die begin 2006 akkoord gingen met de deelname van Nederland aan de NAVO-operatie ISAF in Uruzgan. Tegelijk is, door de gewijzigde krachtsverhoudingen tussen de partijen, het aantal Kamerleden tegen een Nederlandse troepenuitzending nog nooit zo groot geweest: 47.

Niettemin, er is een tweederde meerderheid, en dat is politiek van belang. Beslissingen van dit kaliber, waarbij Nederlandse militairen op een levensgevaarlijke missie worden gestuurd, neemt een kabinet nu eenmaal liefst met zo breed mogelijke steun. Maar twee jaar geleden kreeg het besluit over de eerste uitzending naar Uruzgan extra gewicht door de deelname van de minister-president en alle fractievoorzitters aan het debat. Gisteren, toen het om verlenging ging, was het al een gewoon debat. Zonder premier, zonder de meeste fractievoorzitters.

Bijna zes maanden liggen er tussen het tweeregelige briefje van het kabinet van 29 juni dit jaar, waarin de mogelijkheid van verlenging voor het eerst formeel werd geopperd, en de instemming van de Tweede Kamer gisteren. Dat de missie op de afgesproken datum van 1 augustus volgend jaar zou worden beëindigd, was na het bewuste ‘kennisgevingsbriefje’ eigenlijk uitgesloten. Hoewel vanuit het kabinet steeds werd gezegd dat alle opties openstonden – vertrekken, voortzetten of gewijzigd voortzetten – was die eerste mogelijkheid vanaf dat moment niet meer realistisch. Het ging in werkelijkheid slechts om de modaliteiten van voortzetting van de missie. Naarmate meer landen werden aangezocht om Nederland in Uruzgan te assisteren, werd het voor Nederland zelf moeilijker om te vertrekken.

Van die wetenschap hebben de bondgenoten dankbaar gebruik gemaakt. Niemand stak zijn vinger op om Nederland volgend jaar af te lossen. Na een moeizame bedeltocht zullen de Nederlanders – afgezien van de 900 Australiërs met wie nu al in Uruzgan wordt opgetrokken – het moeten doen met de qua omvang bescheiden assistentie van Fransen, Tsjechen, Slowaken, Hongaren en wellicht een contingent Georgiërs.

„Teleurstellend”, noemde Tweede Kamerlid Martijn van Dam (PvdA) het gebrek aan medewerking van de NAVO-partners. Daarmee vertolkte hij het gevoel van het grootste deel van de Kamer. „Dit gebrek aan solidariteit is schadelijk voor de NAVO en creëert een schijnveiligheid voor de bevolking van Uruzgan”, zei D66-fractievoorzitter Pechtold.

Belangrijker dan twee jaar voortzetting van de Nederlandse missie in één van de meest gewelddadige provincies van Afghanistan was voor de Kamer dat ze op 1 december 2010 hoe dan ook afgelopen is. Voor vier van de vijf partijen die steun uitspraken, was deze onwrikbare einddatum en absolute voorwaarde. Alleen de SGP vond dat er wel wat soepeler mee omgegaan had mogen worden.

Belangrijk voor de Tweede Kamer was ook dat de missie werkelijk wat bereikt, en dat het niet louter om vechten gaat. Minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) gaf die garantie: „Nederland kan een verschil maken. Als de regering die overtuiging niet had gehad, dan had zij niet besloten zo veel moedige mannen en vrouwen naar Uruzgan en Afghanistan uit te zenden’’, zei hij. Volgens minister Eimert van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) is Nederland op weg „naar de enig juiste exitstrategie”. Die is dat de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het land door steeds meer training en begeleiding wordt overgedragen aan de Afghaanse veiligheidstroepen. Maar dat er gevochten zal blijven worden, daarvan is ook minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) overtuigd. „Zonder militaire paraplu was noch in geheel Afghanistan, noch in Uruzgan deze mate van voortgang mogelijk. Er bestaat geen oplossing die uitsluitend militair van aard is en geen oplossing die uitsluitend politiek van aard is”, zei hij tot de critici van GroenLinks en de SP.

De VVD, bij het besluit over de uitzending van de militairen zelf in de regering, blijft achter de missie staan. Aan de belangrijkste voorwaarde van de liberalen is voldaan: de extra kosten van de operatie gaan niet ten koste van het budget van Defensie. Kamerlid Hans van Baalen: „De VVD-fractie voert geen oppositie over de ruggen van Nederlandse soldaten.”

Commentaar: pagina 7

Bekijk de chronologie van incidenten tijdens de missie op nrc.nl/uruzgan

Rectificatie / Gerectificeerd

Uruzgan

In het overzicht van de partijstandpunten over de missie naar Uruzgan (19 december, pagina 3) staat dat volgens GroenLinks vrede, veiligheid en democratie verder weg zijn dan zestien jaar geleden. Dit moet zijn zestien maanden geleden, toen Nederland aan de missie begon.