Een vrouw in de top is goed voor het bedrijf

Vrouwen in het bestuur leveren betere bedrijfsresultaten op, wijst onderzoek uit. Toch worden in Nederland weinig vrouwelijke bestuurders benoemd.

Waarom doen bestuurders in Nederland niet wat goed is voor hun bedrijf? Uit een groeiend aantal wetenschappelijke publicaties blijkt dat ondernemingen financieel beter presteren naarmate er meer vrouwen in de top zitten. Maar in de Nederlandse bestuurskamers blijven hun aantallen opvallend laag. ING: 0. Akzo: 0. Unilever: 0. Shell: 1. TNT: 1. Heineken: 0. Philips: 0.

Nederland scoort hiermee onder het Europees gemiddelde. Hoe kan dat? En is die situatie te verbeteren? Vandaag publiceert de commissie-Frijns haar rapport over goed ondernemingsbestuur, met aanbevelingen over diversiteit van het bestuur van bedrijven.

Het grootste struikelblok voor vrouwen zijn de eisen die aan een topfunctie worden gesteld, zo blijkt uit een recent gepubliceerde Europese studie van consultantbureau McKinsey. Een bestuurder moet op elk moment naar iedere uithoek van de wereld kunnen afreizen. En een onderbreking in de carrière, bijvoorbeeld om een kind te krijgen, geldt vaak als een grote min op het cv. Voor vrouwen zijn die eisen lastig te combineren met de gezinstaken, die nog altijd in grote mate op hún schouders rusten. „Zeker in Nederland, waar een sterke moederschapscultus heerst”, zegt Claartje Vinkenburg, universitair docent organisatiegedrag aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en directeur van het Amsterdam center for career research.

Die cultus ziet Vinkenburg overal in terug. Schooltijden zijn hier volgens haar korter dan in veel andere westerse landen, en het aanbod van opvang beperkter. Een oppas mag je maar drie dagen in de week inhuren, au pairs krijgen een verblijfsvergunning voor maximaal een jaar.

Vinkenburg wil dat bedrijven zich soepeler gaan opstellen. „Accepteer een onderbreking van de carrière, en begeleidt vrouwen als ze terug willen komen.” Ook flexwerken moet makkelijker worden. „Als ze hun targets maar halen.”

Een topfunctie in parttime vervullen is echter geen optie. „Dat laat zich niet goed plannen”, zegt Lutgart van den Berghe, die rond de eeuwwisseling gold als de machtigste vrouw in het Nederlandse bedrijfsleven, met commissariaten bij onder meer ING en KLM. Dat vindt ook oud-Philips-bestuurder Adri Baan, nu commissaris bij onder andere Wolters Kluwer, handelshuis Hagemeyer en technologiebedrijf Océ. Maar er moet wel iets gebeuren. „Want je mist nu de helft van je toppotentieel.”

Helaas zijn er in Nederland te weinig geschikte vrouwen, zegt Baan. „Het aantal vrouwelijke kandidaten dat je aantreft op groslijsten van headhunters is heel veel kleiner dan de mannelijke kandidaten. Je mag blij zijn als er 2 of 3 vrouwen bij de eerste 20 zitten.”

Maar volgens Van den Berghe heeft dat eerder te maken met de „mannelijke” definitie die headhunters hanteren voor een topmanager. En mannelijk, dat staat voor: dominant, competitief en op handelen gericht. Terwijl goed leiderschap tegenwoordig ook in verband wordt gebracht met ‘zachtere’ eigenschappen: goed kunnen luisteren, anderen motiveren, niet al te grote risico’s nemen. „Ik wil voorzichtig zijn met stereotypes, maar bij vrouwen gaat het soortelijk gewicht toch iets meer in deze richting”, zegt Van den Berghe. Volgens haar zouden meer vrouwen de top halen als headhunters hun standaardprofiel van de topbestuurder aanpassen.

Voor het bedrijfsleven lijken er alleen maar voordelen als er meer vrouwen doorstromen. Het imago van het bedrijfsmerk verbetert. Vaak stijgt de motivatie van het personeel, en de tevredenheid van de klanten. En hoe meer vrouwen aan de top zitten, hoe beter de financiële resultaten, zo blijkt uit een toenemend aantal publicaties. Het bedrijfsresultaat en de koers liggen soms wel tien procent hoger, vergeleken met bedrijven met een mannenbestuur.

Voorwaarde is wel dat ten minste drie van de tien bestuurders vrouw zijn, zo blijkt uit de McKinsey-studie. Dat cijfer kwam vorig jaar ook al uit een Amerikaans-Canadees onderzoek, de zogeheten critical mass studie. Mannelijke bestuurders nemen de ideeën van vrouwen serieuzer als ze met meer zijn, zo bleek. Van den Berghe: „Als je de enige vrouw bent, worden je ideeën gezien als die van een vrouw, niet van een bestuurder.”

Het verband tussen financiële prestaties en meer vrouwen in de top, kwam ook uit een vorige maand gepubliceerde Finse studie. „Het wil trouwens nog niet zeggen dat de vrouwen de oorzaak zijn van de betere resultaten”, laat econoom Petri Rouvinen, een van de auteurs van de studie, via e-mail weten. Volgens hem zou het ook kunnen dat vrouwen juist posities zoeken in bedrijven die gemiddeld al beter presteren. Of worden vrouwelijk leiderschap en winstgevendheid door een nog onbekende factor verbonden, aldus Rouvinen.

Van den Berghe kan zich voorstellen waarom vrouwen verschil maken. „Ze zijn risico-averser dan mannen, en geven het bedrijf daardoor meer stabiliteit.” Adri Baan erkent het. „Stel, er gebeurt bij een bedrijf al een tijd weinig met de beurskoers, en de bestuurder is een man”, schetst hij. „Het probleem is dat hij dan vindt dat hij iets moet doen, het liefst door grote stappen te nemen. Terwijl dat wel eens riskant kan zijn. De kans dat het ego, of de persoonlijke ambitie in de weg zit, is bij een vrouw minder groot.”

Een bestuur moet ook weer niet louter uit vrouwen bestaan, zegt Van den Berghe. „Want dan verdwijnt de durf en de creativiteit.”