Een heel jaar muntthee in de kast

Deze week ontvangen ruim vijf miljoen werknemers een kerstpakket. Die pakketten worden steeds gekker. Met ragout kun je niet meer aankomen.

De werkgever die echt van zijn personeel houdt koopt zijn kerstpakketten in bij het Londense warenhuis Fortnum & Magnum. Kosten van een doos genaamd Tercenturian Hamper: 30.000 euro. Maar daar zit dan ook al het nodige in voor een geslaagde Kerst. Een blik Beluga kaviaar, flessen Château d’Yquem, Château Latour en Châteaux Margaux, twee paar kasjmier sokken en genoeg foie gras om een gezelschap van 25 gasten tevreden te houden. Leuk extraatje: het pakket wordt met paard en wagen thuisbezorgd.

Zover gaat het in Nederland nog niet, maar ook in ons land stijgt de prijs van een kerstpakket elk jaar. Deze week ontvangen naar schatting ruim 5 miljoen werknemers (tegen 4,7 miljoen vorig jaar) een doos met inhoud van hun werkgever, met een gemiddelde waarde van 34 euro. Dat bedrag is toegenomen, omdat bedrijven sinds 1 januari van dit jaar belastingvrij 70 euro per pakket mogen besteden.

René Roorda van Voorlichtingsbureau Kerstpakketten ziet dat om die reden steeds meer bedrijven „richting de 70 euro kruipen”. De pakketten worden vooral luxer, merkt hij. „Met een blikje ragout of een stukje kaas kun je tegenwoordig niet meer aankomen. Denk eerder aan champagne, exclusieve wijnen en chocola.”

Een klimaatneutraal kerstpakket bestaat volgens Roorda (nog) niet, maar hij ziet wel dat kerstpakketten trends in de samenleving volgen. Zo kwam vorige week het Spaarne Ziekenhuis in Hoofddorp in opspraak omdat het zijn personeel een ‘botoxbon’ cadeau gaf: een waardebon voor de plastisch chirurg. Thema’s als gezondheid en uiterlijke verzorging zijn dit jaar sowieso vaak in kerstpakketten terug te zien. „We zien dat de pakketten met spawater, muntthee of een badjas erin het goed doen”, aldus Roorda.

Ook doepakketten zijn in, zoals het zwart-witpakket met dominosteentjes of het pokerpakket met popcorn, bier en fiches. Belangrijk is dit jaar vooral, in tegenstelling tot vorige jaren, dat er weer eten en drinken in de doos zitten. „Tot voor kort zagen we vaker non-food artikelen of waardebonnen”, vertelt Roorda. „Nu gaat het om luxe etenswaren gekoppeld aan een thema zoals verzorging, een bepaald spel of gezondheid. Daar hoort een kleur bij. Lavendel doet het dit jaar erg goed.”

In de kerstpakkettenindustrie gaat volgens Voorlichtingsbureau Kerstpakketten 127 miljoen euro per jaar om. De branche biedt aan 1.700 mensen werk. Het geven van een kerstpakket is een traditie die alleen in ons land echt voet aan de grond krijgt. Roorda: „In de ons omringende landen krijgen werknemers vaak wel een cadeautje, maar een echt pakket met voedingswaren erin is typisch Nederlands.”

Opvallend genoeg blijkt uit onderzoek van TNS NIPO in de zomer van vorig jaar dat slechts 31 procent de levensmiddelen uit hun kerstpakket een half jaar na ontvangst ook daadwerkelijk opgegeten heeft. Bij de meeste mensen staan de ragoutbakjes en zoutjes nog gewoon in de kast. Liever kiezen ze zelf de inhoud van hun kerstpakket.

„Want mensen hebben alles al, of kunnen alles zo krijgen. Loop maar eens een supermarkt binnen”, zegt Roland Keijzer van Geschenk à la Carte. Zijn bedrijf werkt met een systeem waarbij klanten zelf in kunnen vullen welk geschenk ze graag van hun baas willen ontvangen. „Wat ze in een traditioneel kerstpakket vinden staat een jaar in de kast, waarna het wordt weggemikt”, zegt Keijzer. „Kaasstengels vind je bij ons dus niet.” Wat het wel goed doet dit jaar: de chocoladefontein en de reistassenset. Maar, erkent ook Keijzer, uiteindelijk gaat het niet zo zeer om wat er in de doos zit. Het gebaar is veel belangrijker. „Personeel verwacht er elk jaar veel van. Geen kerstpakket geven kun je als werkgever daarom eigenlijk niet maken.”

Ook volgens Roorda ligt het kerstpakket gevoelig. „Een baas die het ene jaar een doos vol spullen geeft, en het jaar erna een kistje wijn... dat kan eigenlijk niet.” Dat betekent volgens Roorda overigens niet dat het kerstpakket elk jaar weer groter moet zijn. „Maar wel minstens net zo groot als vorig jaar.”