ECB als loodgieter van de geldmarkten

Als het water niet wil stromen, moet je de loodgieter bellen. Als het geld niet makkelijk door het financiële systeem stroomt, moet je de centrale bank bellen. Na vier maanden van min of meer vergeefse pogingen heeft de Europese Centrale Bank (ECB) gisteren opnieuw geprobeerd de liquiditeit van de eurozone aan de gang te krijgen. Het lijkt een zware taak.

De eerste poging om de verstopping te verhelpen kwam op 9 augustus, toen de ECB onbeperkte kortlopende kredieten aanbood tegen een aantrekkelijke rente. Sindsdien heeft de bank diverse maatregelen beproefd – royale voorwaarden ten aanzien van het geoorloofde onderpand bij kortetermijnleningen, veilingen met diverse looptijden.

De jongste maatregel was een bod om aan het eind van het jaar onbeperkte middelen ter beschikking te stellen tegen een rente van 4,21 procent. Dat klinkt misschien niet als een koopje in vergelijking met de officiële rente van 4 procent, maar het is wel maar liefst 70 basispunten goedkoper dan de interbancaire marktrente. De banken haastten zich dan ook om voor 349 miljard euro van deze kredieten af te nemen.

Er kleven wel risico’s aan deze reparatiepogingen. De centrale bank denkt het beter te weten dan de markt door haar eigen rentetarief te hanteren, maar ze kon er wel eens naast zitten. Dan is er het gevaar dat onvoorzichtige banken niet hard genoeg op hun vingers worden getikt. En het noodzakelijke vervolg op deze geldinjectie, het ‘opdweilen’, kan lastig blijken. De banken vinden het misschien een hele opgave om weer naar ‘normale’ omstandigheden terug te keren.

Na vier maanden van proberen is de ECB er nog steeds niet in geslaagd greep te krijgen op het fundamentele probleem. De banken moeten genoeg geld zien te vinden om de zogenoemde conduits en andere speciale beleggingsvehikels te ondersteunen die nu op hun balans verschijnen, nadat ze daar eerder juist steeds buiten zijn gehouden. Aan het eind van het jaar is deze druk nog groter dan anders, omdat geen enkele instelling haar boeken wil sluiten zonder een ruime hoeveelheid geld in kas.

De centralebankiers verdienen wel enige sympathie. Ze moeten proberen het hoofd te bieden aan een stevige omslag op de geldmarkten. Binnen een paar maanden heeft het barsten van de subprime-zeepbel in de Verenigde Staten ertoe geleid dat de banken zijn overgestapt van een zorgeloos op een bijna gierig te noemen geldbeleid.

Edward Hadas