De baas van de schepping

Weinig speekt zo tot de verbeelding als een eenzaam personage, gevangen in een verlaten wereld. Van Robinson Crusoë tot Will Smith als zwarte Verlosser.

Van boven naar beneden: de laatste mens op aarde in speelfilms.Charles Heston in ‘The Omega Man’ (Boris Sagal, 1971),Will Smtih in ‘I’am Legend’ (Francis Lawrence, 2007) en Cillian Murphy in ‘28 Days Later’ (Roddy Doyle, 2003)(foto). 28 Days Later (2002) Scene uit film

Ergens in de jaren zeventig verscheen een kinderboek dat z’n lezertjes opriep om zelf een verhaal te schrijven over ‘De laatste twee mensen in Rotterdam.’ Het was een boek dat als een jeugdversie van Laurence Sternes The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman (1759-1769) vol stond met verhalen en terzijdes, zwarte pagina’s als de hoofdpersonen toevallig even in de kofferbak van een auto waren opgesloten en witte, om zelf verhalen zoals bovenstaande op te schrijven. Bij mijn weten is het een van de weinige keren dat er in een kinderboek gewag werd gemaakt van zoiets als de laatste mens op aarde. Nou ja, de laatste twee dan.

Zou de schrijver ervan zo rond diezelfde tijd The Omega Man (1971, Boris Sagal) gezien hebben, waarin Amerikaanse held Charlton Heston als laatste man door de straten van Los Angeles dwaalt? Of het boek waar die film op is gebaseerd hebben gelezen, I am Legend (1954) van Richard Matheson, een van de invloedrijkste boeken in de moderne filmgeschiedenis? Deze week komt er weer een nieuwe versie van dat aloude apocalyptische verhaal in de bioscopen, met Will Smith als zwarte Verlosser.

Weinig spreekt zo tot de fantasie als het beeld van een eenzaam personage gevangen in een verlaten straat. Of beter nog: een lege stad, waaruit de laatste mens maar net vertrokken lijkt. Het is verlangen en nachtmerrie ineen: Robinson Crusoë te mogen zijn en Adam, heer en meester van je eigen wereld, met als grootste vijanden het onbekende en de eenzaamheid. Die lege straten zijn overigens zelden echt aanlokkelijk. Zelfs bij heel verre en meer esthetisch georiënteerde geestverwanten van het genre als Michelangelo Antonioni (bijvoorbeeld in L’eclisse, 1961) of Tsai Ming-liang (in al zijn films van The River, 1997 tot The Wayward Cloud, 2005) weerspiegelt de doodse stad het existentiële onbehagen van hun hoofdpersonen. Adembenemend angstaanjagend. De wegen, treinen, vensters leiden overal heen – behalve naar een uitweg.

Niet voor niets werd I am Legend begin jaren zeventig al eens verfilmd, middenin de Vietnamoorlog en in een argwanend tijdperk. Eerder was er het Italiaanse exploitatiewerkje The Last Man on Earth/ L’ultimo uomo della terra (1964).

Mathesons boek lag ook ten grondslag aan een filmreeks die beroemder is geworden om de schepsels die het onbekende mochten verbeelden. De zombiefilms van George A. Romero: Night/Dawn/Day/Land/Diary of the (Living) Dead-films (1968-2007). Hoewel die archetypisch-angstaanjagende ‘anderen’ er niet minder bloeddorstig op zijn geworden, laat Romero ze in de meest recente variaties op zijn thema steeds menselijker schijnen. Regisseur Francis Lawrence tovert in de nieuwe variant op I am Legend wrede wezens tevoorschijn, die bijna te snel zijn om met het blote oog te kunnen waarnemen. Hij liet zich daarvoor inspireren door Danny Boyle die in 28 Days Later (2002) Londen bij zonsopgang filmde alsof de bom er net gevallen was en zijn ‘zombies’ infecteerde met razernij. Omgevallen dubbeldekkers, uitgestorven winkels, zinloos in de wind dansend papiergeld, meer had hij niet nodig. Hij hoefde er, vertelde hij, als hij maar vroeg genoeg opstond niet eens straten voor af te zetten.