CPB: stel quota op voor jonggehandicapten

Jongeren met een psychische of een lichamelijke beperking moeten niet door het uitkeringsinstituut UWV, maar door de gemeentelijke sociale diensten worden begeleid bij het vinden van passend werk. Als werkgevers zich niet bereid tonen om deze jonggehandicapten in dienst te nemen, moet het kabinet overwegen om hiervoor verplichte quota in te stellen. Die aanbevelingen doet het Centraal Planbureau (CPB), een van de belangrijkste adviesorganen van het kabinet, in een gisteren uitgebracht rapport.

Volgens ramingen van het UWV, dat de uitkeringsregeling voor jonggehandicapten (Wajong) uitvoert, zullen er in 2040 zeker 300.000 jongeren een beroep doen op deze uitkering. De laatste jaren zijn het vooral jongeren met een licht verstandelijke handicap of een psychische stoornis die de uitkering aanvragen.

Het CPB adviseert, net als de Sociaal-Economische Raad eerder, om de begeleiding van jonggehandicapten bij het zoeken van passend werk te verbeteren. Die begeleiding moet al op school beginnen, en daarna overgenomen moeten worden door gemeenten. Die hebben veel ervaring met het aan het werk helpen van mensen met een bijstandsuitkering.

In de kaartenbakken van de bijstand bevinden zich ook jonggehandicapten. De gemeenten sturen deze mensen nu nog door naar het UWV om een Wajong-uitkering aan te vragen. Ze drukken dan niet meer op het budget voor de bijstand.

Volgens het CPB zou het beter zijn als de gemeenten deze jonggehandicapten werkervaring laten opdoen, bijvoorbeeld op een sociale werkplaats. Daarna zouden ze aan de slag kunnen bij een reguliere werkgever.

Kijk voor het hele rapport over de Wajong van het CPB op nrcnext.nl/mijnnext