Breuken in het ANC

Het ANC, feitelijk de eenheidspartij van Zuid-Afrika, is een verdeeld huis geworden. Dat wordt natuurlijk door het ANC ontkend. Maar de erfenis van Nelson Mandela, een van die ‘helden van onze tijd’, blijkt na zijn vroegtijdige afscheid in 1999 slecht te zijn beheerd. De felle strijd om het voorzitterschap op het congres in Polokwane doet vermoeden dat het ANC er een bloeiende interne democratie op nahoudt. Dat is schijn. De 3.900 gedelegeerden hebben in een sfeer van bitterheid met 2.329 stemmen om 1.505 gekozen tegen president Thabo Mbeki en voor zijn opposant en generatiegenoot Jacob Zuma.

Mbeki, die in 2009 als president opstapt maar voorzitter van het ANC wilde blijven, moet nu zijn wonden likken. Dat zal pijnlijk zijn, niet alleen voor hem en zijn aanhangers, maar ook voor het ANC. Er is namelijk alle aanleiding te vrezen dat Zuma zich niet al te terughoudend zal opstellen. En de nu al gehoorde optie dat Zuma alsnog via een achterdeur, namelijk door een strafrechtelijke veroordeling wegens corruptie, kan worden uitgerangeerd, zal hem ook al niet milder stemmen.

Revanchisme ligt in het ANC dus op de loer, tribaal én politiek revanchisme. Voor het eerst in zijn 95-jarige geschiedenis is de oude elite van de anti-apartheidsbeweging in het defensief. De Xhosa’s hebben het afgelegd tegen de Zulu’s. De laatsten willen nu eindelijk hun deel van de macht. Zuma zal zijn aanhang dan ook iets concreets moeten leveren, zelfs als hij daarmee het risico loopt de tribale spanningen binnen het ANC op te voeren.

Bovendien ligt er een politieke strijd in het verschiet. Mbeki heeft niet alleen verloren door zijn gebrek aan charisma, maar ook door zijn politieke koers. Zuma heeft dé zwakke plek van het ANC bloot gelegd: het gebrek aan, ouderwets gezegd, sociale strijdcultuur. Mbeki mag president Mugabe van Zimbabwe dan de hand boven het hoofd hebben gehouden, in eigen land vermeed hij politisering langs sociale en raciale lijnen. Die terughoudendheid, cruciaal voor de toekomst van Zuid-Afrika als multiraciale natie, zou met Zuma wel eens ten einde kunnen komen. Dat zal zijn effect hebben, ook voor de rest van het continent dat in Zuid-Afrika zijn leidende voorbeeld ziet.

Dat neemt niet weg dat de verkiezing van Zuma ook een positief bijverschijnsel kan hebben. Als hij het ANC gaat ombouwen van bestuurderspartij naar politieke strijdorganisatie, zet hij de positie van het ANC als vanzelfsprekende eenheidspartij op het spel. In dat geval stimuleert hij ongewild misschien de vorming van andere politieke partijen die óók een appèl doen op de ooit onderdrukte zwarte meerderheid. Zo’n diversificatie van de zwarte én blanke stem is het beste wat Zuid-Afrika kan overkomen. Als de verkiezing van Zuma dat bevordert, is er van de nood een deugd te maken.