Weihnachtsgebäck

Het moet gezegd: er zijn dingen waar onze oosterburen beter in zijn dan wij. Daartoe reken ik in elk geval Kerst en bakken (van voetbal heb ik geen verstand). Nergens vind je zulk lekker Weih-nachtsgebäck als in Duitsland. Geen wonder dat er ieder jaar busladingen Hollanders afreizen naar Düsseldorf, Keulen en Aken. Het ruikt daar in december onweerstaanbaar naar kaneel, piment, koriander, anijs en kruidnagel.

Tot de meest geslaagde Duitse kersttraktaties reken ik printen. Printen of, in plat Duits, ‘prenten’, komt van het woord ‘drukken’ en verwijst naar de houten mallen waarin het deeg gedrukt wordt om de koeken te vormen. Er bestaan mallen met velerlei figuren, maar de meest geliefde is toch wel die van Karel de Grote, grondlegger van de stad Aken.

Een legende vertelt dat de keizer het recept meegenomen had in zijn graf. Enkele eeuwen later, in 1656, legde een brand de stad grotendeels in de as. De inwoners hadden het moeilijk want het kuurleven lag stil en de inkomsten droogden op. De burgemeester herinnerde zich dat er ooit een voortreffelijke koek werd gebakken, die het goed zou doen als handelswaar. „Die Printen müssen Aachen retten”, riep hij uit. Een jonge onverveerde Akenaar wist, met hulp van de duivel, het recept uit Karels tombe te halen en redde hiermee de keizersstad.

Printen zijn een soort ideale kruising tussen taai-taai en speculaas. Wel het smeltende mondgevoel en de frisse anijstoets van de eerste, maar zonder de klefheid. Dezelfde warme, kruidige smaak als speculaas, maar dan gesublimeerd door de zoete crunch van kandijsuiker. Klinkt dat aantrekkelijk? Je hoeft er niet voor in de bus naar zo’n commerciële Duitse kerstmarkt. Zet het Weihnachtsoratorium op en bak ze zelf.

Voor zo’n 40 koekjes:

430 g rietsuikerstroop (uit zo’n gele pot)

100 g bruine basterdsuiker

100 g grove bruine kandijsuiker

12 g oranjesnippers, fijngesneden

12 g anijszaad (drogist of natuurvoedingswinkel)

7 g koekkruiden

1 theelepel baksoda (tropische- en expatwinkel)

500 g tarwebloem

1 theelepel wijnsteenbakpoeder (natuurvoedingswinkel)

bloem om te bestuiven

amandelen om te garneren

extra nodig: deegroller, 2 bakplaten, ingevet met boter en bestoven met bloem

Verwarm de oven voor op 200 graden. Verwarm de rietsuikerstroop tot hij vloeibaar wordt. Meng de hete stroop met de basterdsuiker, kandij, oranjesnippers, anijs en koekkruiden. Roer de baksoda glad met twee eetlepels water en voeg toe. Voeg bloem en wijnsteenbakpoeder toe en kneed het snel tot een samenhangend deeg. Bestuif het werkblad en de deegroller met bloem. Rol het deeg met de deegroller uit tot een duimdikke lap. Snijd hiervan repen met een lengte van 10 cm en een breedte van 4 cm. Leg deze op de bakplaten. Versier de printen met amandelen en bak ze in 10-15 minuten gaar in de oven.

Praat mee over kerstgebak op nrcnext.nl/uitenthuis/koken