Vrije kiezers en hun partijen

Het politieke midden verkeert niet in een benarde positie. Maar de vrees daarvoor, voor het almaar verder uitwaaieren van kiezers naar uiterst links en uiterst rechts, is zó groot dat die vrees tot een benarde houding leidt. Terwijl uit kiezersonderzoek blijkt dat de Nederlanders misschien wel wat meer uitgesproken opvattingen hebben dan nog niet zo lang geleden maar zonder dat het midden leegloopt of de kiezer massaal gematigde posities verlaat. Integendeel, de houdingen en opvattingen van kiezers, in termen van links en rechts maar ook aangaande specifieke strijdpunten, zijn „in hoge mate” stabiel. Het politieke midden en de „gematigde partijen” hebben dan ook nauwelijks reden tot ernstige of blijvende zorg.

Aldus gisteren dr. Joop van Holsteyn, bijzonder hoogleraar kiezersonderzoek in Leiden, in een opiniestuk in deze krant. Het debat over het benarde midden gaat volgens hem vooral over partijen, namelijk de partijen van het midden die vooral lijden aan het lijden dat zij vrezen.

Van Holsteyn zou dat thema vandaag verder uitwerken in een nieuwscollege aan de Haagse Campus: ‘Het benarde midden. Mythe van een omsingelde elite’. Wat een prettig idee dat Nederland met zijn parlementaire stelsel niet op weg is naar onregeerbaarheid. En verwijzingen naar de ongelukkige republiek van Weimar (1918-1933), met haar zwakke ‘gematigde’ midden en grote radicale groepen links en rechts, zijn dus niet van toepassing.

Een vraag die wel opkomt is: welke (grote) Nederlandse partijen mogen als ‘gematigd’ worden beschouwd? CDA, PvdA, VVD, die in de peilingen nu samen niet eens meer goed zijn voor een meerderheid? Of ook de SP? Kennelijk rekent Van Holsteyn die ook tot deze categorie, want zij heeft vorig jaar november ten koste van de „ideologisch pokdalige PvdA” veel zetels gewonnen doordat zij een „beweging naar het midden” had gemaakt, schrijft hij.

Nu, het is de vraag of al die kiezers die op Marijnissen stemden dat deden omdat zij hem zo in het midden zagen staan. Dat hij in de kabinetsformatie snel voor de eer bedankte om mee te doen aan per definitie taai regeerwerk, dat per definitie vaak werk in het midden is, mag wat dat betreft geen toeval heten.

Misschien wilde de SP (stem Nee) haar fantastische groei liever niet op het spel zetten door werkelijk naar het midden te gaan? Is een redelijke omschrijving van het begrip ‘gematigde partij’ niet dat zij programmatisch én verbaal niet aan luchtfietserij doet en bereid is om ook in een regeringscoalitie voor haar opvattingen te vechten?

Een kleine halve eeuw geleden was de Katholieke Volkspartij, één van de voorlopers van het CDA, goed voor eenderde deel van de zetels in de Tweede Kamer. De KVP-fractie was een vierstromenland, zij kende behoudende en progressieve sociaal-economische en behoudende en rekkelijke religieuze vleugels. En zij hield die vleugels tamelijk goed bijeen, al leverde dat haar geregeld het verwijt, van links en van rechts, van „politieke onduidelijkheid” op.

Maar die tijd is voorbij. Toen de samenleving in de jaren zestig en zeventig steeds sneller ontzuilde, en de politiek bindende betekenis van het rooms-katholicisme steeds geringer werd, was het vrij snel gedaan met de KVP, die eind jaren zeventig opging in het CDA.

Het religieuze bindmiddel is grotendeels verdwenen, de sociaal-economische politiek heeft wegens haar goede resultaten flink aan onderscheidende waarde verloren. De meeste kiezers zijn de afgelopen dertig jaar van veel groepsbanden bevrijd en zelf avontuurlijk geraakt. ‘De politiek’ moet niet ingewikkeld doen, mooie dingen leveren en weinig vragen.

Zij is verdacht geworden, zeker ‘Haagse politiek’. Dat verbindt, als in een nationale kapsalon, grote groepen vrijgemaakte kiezers. En die denken blijkens onderzoek dan misschien wel gematigd, maar ze houden niet erg van gematigde partijen.

J.M. Bik is medewerker van NRC Handelsblad.