Verantwoord je bezatten, in de Stamphokke

Zeg drinkkeet en je denkt alcoholvergiftiging, overlast, ongelukken en comazuipen.

Maar wat gebeurt er in zo’n keet? nrc.next ging kijken bij de jongens van de Stamphokke.

Zeg drinkkeet en de associaties komen als vanzelf op. Plattelandsjongeren. Alcoholvergiftiging. Verkeersongelukken. Overlast. Comazuipen. Maar wat gebeurt er nu werkelijk in de keet? Is het echt zo erg als ‘de media’ en ‘de politiek’ ons doen geloven? En hoe kijken jongeren eigenlijk zelf tegen die associaties aan?

Er zat maar één ding op: zelf kijken. Op het Drentse platteland. Daar eindigde een zoektocht die via internet, politiebureaus en een kluwen van gemeentevoorlichters leidde naar Gerbrand de Lange, jongerenwerker in gemeente De Wolden, niet ver van Meppel. De Lange houdt contact met jongeren die samenkomen in de 20 à 25 keten van De Wolden. Net als gemeenten als Barneveld en het Friese Gaasterlân-Sleat staat De Wolden keten onder voorwaarden toe.

Het gedoogbeleid in De Wolden, met de klinkende naam KetenUnited, houdt in dat jongeren in deze gemeente verplicht alcoholvoorlichting krijgen, dat de keet brandveilig moet zijn en een nooduitgang heeft en dat er huisregels gelden die overlast tegengaan. De Lange gaf de adresgegevens van een keet genaamd Stamphokke. Locatie: Ruinerwold.

En zo gebeurt het dat een fotograaf en een journalist op een regenachtige vrijdagavond een onverlicht landweggetje oprijden. Op een boerenerf achter de grote boerderij staat een stacaravan. Het is kwart voor negen. Een smalle houten deur zwaait open. We zijn binnen.

De keet is klein en rechthoekig. Aan het ene uiteinde een zithoek bij de ramenwand, aan het andere een kleine bar. Ertussenin een fust bier met daarop een houten tafelblad. Tegenover de deur zit een raam dat met zilverkleurig tape is afgedekt en als nooduitgang dienst doet. Geen buitensporige versiersels in deze keet: alleen de kozijnen en de vensterbank zijn opgeluisterd, met honderden Heinekenbierdopjes.

Achter de bar, ieder op een kruk, zitten Jasper (16), Richard (18) en Egbert (18), allen met stekelhaar en met een Heinekenflesje in de hand. Aan de bar zit Richards broertje Jeroen (15), die sinas drinkt omdat hij geen bier lust.

Begin 2006 hebben Jasper, Richard en Egbert met twee andere vrienden de keet gekocht. „Gewoon, omdat het mooi is een eigen keet te hebben”, zegt Jasper. „Je weet wie er komen, en de verantwoordelijkheid is leuk.” Zojuist heeft Jasper zoals op de meeste vrijdagen de keet van binnen schoongemaakt. Daarna boodschappen gedaan met boer Guichelaar, op wiens erf de keet staat.

Ze hebben van alles gekocht. Frikadellen, kroketten, hamburgers, plastic bekertjes, sinaasappelsap, energiedrankjes, kadetjes. En alcohol. Loca, een breezervariant met 5 procent alcohol, en beerenburg (30 procent), omdat het in de aanbieding was. „Maar dat verkopen we alleen als mixdrankje.” Bier halen ze één keer per drie weken: rode kratten van Amstel, maar vooral de groene van Heineken. Want „bij groen moet je doordrinken, en bij rood moet je stoppen”, lachen de jongens.

Het is kwart voor tien. De keet is gestaag volgelopen: ze zijn nu met z’n zeventienen. De jongeren, van veertien tot achttien jaar, kennen elkaar al vanaf de basisschool, zo niet eerder. En bijna allemaal hebben ze een bijnaam. Richard is ‘Roepe’, Jeroen is ‘Porre’, Egbert ‘Eppe’ en Ludian (15 jaar oud en 2 meter 2 lang) is „Ludian met een lange L”. Doordeweeks zitten ze bij elkaar op school. En op vrijdag- en zaterdagavond zitten ze hier, in de Stamphokke.

Telkens blijft ten minste één van de eigenaren van de keet achter de bar staan. Het geld in de kas is ingeruild voor rode muntjes à 50 cent, die in zakjes van vijf over de toonbank gaan. Een flesje bier kost één munt, een beerenburg-cola of een broodje kroket twee. „Gemiddeld maakt de keet op een avond tien euro winst”, zegt Jasper. Dat geld gaat op aan boodschappen en onderhoud van de keet. „En we nemen boer Guichelaar zo nu en dan mee uit eten.”

De barman ziet erop toe dat er niet te veel wordt gedronken, vooral niet door de veertien- en vijftienjarigen. Egbert, een van de barmannen: „Van KetenUnited mogen die eigenlijk helemaal geen bier, maar twee per avond zien ze door de vingers.” Toch ontgaat het de barman dat een meisje van vijftien binnen een uur na aankomst drie Loca’s heeft gedronken. En Bert (15) heeft al een reputatie als sneldrinker opgebouwd. Hij is de onbetwiste leider in het atten van een bierflesje.

Zijn record staat op 5,94 seconden, maar vanavond waagt hij een nieuwe poging. Jasper klokt de tijd op zijn mobieltje. Bert stroopt zijn mouwen op en zet zijn mond open. Het bier gutst uit het flesje zijn keel in. Zijn nieuwe record – 5,58 – wordt met gejuich ontvangen.

Op zaterdagavond ligt het drinktempo bij de meesten wat hoger dan op vrijdag, zegt Jasper. Dan zijn ze vaak korter in de keet, en gaan ze – althans de zestienplussers – naar De Klok, de disco van Ruinerwold. Daar kopen ze voor 20 euro aan muntjes, waarmee ze twaalf bekers bier kunnen kopen. Maar dat tapbier is volgens de jongeren aangelengd met water. De Klok weerspreekt dat overigens.

Heeft de alcoholvoorlichting van KetenUnited eigenlijk wel zin gehad? Jawel, zegt Janita (15). „Als ik wat misselijk word, dan wacht ik tot ik me beter voel.” En mede-eigenaar Dennis (16) weet nu beter aan wie hij wel en aan wie hij niet alcohol mag schenken. „Niet aan veertien- en vijftienjarigen.” Jasper noemt het schadelijk effect van te snel drinken. „Bij zes biertjes per uur sterven er veel meer hersencellen af dan bij vier biertjes.” Hij zegt er dan ook maar hoogstens twee per uur te drinken.

Het is elf uur. Jasper is in de weer met een frituurpan die tegen de stank buiten het barluik op een tafel staat. De bestellingen van frikadellen en kroketten met en zonder broodje vliegen over en weer. Voorin, aan de raamkant, zit de rest van de groep op de bank. Ze drinken wat, ze roken wat, ze praten wat. En ze luisteren naar hun favoriete band, Mooi Wark, uit Drenthe. Met het nummer In de Blote Kont zingt iedereen mee:

We zingen en we springen en we daansen in het rond in de blote kont, in de blote kont Wij heff’n ’t glas omhoog en zett’n aan de mond in de blote kont

Het is half twaalf. In Stamphokke is het drinken wat stilgevallen en komt het einde van de avond in zicht. Zaterdag is bijbaandag en dat betekent vroeg op, het liefst zonder kater. „Zo gaat het altijd”, zegt Egbert. „Aan comazuipen doen wij hier niet. Als jullie nog naar een andere keet willen: in Rouveen en Staphorst zijn er misschien nog een paar open.”

Goed plan. In hoeverre vertelt Stamphokke het hele verhaal? Het is twaalf uur, we rijden naar Staphorst.

Daar aangekomen, het is intussen half één, blijken de keten leeg. Heel jong Staphorst en Rouveen, keetganger of niet, is op het jaarlijkse feest van piratenzender Radio Uniek. Vindt in deze partytent dan het in de media zo breed uitgemeten Grote Boze Drinken plaats? Even polsen bij een jongen met een T-shirt van een keet uit Rouveen. Zijn ogen zijn rood, zijn gezicht bleek. „Waar ben jij van?” zegt hij. „Toch niet van BNN, hè? Die verdraaien altijd alles. Oh, je wilt de feiten? Kom maar mee naar buiten.”

De jongen loopt de tent uit. „Goed”, zegt hij. „Ik heet Arne en ben 17. Vijf flesjes bier heb ik vanavond gehad. Ben jij echt niet van BNN?” Bewijzen kan ik het niet. Ik geef mijn naam. Arne schrijft, maar krijgt mijn naam niet juist gespeld. Zijn vrienden komen om ons heen staan. „Hij heet niet Arne, hoor. Arnoud. En hij heeft er vijf op inderdaad. Of tien. Hoogstens.”

Ook de avond in Staphorst nadert zijn einde. Zou Arne gelijk hebben? Verdraaien ‘de media’ alles? Het lijkt er niet op. Er wordt vaak stevig gedronken door jongeren, zo niet in de keet, dan wel in de disco nadien. Toch is Arne achterdochtig: media negeren de gezelligheid van de keet, die door de jongeren zelf wordt opgericht en die zij zelf bestieren. Dus veel misbruik? Ja. Maar ook veel misverstand.

De achternamen van de jongeren zijn bekend bij de redactie.

Meer over het ketenbeleid van gemeente De Wolden op ketenunited.nl