Sponsorgeluk

‘Het jaar is oud en heeft niets meer te zeggen’, schreef de dichter.

Radio 2 heeft gisteren de definitieve Top 2000 bekendgemaakt. Inmiddels heb ook ik mijn eindejaarslijstjes voltooid. In de categorie ‘Sponsorgeluk’ met fietslengten op één: Rabobank.

Mooi dat op diverse webstations het IKON-programma Spraakmakende Zaken tot in den treuren kan worden herbekeken. De aflevering waarin een vakkundig filerende Paul Rosenmöller het Rabo-wielermanagement de maat neemt, is intussen verplichte lesstof op elke zichzelf respecterende managersschool. De affaire -Rasmussen als voorbeeld van hoe het in crisissituaties niet moet.

In het eerste deel van de uitzending zaagt Rosenmöller de teruggetreden wielerdirecteur Theo de Rooij door. Theo redt zichzelf door te stellen dat hij vertrokken is omdat hij geen zin had in zijn eentje „de hoofdprijs” te betalen. Het is het oprechte antwoord van een mens die beseft dat hij in de verkeerde wereld de verkeerde positie heeft bekleed. Hier zit de angel dan ook nog niet. Maar de toon is wel gezet.

In deel twee een Rabo-panel, kennelijk strategisch voorgekookt door zeer onzichtbare, zeer sluwe topfunctionarissen, dat bestaat uit (ex-)directielid en ploegleider Erik Breukink, interim-directeur Henri van der Aat, en lid van de raad van bestuur Piet van Schijndel. Het panel wordt, och arme, in onschuld vervolmaakt door de aanwezigheid van Neerlands hoop Thomas Dekker en schat van gisteren Michael Boogerd. Een alerte programmaregisseur laat in close-up zien hoe Van der Aat zijn lippen samenknijpt wanneer De Rooij door de strategie kuiert. Het spel van afschuiven, correcties op elkaar, het debiteren van gemeenplaatsen is dan al in volle gang. De lichaamstaal van het panel? Een klasje dat siddert onder de toorn van meester Rosenmöller.

Dan, plotseling, terwijl nog slechts één ademtocht volstaat het panel weg te vagen, verkrampt Rosenmöller. Het onderwerp: imagoschade. Van Schijndel beweert droogjes dat de affaire juist zeer veel „positieve reacties” heeft opgeleverd. Je ziet het Rosenmöller denken, nee je hoort het hem treuren: Heer, stuurt U mij toch iemand van mijn eigen scherpte!

Het bloedeloze gebroddel van het panel moet de bank een niet te becijferen imagoschade hebben bezorgd. Rabobank kan de trofee, een gipsen, met goudverf beschilderd afgietsel van een door mijzelf vervaardigd boetseerwerk, tegemoet zien.

De onderscheiding voor de meest welluidende dopingbiecht gaat naar de Duitse wielrenner Jörg Jaksche voor zijn rol als Judas in het begin juli onder de sprookjesachtige titel ‘Bellas Blut’ in Der Spiegel verschenen artikel. Wie het nog niet kent, download het, het is een verhaal voor onder kerstboom. Het Meisje met de Zwavelstokjes verbleekt er bij. Jaksche verhaalt van zijn contacten met de geniale maar duidelijk geschifte transfusiespecialist Eufemiano Fuentes. Hoe die van één liter oud bloed twee liter ‘vers’ wist te maken. Over diens demente handlanger spreekt hij, over de prutserige wisseltrucs. Bijna verlegen analyseert hij de manke moraal van een radeloos peloton; de fossiele omerta welke nog steeds als een strop om zijn keel ligt. Pijnlijk alleen redt Jaksche zijn sport van een al te kille technocratie – de troost van de slapstick.