Schrijven tot alle woorden op zijn

In de roman van Will Self worden teksten van een taxichauffeur na eeuwen de leidraad voor een religie.

Dat lijkt frivool, maar is zeer ernstig.

Eindelijk weer eens boek waar je moeite voor moet doen. Eindelijk weer eens een boek dat zich niet in de eerste alinea gewonnen geeft aan de eisen van de vlotte verstaanbaarheid en de eenduidigheid en zich vervolgens als een wilsonbekwame opblaaspop schikt naar de precepten van de lekkere wegleesbaarheid. Geen boek waar de ribbenkast van een mogelijk filmscript door naar buiten steekt, maar een boek dat je alle uithoeken van de taal laat zien, uitgehouwen in een inktzwart, of althans niet al te rooskleurig, wranghumoristisch wereldbeeld. Een verademing, immers, Peter Greenaway parafraserend: de roman is een te rijk genre om aan de verhalenvertellers en de praatjesmakers over te laten.

Het boek begint als een schijnbaar schier ondoordringbaar struikgewas van polychrome en botanisch verantwoorde volzinnen: ‘De wateren intensiveerden de myriaden groenen van het kevereiland: z’n gouden tarrewegewas, z’n paarse, blauwe en mauve vlinderstekel, z’n gelige glooiingen met prikkelbossies en z’n vederachtige opstanden van vuurroosjes. Het hele lumineuze dekschild stak af tegen een palissade blaarkruid waarvan de kantachtige schermen de hele kustlijn omzoomden.’

Will Self, die altijd al heel bloem- en struikrijk is geweest, staat bekend als de schrijver met de grootste mond in het Engelse taalgebied, waaruit ook nog eens het grootste vocabulaire tevoorschijn komt. Het is juist die enorme en wendbare woordenschat waarmee hij licht brengt in zijn boeken en daarbij schuwt hij het synoniemenwoordenboek niet, naar eigen zeggen en bekennen, omdat de woorden op een gegeven moment gewoon ‘op’ zijn.

Ook in The Book of Dave wemelt het weer van de welluidende en obscure woorden die zelden elders in het wild worden waargenomen, maar dit keer is Self niet alleen te rade gegaan in de thesaurus: hij heeft ook nog eens een uniek toekomstdialect verzonnen à la Clockwork Orange, niet gebaseerd op het panslavisch, maar op het cockney-Londens van de straat, zoals dat door taxichauffeurs en hangjongeren wordt gebezigd.

Self noemt deze taal, in de verhelderende woordenlijst achter in het boek, ‘mockney’ of ‘mokni’ (‘vals-plat’). Het ‘tarrewegewas’ (wheatie crop) uit de aangehaalde passage hierboven is bijvoorbeeld gewoon ‘koren’ en de ‘vlinderstekel’ (buddyspike) is de vlinderstruik (heel toepasselijk in dit boek, de Buddleia Davidii).

Dan zijn er ook specifieke woorden die in die taal van de toekomst alledaagser zijn geworden: een ‘tarief’ staat voor een bepaald dagdeel; de ‘mistlamp’ is de zon, en een ‘chauffeur’ is een priester. Niet alleen betekenis en inhoud zijn geëvolueerd, ook de schrijfwijze heeft een alleszins begrijpelijke en organische, bijna fonetische ontwikkeling doorgemaakt, waardoor het er ongeveer zo uit komt te zien (hardop lezen helpt): – Eyem glad, yeah, coz thass wottul áppen 2 U if U go on fukkinabaht in ve zön wiv Tonë! (Vrij vertaald: – Blèh toe, yo, weetsje, want das watter gbeurt metsje asje gaat lope kloje in de sôhne met Töntsje!)

Tonë, Tony, Töntsje, is een moto, half auto, half varken dat slispelend praat en denkt met de verstandelijke vermogens van een tweeënhalfjarige. Ze zijn aanhankelijk en doen alles wat je zegt. Lievere wezentjes zijn er niet en het loopt dan ook slecht met ze af. Elk jaar worden er een paar ritueel geslacht tijdens de ‘slorta’, mokni voor slaughter, de slacht. Deze vertederende, biotechnisch vervaardigde wezens komen alleen voor op Ham, het piepkleine eilandje dat als een groen glanzende kever in het water ligt, in de uiterste zuidoosthoek van de archipel Ing, oftewel de restanten van Groot-Brittannië na de volgende zondvloed. De bewoners van dit eilandenrijk zijn in Dave. Dave is hun God, ze kennen geen ander en Ham neemt in dat rijk een bijzondere positie in, want daar is volgens de overlevering 523 jaar geleden Daves evangelie gevonden: ‘Het Boek van Dave’.

Stel je voor: in een posttraumatische, postmondiale, postnucleaire, postpostale, compleet analfabetisch geworden wereld wordt een album van Haagse Harry opgedolven, dat de godsdienstige blauwdruk wordt voor de nieuwe samenleving. Daar ben je dan mooi klaar mee, maar zoiets is het en het verhaal van Dave kan dan op deze manier kort samengevat worden (auk hieâh geldt: hagtop leize hellup!): Welkom in ut hauf van Deef, taksisjefeuâh te Londuh in de periaude JUN 87 teeëm OKT 03. Valatûh door z’n mokkol, Miesjèl, met meideneiming van hun kotâh, Karrel, un darrum van un gozâh. Zwaah kut dus. Maah ut mooiste komp noch. Want hè hep ut alluhmaal opeschreive in un boekie en na etterlukke eeuwe w8en waahin van allus gabeugt met de weruld as gevollug van ut broeikas-effek, wogt Deefs Woogd Wet, èndeluk. Deef z11 ken ut nie meer meemâkuh dus, want die zun vleisbatterèje zèn leig, maah hè is nu wel God gewogguh. Ènd goed, al goed. Waahheen, m’neer, vraag Deef aan zun klante, in zun ège taksisjefeuâhstaalège, en dat vat ut boek ùitsteikend same: Waahheen? Daahheen!

Ook Will S11, de evangelist van Het Boek van Dave, karakteriseert zijn personages eenvoudig maar raak met de taal die ze spreken, en niet met het toedichten van motieven voor hun handelen. En hij maakt van zijn roman in één moeite door niets minder dan een heilige schrift, een heilig boek dat als gebodenboek dient voor een generatie die uit het dal van de grote zondvloed aan het klimmen is, over 500 à 1500 jaar.

De hoofdstukken verspringen in de tijd en vertellen om en om van de verre Daviniaanse toekomst en van het nabije verleden van de Londense racistische, xenofobe, misogyne en seksistische taxichauffeur Dave, die in een delirium van angst, eenzaamheid, depressie, alcohol, medicamenten en paranoia (de ideale cocktail voor religieuze visioenen) zijn scheiding van zich afschrijft. Hij laat de tekst graveren op metalen tabletten die hij op een totaal verregende dag begraaft in de achtertuin van zijn ex, met andere woorden in de ‘zone’ waarvoor hij een straatverbod heeft opgelopen, zodat hij zijn zoon niet meer kan zien. Op zijn metalen tafelen roept hij op tot een eerlijke verdeling van de ouderlijke rechten na de scheiding, de breakup: hij wil een wekelijkse overdracht, of changeover, zodat beide ouders evenveel tijd met hun kinderen kunnen doorbrengen.

Vijftienhonderd jaar later is de Changeover een verplicht ritueel geworden, en de Breakup een gebod, allebei met een hoofdletter. Pappies en mammies móeten gescheiden leven, en iedere week op woensdag moeten de kinderen van huis wisselen, want zo heeft Dave dat nu eenmaal ooit bepaald en geschreven. De interpretatie van ‘Het Boek van Dave’ ligt in handen van een genadeloze en onzichtbare priesterkaste. De runs en points, de routes en markante plekken uit Daves taxileven, pijlers van The Knowledge die elke Londense taxichauffeur dient te bezitten, zijn weesgegroetjes geworden die foutloos moeten worden opgezegd.

Het boek lijkt misschien een frivool gedachtenexperiment, maar is dat beslist niet: het is geen what if-verhaal, geen onschuldig divertimento voor de geest of satirische blik op de toekomst, nee: feilloos laat Will Self zien hoe gemakkelijk religies ontstaan en legt hij de zwerende vinger op de absurde flauwekul die elke religie is en die alleen maar in stand kan worden gehouden door angst en dwang. Je móet geloven, anders stort het hele bouwwerk in. De geboden en verboden zijn bijvoorbeeld helemaal niet ‘hygiënisch’ van oorsprong – en hoe kan het ook anders, want wat is er nou ongezond aan varkensvlees eten, of gezond aan een plens water over je hoofd als je net geboren bent? En dan hebben we het niet eens over besnijdenis. In Het Boek van Dave worden kinderen gedoopt met smeerolie, gewonnen uit de motos. Als de baby’s na één ‘blob’ (week) nog leven, krijgen ze pas een naam. Tachtig procent van de kinderen sterft dus, maar niemand die denkt dat dat aan de voorgeschreven doop zou kunnen liggen. Nee, luidt de davologisch goedgekeurde verklaring, zonder doop zouden alle zuigelingen gestorven zijn.

Will Self is nu bezig met zijn eigen kerkvaderlijke uitleg, zijn exegese van de morele implicaties van het boek van Dave en de effecten van de omgeving op de geest (Londen is een van de steeds terugkerende personages in zijn werk), een essaybundel die Psychogeography gaat heten. Een van die morele implicaties is gericht aan iedereen die een pen hanteert: Pas op met wat je schrijft, want voor je het weet wordt het over vijftienhonderd jaar een religie. Of uitgedrukt in een Kantiaans maxime als prologomena voor alle komende generaties: schrijf alles wat je schrijft zo dat er nooit een religie van gemaakt kan worden.

Zie ook de website van de auteur: www.will-self.com

Will Self: The Book of Dave. A Revelation Of The Recent Past And The Distant Future. Viking, 512 blz. € 15,–