Rechtsgevoelens en de verdelende gerechtigheid

Twee faits divers. 1. Tijdens de Miljonair Fair in de Amsterdamse RAI zijn achttien aanstekers van het merk Dunhill met een gezamenlijke waarde van meer dan 100.000 euro gestolen. Dit valt niet goed te keuren. 2. Bedrijfjes die zich bezighouden met inburgering schrijven op grote schaal ‘spookcursisten’ in voor het examen, wat er mede debet aan is dat het afgelopen jaar van 6.500 cursisten voor wie de overheid heeft betaald er slechts 150 hun inburgeringsdiploma behaalden.

Waarom ervaar ik nou die fraude als erger dan die diefstal? Beide feiten zijn uiteraard strafwaardig. Maar het exhibitionistische pronken met aanstekers van duizenden euro’s vind ik bijna grenzen aan uitlokking, terwijl het oplichten van de gemeenschap in een zo netelige zaak als de inburgering van immigranten me tegen de borst stuit als een extreem voorbeeld van profiteurschap. Ik zou kunnen beweren dat hier mijn rechtsgevoel spreekt. Maakte niet Aristoteles al een onderscheid tussen verdelende en vergeldende gerechtigheid?

Maar wat de één zijn rechtsgevoel noemt, is voor de ander een onderbuikgevoel en omgekeerd. Zo spraken lezers van De Telegraaf zaterdag schande van een voornemen van de Amsterdamse Dienst Werk en Inkomen om tussen honderd en tweehonderd werklozen aan een rijbewijs te helpen zodat zij aan de slag kunnen in de vervoersbranche. „‘Kan ik dan nu ook gelijk een deel van mijn rijbewijskosten declareren bij de staat?’ vraagt een accountmanager uit Apeldoorn.” Begrijpelijk: gerechtigheid staat in verband met gelijkheid en de verdelende gerechtigheid ziet de gelijkheid als een eis van recht. Of is het toch onderbuikgevoel?

Zwaar aangetast in zijn rechtsgevoel voelde zich vorige week de ‘president’ van de Hells Angels die in Amsterdam terechtstaan en donderdag horen of het Openbaar Ministerie ontvankelijk is na grove fouten tegen de procesorde. Vooruitlopend op die beslissing speelde de ‘president’, een zekere U., de vermoorde onschuld. „Drugs, moord, wapenhandel, brandstichting, afpersing en bedreiging werden ons ten laste gelegd. Vanuit het niets.” Volgens een verslag in Het Parool vroeg hij zich af of de staat „tientallen miljoenen euro’s” die voor het onderzoek zijn uitgetrokken, niet beter had kunnen spenderen „aan onderwijs, gezondheid of bejaardenzorg”.

Verdelende gerechtigheid, dat was blijkbaar ook zijn grootste zorg.

De betekenis die Van Dale aan het begrip rechtsgevoel geeft, ligt voor de hand: gevoel voor recht en onrecht. Onderbuikgevoel heeft echter twee betekenissen: het vermoeden dat men intuïtief heeft en als het ware in de onderbuik voelt (gutfeeling), vergelijkbaar met intuïtie, maar bovendien heeft het woord een ongunstige betekenis: ‘het geheel van latent aanwezige negatieve gevoelens, zoals haat, minachting, afgunst en wrok’.

Vrijdag verscheen in deze krant een advertentie van 850 mensen, onder wie een groot aantal internationaal befaamde geleerden, met de aanhef: ‘De zaak-Lucia de B. moet zo spoedig mogelijk worden heropend’. Waarom doen die mensen dat? Omdat hun rechtsgevoel spreekt. De Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken heeft, zacht gezegd, ernstige gebreken in de rechtspleging geconstateerd. Opsporing en vervolging waren eenzijdig en onkritisch, maar erger: daardoor hebben de rechters zich op alle niveaus laten meeslepen. De aangifte tegen Lucia de B. was, vernam de commissie, slechts gebaseerd op een ‘onderbuikgevoel’ (daar heb je het weer, maar dan in de betekenis van ‘intuïtie’) van een geraadpleegde kinderarts.

Wie het rapport van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken leest kan het eigenlijk niet oneens zijn met de oproep tot herziening. Is het dan te veel gevraagd de zaak ook vooral snel te heropenen in plaats van nog weer een onderzoek te laten verrichten alvorens zelfs maar een herzieningsprocedure te starten?

In nrc.next sprak columnist Ilja Pfeijffer zich uit tegen de op initiatief van de wiskundige Richard Gill en schrijver-bioloog Maarten ’t Hart ondernomen actie. Niet alleen omdat hij zich niet bevoegd acht te oordelen over de procedures en de bewijsvoering, maar ook om een principiële reden. „Er is iets raars met zo’n advertentie. In feite komt het erop neer dat de rechterlijke macht wordt opgeroepen de juistheid van de rechtgang te bewaken. Het is net zoiets als dat je in een paginagrote advertentie de artsen oproept om mensen te genezen.”

Dat klinkt verstandig, maar als artsen zulke fouten maken dat niemand meer een dokter kan vertrouwen, mag je toch het medisch tuchtcollege vragen orde op zaken te stellen? En om dat vertrouwen draait het natuurlijk. Na de rechterlijke dwalingen in de zaken van de Schiedammer Parkmoord en de Puttense moordzaak is herstel van vertrouwen een vereiste om te voorkomen dat de rechtsstaat als zodanig wordt ondermijnd. Dat is precies de reden van de instelling van de evaluatiecommissie geweest.

De neiging om maar zelf op de stoel van de rechter te gaan zitten, of zelf opsporingsonderzoek te gaan doen, zoals Maurice de Hond en anderen deden in de Deventer moordzaak, is weliswaar afkeurenswaardig, maar óók een teken aan de wand: het vertrouwen in de rechtspraak staat op het spel.

Ook al is het onmogelijk een juridisch oordeel te baseren op het rechtsgevoel, dan wil dat niet zeggen dat de innerlijke stem van een ieder zou moeten zwijgen over als onrecht ervaren juridische beslissingen. De doelstelling van het recht is het verwezenlijken van de gerechtigheid. Ik zou weleens van Ilja Pfeijffer willen vernemen of hij net zo ‘principieel’ rechtpositivistisch zou hebben gereageerd op het ‘J’Accusse!’ van Emile Zola in de Dreyfuss-affaire.

Er bestaat wel recht, maar er is nooit genoeg van in de wereld. Het zwartste scenario ontvouwt zich echter als recht en rechtvaardigheid ondergeschikt worden gemaakt aan machtspolitiek of Realpolitik. Dit is wat op dit moment dreigt nu in de Europese Unie – zelfs in Nederland, zelfs in GroenLinks – stemmen opgaan om Servië te paaien inzake Kosovo door de eis te laten vallen dat de oorlogsmisdadiger Mladic wordt uitgeleverd aan het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag. Alleen al de gedachte daaraan is onverdraaglijk voor ieder rechtsgevoel.