Pijn Holiday is elke scène voelbaar

Musical Billie Holiday. Gezien: 17/12, Leidse Schouwburg, Leiden. Tournee: t/m 13 april. Inl. www.theaterhits.nl

Jazz-zangeres Billie Holiday probeerde honderd dagen in één dag te leven, maar stierf uiteindelijk jong. Harddrugs en drank werden haar op 44-jarige leeftijd fataal. Daarmee verloor de jazz één van de meest karakteristieke vocalen: ooit licht, verleidelijk en betoverend, maar met de jaren rauwer, dramatisch, melancholiek.

De musical Billy Holiday, gewijd aan haar leven, blikt terug op woelige periodes. Dat gebeurt aan de hand van bekende en obscuurdere songs, die gezien hun titel, tekst of teneur passen bij geschetste situaties. Zo wordt Holidays geboorte verwoord in God Bless The Child, haar verblijf in de gevangenis in In my Solitude, en is het sterven van haar door ziekenhuizen om zijn huidskleur geweerde vader de wat vergezochte aanleiding voor de protestsong Strange Fruit - Holidays persoonlijke en indringende statement tegen racisme.

Na een wervelende, indrukwekkende scène waarin Ruth Jacott zich als grofgebekte Holiday stevig rokend, drinkend en tierend door haar plaatopnames werkt, vertelt ze haar levensverhaal. Na een drankdelirium is de toehoorder op de rand van haar ziekenhuisbed haar biograaf (Casper Gimbère). Vlak voor haar sterven wil hij haar ‘echte verhaal’ horen. Meteen wordt duidelijk dat Jacott zich met haar en huid op Holidays treurige bestaan heeft gestort. Dat ze de veeleisende rol aandurfde valt al te prijzen, maar de manier waarop Jacott de getourmenteerde zangeres met al haar verschillende gezichten neerzet is boven alle verwachtingen. De mimiek, de klaaglijk theatrale zang, de grimassen in het gezicht; het is allemaal zeer geloofwaardig. En ook in haar zang heeft Jacott de nodige stappen teruggezet om verder te komen: van een extraverte pop en r&b zangeres met rijk gevulde zangpartijen is ze nu een buitengewoon introverte vertolkster, wier kracht ligt in de details. Jammer dat het twijfelachtige zangniveau van een aantal andere acteurs daarbij zo schril afsteekt.

Jacott laat zich van haar kwetsbaarste kant zien als verslagen vrouw die haar verdriet liggend, soms zelfs stuiptrekkend, op de grond bezingt. Haar pijn is per scène voelbaar, maar ook de vreugde die ze ervaart, al zingend met ‘de boys’. Vooral de relatie met haar enige echte vriend in de jazz, de warm neergezette saxofonist Lester ‘Pres’ Young (Edwin Jonker) die haar de bijnaam Lady Day gaf, is een ontroerende rode draad.

Het script van Pieter van de Waterbeemd, die ook de musical Doe Maar fris weergaf, bevat weer tal van slimmigheidjes. Hij liet Holiday en de pooiers, minnaars en managers, spreken in Amerikaans slang in snel en mooi in elkaar grijpende passages. Met minimale decorverschuivingen zien we Holiday bijvoorbeeld groeien als zangeres doordat ze steeds weer achter verschillende microfoons staat. De onthulling hoe Holiday ooit die haar kenmerkende orchidee achter het oor heeft gekregen, is een humoristische vondst.