Nut van kunstcentra

Leden van de Tweede Kamer en lobbyisten voor de provincies willen het kunstaanbod meer over het land spreiden. Maar dat de Randstad – speciaal Amsterdam – verreweg het meeste cultuuraanbod van Nederland te bieden heeft, is goed te verdedigen. In de Randstad is de meeste vraag. En het hele land heeft baat bij concentratie. Er treedt een schaalvoordeel op. Veelbelovende kunstenaars trekken naar zo’n cultuurcentrum. Er ontstaat een kritische massa van wederzijdse beïnvloeding, strengere beoordeling, kwaliteitsverhoging en financiering. Het publiek dat erheen reist kan op een kleine oppervlakte bij elkaar vinden wat de moeite waard is.

Elk land heeft zijn artistieke centrum. Nederland heeft als bijkomend voordeel dat het klein is. Bezoekers komen uit het hele land naar de Randstad voor een avondje uit. Randstedelingen trekken daarentegen minder vaak naar steden daarbuiten. Een dagje Enschede heeft nu eenmaal minder te bieden dan een dagje Amsterdam.

Tijdens de behandeling van de cultuurbegroting in de Tweede Kamer gisteren gaf minister Plasterk (OCW, PvdA) een pakkend voorbeeld. Het Limburgs Symphonie Orkest kreeg in een jaar 54.000 bezoekers die gemiddeld tien euro per keer betaalden. De overheid legde er 92 euro subsidie per bezoeker op toe. Bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) waren dat 246.000 bezoekers die gemiddeld 23,50 betaalden en dat kostte 55 euro subsidie per bezoeker. Er is kennelijk meer vraag naar het RPhO, waar de wereldberoemde Russische dirigent Gergiev de baton hanteert. Bezoekers komen ook van ver buiten Rotterdam naar hem luisteren. Er hoeft daarom relatief minder subsidie bij.

Toch heeft het Limburgs Symphonie Orkest een belangrijke functie. Regionale orkesten zijn kweekcentra voor talent en voor belangstelling. Daar profiteren de nationale culturele centra van. Wie in eigen stad het Limburgs Symphonie Orkest bezoekt, reist misschien ook door naar Gergiev in Rotterdam of verder. De regio’s hebben dus een culturele infrastructuur nodig.

Daarom moet er in de regio voldoende vraag blijven bestaan naar de met subsidie aangeboden culturele prestaties. Die uit zich ook in de prijs. Als laagopgeleiden al 74 euro over hebben voor een optreden van Frans Bauer, moet het publiek meer kunnen betalen voor klassieke muziek dan nu het geval is, kortingen voor jongeren daargelaten. De acht stadstoneelgezelschappen in het land moeten goed genoeg zijn om veel publiek te trekken. Anders komt spreiding neer op verstarring van het toneelbestel. Kunstliefhebbers uit de regio zullen naar de Randstad blijven reizen. De vraag naar hoogwaardige kunst kan niet van bovenaf worden bepaald.