Meerderheid van Kamer voor kunstkoopregeling

De regio krijgt meer cultuursubsidies en de kunstkoopregeling blijft bestaan. Het vormgevingsinstituut gaat niet naar Brabant en er komen voorlopig geen extra fiscale maatregen. Dit heeft minister Plasterk (Cultuur) in de Tweede Kamer gezegd.

De Kamer debatteerde gisteren over Plasterks cultuurbegroting. Het kabinet geeft de komende vier jaar 100 miljoen euro extra uit aan cultuur en zal tegelijk 50 miljoen bezuinigen. „Er komt dus geld bij. Het beeld dat overal wordt afgeknepen, bestrijd ik”, zei Plasterk.

Een meerderheid van de Kamer bleek voor behoud van de kunstkoopregeling, waarbij de overheid subsidie geeft op de aankoop van nieuwe kunstwerken. Plasterk zal daarom de 800.000 euro die hij had willen besparen met het afschaffen van de regeling op een andere manier financieren. Hij voelt niets voor de suggestie van Van Vroonhoven (CDA) om de eenprocentsregeling te beperken.

Van de extra gelden zal naar verhouding veel naar de regio vloeien. De motie hierover van onder meer de regeringspartijen CDA en PvdA nam Plasterk over. De minister stuurt de Kamer binnenkort een brief over de recente cijfers van het Interprovinciaal Overleg (IPO) over de spreiding van cultuurgelden.

Plasterk gaat niet in op de wens van onder meer het CDA om het sectorinstituut voor de vormgeving te verhuizen van Amsterdam naar Brabant. Volgens hem moet het Premsela Instituut zelf beslissen over zijn vestigingsplaats. „Wel geef ik steun aan initiatieven om de positie van het design in Brabant te versterken.”

Plasterk staat welwillend tegenover het CDA-voorstel om de volkscultuur te steunen, maar wil eerst definiëren wat dit eigenlijk is. Het CDA-plan om kinderen hun cultuurvouchers te laten gebruiken voor kunstbeoefening, neemt Plasterk deels over: „Niet alle vouchers moeten besteed worden op de muziekschool.”

Op het plan van Groen Links voor een fiscaal ondersteunde investeringsmaatschappij voor cultuur ging Plasterk niet in. Dat is volgens hem een zaak van de commissie Cultuurprofijt die volgend jaar met een rapport komt.