In de provincie Utrecht is amper een leeg plekje te vinden

Het tekort aan woningen in de provincie Utrecht is groot en wordt groter. Na 2015 lijkt alles vol. De provincie moet op zoek naar een oplossing.

De kaart van de provincie Utrecht ligt op tafel. Gedeputeerde Jan de Wilde (PvdA, wonen) wijst de groene gebieden aan, de natuurgebieden. En hij schetst de contouren van de bebouwing, het rood, in 2015. Daartussen blijft weinig wit over. Heel weinig wit. Wit staat voor mogelijke nieuwe bouwlocaties. „En die paar plukjes zijn meestal al opgekocht door natuurbeheerders of ze zijn onderdeel van een ecologische hoofdstructuur.”

Voor vinexlocaties zoals Vathorst bij Amersfoort of Leidsche Rijn bij de stad Utrecht, waar nu nog op grote schaal wordt gebouwd, is over acht jaar geen ruimte meer. Toch moeten er vanaf dat moment nog eens 65.000 woningen bijkomen om enigszins aan de vraag te voldoen, heeft de provincie berekend. Die zullen vooral „binnenstedelijk” worden gebouwd. Dichter op elkaar, de hoogte in. En 15.000 toekomstige Utrechters komen in Flevoland te wonen. Er zit niets anders op.

Dat zijn de grote lijnen voor na 2015. Maar de problemen zijn nog urgenter. Het woontekort loopt snel op. Er zouden tussen 2005 en 2015 elk jaar 7.300 woningen bij moeten komen, na twee jaar was er al een achterstand van ongeveer 2.500 woningen. Dit jaar is dat waarschijnlijk opgelopen naar pakweg 5.000.

De daling zet door. Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) becijferde dat in de eerste helft van 2007 het aantal aangevraagde bouwvergunningen landelijk met 24 procent daalde ten opzichte van dezelfde periode in 2006. De provincie Utrecht spant de kroon, het aantal bouwvergunning daalde daar met maar liefst 69 procent. „Dat deed bij ons alle alarmbellen rinkelen”, zegt De Wilde. „Het tekort aan woningen loopt op naar 8 procent, terwijl we streven naar 3 procent. Het is bijna onmogelijk om dat in te halen.”

Er zijn legio oorzaken aan te wijzen. De Wilde somt op: De grondstofprijzen stijgen enorm door de grote vraag in China en India, het personeel is schaars, de projectleiders overbezet, sommige locaties lagen lange tijd stil door verscherpte fijnstofregels. Hij hoopt dat het een kwestie van conjunctuur is. De provincie zoekt ondertussen met gemeenten en woningbouwcorporaties naar oplossingen. Zoals leningen voor starters en „levensloopbestendige woningen”, huizen voor starters die makkelijk uit te breiden zijn als het gezin groter wordt, of juist op te splitsen als het seniorenwoningen worden.

De provincie Utrecht steekt tot 2011 ruim 66 miljoen euro in woningbouw en ook uit andere potjes zoals die voor milieu komen nog enkele miljoenen voor wonen beschikbaar. Maar de provincie stelt slechts ‘de kaders’ op, maakt streekplannen en woonvisies, maar is geen opdrachtgever. Dat zijn de gemeenten. En die zitten niet altijd te wachten op de oplossing om meer binnenstedelijk te gaan bouwen. Het betekent dat de mensen nog dichter op elkaar komen te wonen.

Het beleid in de probleemwijken is juist een tegenovergestelde trend zichtbaar. In de herstructureringsplannen wordt meer gesloopt dan bijgebouwd. Toch houdt ook de stad Utrecht er rekening mee dat er meer verdichting en hoogbouw in de stad moet komen. „Het hoofdaccent verschuift naar binnenstedelijk bouwen. Per locatie bekijken we de mogelijkheden”, aldus wethouder Harrie Bosch.

Waar in sommige delen van Limburg al tekenen van krimp te zien zijn, lijkt aan de druk op de Utrechtse provinciale huizenmarkt voorlopig geen einde te komen. En dus wordt de hulp van Flevoland ingeroepen.

Almere om precies te zijn. Die stad breidt na 2015 uit met 60.000 woningen, waarvan een kwart aan de oostkant wordt gebouwd, gericht op de provincie Utrecht. Wethouder Adri Duivesteijn (PvdA, wonen) ziet de woningzoekenden graag komen. „Almere zal onderdeel worden van de noordvleugel van de Randstad, maar tegelijk ook van de Utrechtse regio.”

Toch moet er nog heel wat gebeuren voor Almere die functie echt kan vervullen. De Wilde wijst nog eens naar zijn provinciekaart. In het oosten moet de A30 Flevoland in, de A27 moet breder en de spoorverbinding directer.

Voorlopig moet Utrecht het nog zelf zien te rooien. „Onze planning is reëel”, zegt De Wilde. „De locaties voor 7.300 woningen per jaar tot 2015 zijn er. Daarna staan we voor een opgave die we eerder nooit gehad hebben. De helft van de nieuwe woningen moet binnen de steden komen. Dat is lastiger bouwen. Een polder plan je zo vol, maar in steden duren projecten langer, zijn ze ingewikkelder. Er zijn meer eigenaren, meer belangen, er zit van alles in de grond. De urgentie van meer woningen moet ook tussen de oren van de gemeenteraadsleden duidelijk worden. Gemeenten zijn toch vaak blij als een flatgebouw gesloopt wordt en er laagbouw met minder woningen voor in de plaats komt. Maar dat kun je niet meer volhouden.”

Een paar plekjes op de kaart zijn nog wit. Ergens moet de provincie over acht jaar 20.000 woningen kwijt. Ten oosten van Woerden? Daar heet het nog Het Groene Hart, dat ligt gevoelig. Tussen De Meern en Nieuwegein? Daarboven ligt Leidsche Rijn al. Rondom Schalkwijk? Daar ligt een mooi polderlandschap. Uiterlijk volgend jaar moet er een besluit worden genomen, om de vraag nog enigszins bij te kunnen benen.

Tweede deel van een serie over de activiteiten van de provincie Utrecht. Deel één is te lezen op nrc.nl/binnenland.