Hoe een oude, verkoolde nachtclub weer opleefde

In 1995 hing een bordje met de faillissementsaanvraag aan de deur van Dansen bij Jansen.

Deze week viert de studentendiscotheek haar jubileum met een feestweek.

Elke stad heeft wel zo’n uitgaansgelegenheid. Zo’n tent waar het zweet van de muren druipt en je letterlijk staat vastgeplakt aan de dansvloer. Waar je eigenlijk helemaal niet naartoe wilt, maar toch telkens weer eindigt. Waar je je eerste uitgaansblunders begaat en ongegeneerd dronken kunt zijn.

In Amsterdam is dat Dansen bij Jansen. Nog deze hele week viert de studentendiscotheek haar dertigjarig bestaan. Een hele prestatie. Want terwijl bekende discotheken als IT, Mazzo en Roxy om uiteenlopende redenen hun deuren moesten sluiten, wist ‘Jansen’ vooralsnog elk nieuw uitgaanstijdperk zonder noemenswaardige aanpassingen te overleven. Hoe dat kan? Drie generaties eigenaren over ‘hun’ Jansen.

De oprichter

‘Wim Wagenaars Lido’ stond er op het uithangbord van een dichtgetimmerd, uitgebrand pand aan de Handboogstraat. „En daarachter moest dan iets zijn”, vertelt Patrice Katz (53), tegenwoordig advocaat. Samen met vier medestudenten wilde hij in ’77 een studentendiscotheek beginnen. Met goedkoop bier en dansbare muziek. Daar ontbrak het aan in Amsterdam. Wims oude, verkoolde nachtclub, midden in het centrum, leek de ideale locatie. Katz: „Wagenaar was een stuntman die zijn eigen nachtclub in de fik had gestoken. Als laatste stunt, zo gaat het verhaal. Voor het verzekeringsgeld.”

Het vijftal investeerde 25.000 gulden, kocht wat potten verf, een geluidsinstallatie, regelde een bar en begon een discotheek. Katz: „Op de dag van de opening waren de eerste vijf bierfusten gratis. Het was onze beste investering ooit. Er stond een rij tot aan het Spui.”

De drukte bleef. Concurrentie was er niet. Bovendien kon Jansen elk collegejaar rekenen op zo’n tienduizend nieuwe potentiële klanten. Maar de belangrijkste succesfactor was misschien wel de verplichte collegekaart. Katz: „Daardoor konden we streng selecteren zonder direct discriminatoir over te komen. Dansen bij Jansen kreeg iets elitairs. Voor de buitenwacht werd het een verboden vrucht.”

De uitsmijter

Eén, twee, en later (tijdelijk) drie professionele uitsmijters, een videocircuit en kogelvrije vesten. Oud-bokskampioen Tijmen Vermaas (47) zag het Amsterdamse uitgaansleven in de jaren tachtig snel grimmiger worden. Vermaas, eigenaar tussen 1987 en 2001, begon zijn Jansencarrière voor de deur. Vechtend met corpsleden en dronken Engelsen.

Om binnen te komen was een collegekaart eigenlijk niet eens noodzakelijk, vertelt Vermaas. „Je vroeg ernaar om te kijken wat voor vlees je in de kuip had.” Ideaal was een student/niet-student-verdeling van 80/20. „Ooit hebben we na wat problemen besloten alléén studenten binnen te laten. Dat was zó saai. Totaal geen spanning, geen gekkigheid. Je hebt toch wat peper nodig om het leuk te houden.”

Als eigenaar had Vermaas het niet altijd even gemakkelijk. In 1995 hing zelfs even een bordje met de faillissementsaanvraag aan de deur. De invoering van de Tempobeurs maakte een einde aan het luie leventje van de studenten. Bovendien kreeg Jansen serieuze concurrentie van studentendiscotheken als Meander en Odeon. Ook beging Vermaas een kapitale fout door de bierprijs te verhogen – hij wilde de concurrentie aangaan met cafés. Net op tijd besefte Vermaas de waarde van het oude concept. „Jansen is geen café. Het is een nachttent. Daar willen mensen aan het einde van de avond kunnen zoenen in een hoekje. Zich verstoppen.”

De liefhebber

Het was in die periode dat de toen 17-jarige Svairin Sardjoe (nu 33), verscholen achter zijn ouder lijkende vriendje Olivier, probeerde Dansen bij Jansen binnen te komen. Meestal met succes. „Je begon met klassenfeesten, daarna poolen en de volgende stap was Dansen bij Jansen. De stad in.” Sardjoe begon op de dansvloer, veroverde een plek naast de bar, solliciteerde als barkeeper en nam in 2002, samen met drie jeugdvrienden, de tent over van Vermaas. Vlak na de caféramp in Volendam. Sardjoe: „De Jansen was op dat moment een Volendam waiting to happen. Er was jarenlang niets aan gebeurd. De gemeente zei direct: verbouwen of stoppen.”

En dus werd er verbouwd. Volgens de voorschriften van milieudienst, brandweer en bouw- en woningtoezicht. Niet alle regels bleken in overeenstemming. „Van de brandweer moest een nooddeur naar buiten openen, maar de afdeling planologie verbood aan de straatkant juist deuren die naar buiten openen. Dus hebben we zelf een deur laten ontwerpen, die tweezijdig opent.”

Het uiterlijk is bij de verbouwing met rust gelaten. Niet zozeer uit nostalgie, maar vooral vanwege het beproefde concept. Jansens aantrekkingskracht is immers nooit verloren gegaan. Sardjoe: „Een vriend van mij omschreef het als volgt: de Jansen is waar al die leuke meisjes van het Montessori Lyceum zijn, die je normaal nooit durft aan te spreken. Waar je de hele avond nadenkt over wat je tegen ze zal zeggen. En dan toch maar het laatste potje gaat flipperen.”

Kijk voor de programmering van de jubileumweek op www.dansenbijjansen.nl