Geld moet vredesproces gaan smeren

De Palestijnen kregen gisteren van donors nog meer geld toegezegd dan zij hadden gevraagd. Maar als Israël de wegblokkades niet versoepelt, levert het weinig substantieels op.

Donorlanden en -organisaties hebben gisteren de Palestijnse president Mahmoud Abbas op een conferentie in Parijs in totaal 7,4 miljard dollar toegezegd voor de komende drie jaar om de Palestijnse economie leven in te blazen. De donors beloofden zelfs aanzienlijk meer dan de 5,6 miljard dollar die de Palestijnse Autoriteit had gevraagd voor haar ambitieuze ontwikkelingsplan voor de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Overigens is het meeste geld – naar schatting 70 procent – bedoeld voor directe begrotingssteun, dat wil zeggen salarissen van Palestijnse ambtenaren en dergelijke, en humanitaire hulp.

De internationale gemeenschap is bijzonder willig, omdat 2008 het jaar moet worden van een een vredesregeling tussen Israël en de Palestijnen. De Verenigde Staten hebben immers drie weken geleden in Annapolis nieuwe vredesonderhandelingen gelanceerd, die temidden van de doorgaande Israëlische bouw in nederzettingen en Palestijnse raketbeschietingen echter nog geen millimeter zijn opgeschoten.

De Wereldbank onderschreef vorige week het Palestijnse ontwikkelingsplan. Maar de Bank waarschuwde tegelijk dat het geld de economische neergang in de bezette Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook niet zal remmen tenzij Israël de bestaande beperkingen op de Palestijnse bewegingen en handel versoepelt. De Westelijke Jordaanoever is gecompartimenteerd door ‘kolonistenwegen’ waar Palestijnen niet mogen komen, en meer dan 500 militaire blokkades. De Gazastrook, dat geheel in de greep van Hamas is, is op essentiële humanitaire hulp na, geheel van de buitenwereld afgesneden met de bedoeling het weer uit handen van de moslimfundamentalistische organisatie te wringen.

Als de Israëlische restricties van kracht blijven, dan zal het internationale geld op zijn best „de neerwaartse cyclus van crisis en afhankelijkheid” vertragen, aldus het rapport van de Wereldbank dat op de donorconferentie werd gepresenteerd. Daarentegen zal een aanzienlijke versoepeling kunnen leiden tot herstel van de Palestijnse privésector en tot hoge economische groeicijfers, aldus de Wereldbank.

De Israëlische autoriteiten hebben tot dusverre echter geweigerd wegblokkades en andere belemmeringen op te heffen. Volgens hen is de regering van president Mahmoud Abbas op de Westelijke Jordaanoever te zwak om militanten groepen onder controle te krijgen en te houden. Jeruzalem wil de economische blokkade van de Gazastrook juist versterken door ook de stroomlevering te beperken. Het Hooggerechtshof bestudeert dit plan nog.

De Israëlische premier Ehud Olmert, wiens regering van steun van haviken binnen en buiten de eigen Kadima-partij afhankelijk is, verzekerde vanochtend in Jeruzalem dat voor hem veiligheid altijd op de eerste plaats komt – en vergroting van de Palestijnse bewegingsvrijheid dus op de tweede plaats. Het bleef op de conferentie onduidelijk of de donors wat dit betreft bereid zijn druk uit te oefenen op Israël.

Of ten aanzien van de Gazastrook. Daar zijn volgens het Wereldvoedselprogramma door de blokkade de prijzen van veel levensmiddelen, zoals kip, ten minste verdubbeld, is de werkloosheid tot 44 procent gestegen en leeft driekwart van de 1,5 miljoen inwoners nu onder de armoedegrens. Veel sprekers spraken hun bezorgdheid uit over de humanitaire situatie, maar de meesten riepen niet op tot opheffing van de blokkade van de Gazastrook. Het westerse idee is dat als de Gazanen zien dat het beter gaat in de Westelijke Jordaanoever, ze genoeg krijgen van Hamas.