Gedistingeerde Theo Nijland geeft college over schoonheid

Cabaret Masterclass, door Theo Nijland. Gezien: 17/12 in Bellevue, Amsterdam. Tournee t/m 12/3. Inl. 030-2313416, www.kikproductions.nl

„Ik zou eigenlijk een stroming willen zijn, een beweging, iets dat ertoe doet”, peinst Theo Nijland in zijn nieuwe theatersolo.

Maar het tegendeel is waar. Als maker en zanger van liedjes vol originele wendingen in tekst en muziek is Nijland een eenling. Iemand die nooit een groot publiek zal aanspreken, al was het maar door de gedistingeerde aanblik die hij biedt: een heer aan de vleugel met een fraai veelzijdig timbre, een klassiek toucher en een verzorgde, soms ietwat monkelende voordracht.

Masterclass, geregisseerd door zijn jongere collega-liedjesschrijver Daniël Samkalden, is een hoogt persoonlijk programma waarin Nijland vooral lijkt te zoeken naar geestverwanten die zijn voor- en afkeuren delen. Hij bespot de oplevende populariteit van het Franse chanson en bezingt zijn afkeer van liefdesliedjes („ik heb het met de liefde als thema echt helemaal gehad”) om even later toch een paar mooie fragiele nummers in dat genre aan te heffen, met regels als: „Zo onbehaaglijk was de lente nooit”. Voorts laat hij horen hoe ernstig Ernst-Daniël Smid en Karin Bloemen zich hebben vergrepen aan het door hem bewonderde Telkens weer, na een tekst van de popgroep Bløf aan flarden te hebben geanalyseerd. „Hier aan de kust / de Zeeuwse kust / waar een ieder onbewust / in het Duits wordt aangesproken,” zong de Bløf-zanger. Hetgeen dus de vraag oproept of Duitsers onbewust Duits spreken.

Zo geeft Nijland een soort college dat naar zijn zeggen over „schoonheid en stilering en vorm” gaat. Maar daarin past ook een beeldend verhaal over de balletlessen die hij ooit moest ondergaan op de Kleinkunstacademie en een bizar lied met de namen van honderd bekende homo-Nederlanders: „Vroeger had je maar één nicht en die heette Albert Mol.”