Deze bomen zijn slechts 200 jaar oud

Het mysterie van de ‘duizend jaar oude’ eiken op de Veluwe is ontrafeld.

Ze zijn helemaal niet zo oud als gedacht werd, blijkt uit een tak die is gevonden.

Nederland, Genderen, 12-12-2007 Voorbeeld van een eikencluster.De Wageningen universiteit deed onderzoek naar deze boomgroepen op de Veluwe. Foto: Flip Franssen bomen eiken Franssen, Flip

Jan den Ouden hurkt tussen een groepje eiken. Hij heeft een ondergrondse tak uitgegraven. „Toen we deze tak aantroffen, was dat een euforisch moment. We waren er naar op zoek en verhip, we vonden hem nog ook. Het hele onderzoek had wel iets van een detective.”

Plaats van handeling is het kleine natuurgebied De Wilde Kamp bij het dorp Garderen op de Veluwe. De ondergrondse tak was voor een team van onderzoekers van Wageningen Universiteit en de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten het definitieve bewijs dat de eiken alhier niet duizend jaar oud zijn, maar veel jonger.

Een beetje spijtig is het wel. Het was zes jaar geleden opzienbarend nieuws, toen onderzoek van de provincie Gelderland leek aan te tonen dat op vijf plaatsen op de Veluwe boomcirkels te vinden waren die duizend tot vijftienhonderd jaar oud moesten zijn. Nu blijkt dat het oudst aangetroffen hout van 1826 is.

Hoe kon de ondergrondse tak als bewijs dienen? Jan den Ouden legt het uit. Bij Garderen staan verschillende eiken in een ‘cluster’ bij elkaar. Ze behoren tot één of een klein aantal verschillende genetische individuen, heeft DNA-onderzoek uitgewezen. Omdat de eiken van de ‘moederboom’ soms wel tien meter uit elkaar staan, was de redenering, moet die moederboom zeer oud zijn. Immers, door de boom regelmatig te hakken, is een ‘stoof’ ontstaan die steeds verder uitdijt. Daar kunnen vele eeuwen overheen gaan. „Helemaal niet zo’n gekke gedachte”, zegt Jan den Ouden.

Maar zo is het niet gegaan. De groepen eiken op De Wilde Kamp staan weliswaar ver uit elkaar en zijn naaste familie, maar een ondergrondse ‘stoof’ of ‘stoel’ ontbreekt. De eiken zitten niet vast aan een soort ‘oereik’, maar zijn met elkaar verbonden door ondergrondse takken. Die takken zijn na hun ontstaan begraven onder vegetatie en blad, met dank aan regenwormen. Ondergronds konden ze razendsnel groeien, om vervolgens wortel te schieten en enkele meters verderop uit te groeien tot een nieuwe eik. ‘Afleggers’ worden dat genoemd, en duizend jaar oud zijn ze geenszins.

Achteraf bezien hadden we het kunnen weten, zeggen de onderzoekers. Op oude kadastrale kaarten staan de bomen vermeld op een heideveld, en niet in het bos ernaast waar ooit de bakker uit de buurt zijn hout kwam hakken om de oven te kunnen verwarmen.

De eiken hebben nooit gediend als hakhout. Ze stonden op de hei en zijn begraasd door schaapskuddes. De schapen hebben de bovenste takken van de eiken weggevreten. Zo bleven alleen de knoppen dicht bij de grond over, die als takken konden uitgroeien en ‘afleggers’ werden.

Heel logisch allemaal, erkennen de onderzoekers. De bevindingen passen ook prima in de theorieën over de geschiedenis van dit noordwestelijk deel van de Veluwe, vertelt historisch geograaf Theo Spek, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en initiator van het onderzoek.

Spek: „In de prehistorie was dit gedeelte van de Veluwe een gesloten, schaduwrijk bos, met kleine open plekken waar veel mensen woonden. Later werd het landschap veel opener. Dat culmineerde vanaf de vijftiende eeuw in een extreem open landschap waar enorme schaapskuddes trokken, omdat de boeren de wol konden verkopen aan textielfabrieken. Tussen de vijftiende en de negentiende eeuw zijn deze eiken begraasd. Zwaar begraasd, wat leidt tot de afleggers die we hier hebben gevonden.”

Bekijk een filmpje van Omroep Gelderland over de eiken in Garderen (met aan het woord onder anderen Theo Spek en Chris Rövekamp) via nrcnext.nl/mijnnext