De spindoctor van het CDA is terug

De benoeming van Jack de Vries heeft vooral politieke redenen.

Hij wordt beloond voor bewezen diensten, de premier heeft zijn steunpilaar terug.

Er wordt deze dagen wat afgegniffeld in de wandelgangen van de Tweede Kamer, zegt fractieleider Alexander Pechtold (D66). De terugkeer naar het Binnenhof van Jack de Vries, tot voor kort meester-spindoctor van premier Balkenende (CDA), is een dankbaar onderwerp voor speculaties. Moest De Vries beloond worden voor bewezen diensten? Of kan Balkenende niet zonder zijn voormalige steunpilaar?

De Vries zelf noemt het een jongensdroom die is uitgekomen. Hij wilde altijd al staatssecretaris van Defensie worden. Hij was voorlichter bij het departement en is reservist van de Koninklijke Landmacht.

Maar buiten het CDA twijfelt vrijwel niemand eraan of de aanstaande benoeming van De Vries heeft vooral politieke redenen. Jack de Vries heeft een lange carrière in de partij achter de rug. Hij was voorlichter van de CDA-fractie in de Tweede Kamer, en hij was als politiek assistent van de premier een van de belangrijkste strategen van Balkenende. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 was De Vries campagneleider. In september verliet hij het Binnenhof om te gaan werken als consultant.

Als staatssecretaris van Defensie, zo zeggen Kamerleden en betrokkenen, zal de Vries zijn oude werk van spindoctor weer oppakken. Het mes snijdt voor Balkenende dus aan twee kanten. De Vries wordt beloond voor bewezen diensten, en de premier kan weer een beroep op hem doen.

De benoeming van De Vries duidt er volgens de Amsterdamse hoogleraar politicologie Jos de Beus op dat het leiderschap van premier Balkenende steun nodig heeft. „De beruchte tweede helft van de premier is begonnen. Juist in de laatste jaren krijgt een minister-president het moeilijk. Hij wordt eenzamer, verliest zijn beste vrienden. Dat begint nu ook zichtbaar bij Balkenende te worden. Hij moet verdedigen dat het CDA naar links is afgeslagen met de PvdA en afstand heeft genomen van zijn hervormingskabinetten.” Joop van Rijswijk, oud-fractiemedewerker, schreef vorige week in Trouw: „Balkenende en De Vries passen zó goed bij elkaar (...) dat zij in de politiek niet meer zonder elkaar kunnen.”

Zuivere ‘wederdienstbenoemingen’, zoals De Beus ze noemt, zijn bepaald niet aan de orde van de dag. Natuurlijk halen premiers of partijleiders graag politieke vertrouwelingen binnen. De CDA-ploeg in het kabinet bestaat vrijwel alleen uit loyale partijgenoten: Maxime Verhagen, Piet Hein Donner, Ab Klink. „Maar dat zijn nog mensen bij wie een ministerschap of staatssecretariaat een logische vervolgstap is. Zelden ligt er zo dik bovenop dat iemand om zijn politieke vernuft is benoemd.”

Je ziet ze zelden, maar een enkele keer komen dergelijke benoemingen voor. Cees van der Knaap, de man die voor De Vries vertrekt, loste voor de premier veel dagelijkse problemen in de coalitie op. Balkenende en Van der Knaap zijn al jaren bevriend, en de premier vertrouwt hem blindelings.

Wim Kok (PvdA) haalde in het tweede paarse kabinet zijn vertrouweling Dick Benschop binnen. Benschop adviseerde Kok als staatssecretaris van Europese Zaken met mediazaken. In 2002 werd hij campagneleider van de PvdA voor de Tweede Kamerverkiezingen van dat jaar.

Ook toenmalig premier Dries van Agt (CDA) had begin jaren tachtig ‘zijn’ Jack de Vries. Hij haalde in 1977 zijn financieel adviseur Rinus Peijnenburg binnen. Peijnenburg werd minister zonder portefeuille, belast met het Wetenschapsbeleid. Maar in de praktijk was Peijnenburg vooral de ogen en oren van de premier bij financieel-economische kwesties.

Alexander Pechtold (D66) zegt dat De Vries aantoont dat het CDA naar binnen gekeerd is geraakt. „Politieke behendigheid is nu belangrijker dan vakbekwaamheid. Vorige kabinetten namen meer risico’s met kandidaten met vakkennis buiten de Haagse politiek, maar in dit kabinet doet alleen de PvdA dat nog een beetje.”

Lees een portret van Jack de Vries op nrcnext.nl/mijnnext