Charlie da Silva en de kranten

De landelijke dagbladen hebben een belangrijke rol vervuld bij het aanjagen van de affaire rond Mabel Wisse Smit. Vooral nadat premier Balkenende zich uitsprak.

Premier Balkenende bij de persconferentie van 10 oktober 2003. Foto Roel Rozenburg DENHAAG:10OKT2003 Premier Balkenende. Persconferentie huwelijk Mabel en Friso. FOTO ROEL ROZENBURG Rozenburg, Roel

De aanklagende rol van de media inzake de vermeende liefdesrelatie van Mabel Wisse Smit en topcrimineel Klaas Bruinsma is pas sterk geïntensiveerd na twee persconferenties van premier Balkenende. Dat concludeert de onafhankelijke stichting Nederlandse Nieuwsmonitor, waarin onder anderen mediaonderzoekers van de Universiteit van Amsterdam een belangrijke rol spelen, in een vandaag gepresenteerd rapport.

De stichting verzamelde empirisch materiaal ten aanzien van de rol van de media, voor en na het besluit om geen wetsontwerp in te dienen voor de toestemming voor het huwelijk van prins Friso en Mabel Wisse Smit. Vijf landelijke dagbladen publiceerden in het tweede half jaar van 2003 in totaal 697 artikelen waarin de naam Mabel Wisse Smit voorkwam. Ook analyseerden de onderzoekers de aflevering van 2 oktober 2003 van het programma Peter R. de Vries, misdaadverslaggever (SBS6), waarin Bruinsma’s voormalige lijfwacht Charlie da Silva stellig beweerde dat de toekomstige prinses een intieme relatie had onderhouden met de in 1991 vermoorde Bruinsma. Die beschuldiging heeft Wisse Smit altijd tegengesproken.

Op 3 oktober 2003 kondigde de premier nader onderzoek aan naar de beschuldigingen. Op 10 oktober deelde Balkenende mee dat de regering geen verantwoordelijkheid kon nemen voor de toestemmingswet. Beide keren deed de minister-president uitspraken die de beeldvorming rond de geloofwaardigheid van Mabel Wisse Smit sterk beïnvloedden.

Volgens het rapport zijn de feiten aangaande de aard van de relatie tussen Wisse Smit en Bruinsma nooit ondubbelzinnig vastgesteld. De belangrijkste bron lijkt de getuigenis van Da Silva tegenover Peter R. de Vries te zijn geweest.

In een analyse van de aanjagende rol van de dagbladmedia stelt het rapport dat het Algemeen Dagblad vooropliep in het ruchtbaarheid geven aan het programma van De Vries en dat de Volkskrant dat deed bij het verzamelen van politieke reacties. Ook vervulden alle landelijke dagbladen een aanklagende en veroordelende functie, door het benadrukken van een verschil tussen de vermeende feiten en de versie van Wisse Smit, maar vooral nadat de premier die conclusie had getrokken: „Tegen onwaarheid is geen kruid gewassen”. Nader onderzoek door de media naar deze door de regering geconstateerde leugenachtigheid bleef uit. Het rapport stelt bij alle kritiek op de media dat „politiek Den Haag weinig heeft gedaan om het vuur te doven.”

Lees het onderzoek op nrc.nl/media