Bieten moeten afslanken

De opbrengst van suikerbieten daalt door de hervorming van de Europese suikermarkt.

De trend is dat de grotere telers in Nederland doorgaan.

Zo’n zeshonderdduizend kilo suikerbieten vormt een twee meter hoge, vijf meter brede en honderd meter lange muur op de akker van bietenteler Ben Minkhorst. Hij wijst op de enorme stapel forse, houtachtige knollen: „Dit is de oogst van dit jaar.”  

In tegenstelling tot voorgaande jaren zullen de suikerbieten Minkhorst fiks minder geld opleveren. Dat komt doordat de gevolgen van de hervorming van het Europese suikerbeleid, nu in de praktijk beginnen door te werken.

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, wil de miljoenen euro’s verslindende overproductie van zes miljoen ton suiker per jaar beëindigen. De Europese landbouwministers werden het vervolgens eens over een drastische verlaging van de garantieprijs en een beperking van de Europese productie.

Alleen concurrerende telers konden zo doorgaan, was het idee. De Nederlandse bietensector, een van de meest efficiënte van Europa, sprak van een „grote ramp”.Desondanks zijn nog niet veel boeren gestopt met bietenteelt, ondanks de dit jaar verhoogde stoppremie.

Zestigduizend euro zou Ben Minkhorst krijgen als hij zijn quotum, zijn toegestane productie, zou inleveren. Hij besloot het niet te doen, omdat hij verwacht nog winst te kunnen maken. Hij breidde zijn productie vier jaar geleden uit. Toch denkt hij dat voor velen van zijn collega’s „de grote klap nog moet komen”. „Twee jaar geleden kreeg je 52 euro voor een ton bieten. Straks nog maar 26.” Hij vertelt dat hij al een aantal grote telers heeft gesproken die hun quotum hebben ingeleverd en overschakelen op tarwe.

Hoewel de bietencampagne van 2007 inmiddels op z’n eind loopt, graaft op de achtergrond van Ben Minkhorsts bietenstapel een rode rooimachine de bieten van zijn buurman uit de grond. Via een ratelende transportband komen de knollen in een metalen kooi achter op de machine terecht, die continu door een af en aan rijdende tractor met aanhanger wordt geleegd.

Volgend jaar moeten Nederlandse boeren 13,5 procent minder bieten produceren. Op dit moment is pas 4 procent van het Nederlandse quotum ingeleverd, vertelt Jan Willem van Roessel van Cosun, de coöperatie van de 14.000 Nederlandse bietentelers. Voor het eind van de maand moet er nog bijna 10 procent af, anders wordt straks de „kaasschaafmethode” gehanteerd, vervolgt Van Roessel.  Hij vertelt dat de 940 telers die nu hun quotum hebben ingeleverd, met name de kleinere bietenboeren zijn, of verder van een van de drie overgebleven suikerbietenfabrieken af wonen. Door schaalvergroting en een efficiënte productie moeten de coöperatie en de telers het hoofd boven water kunnen houden, meent Van Roessel.

Wijdbeens, en met zijn armen over elkaar, kijkt de 61-jarige Teun van Delden tevreden naar een kale akker in het Gelderse Terwolde. Vorige maand haalde een rooimachine voor de laatste keer zijn suikerbieten uit de grond. „Een recordoogst, 88 ton bieten per hectare”, lacht Van Delden. Nu is alles verkocht en voor het inleveren van het quotum krijgt hij een Europese stoppremie.

Sinds 1900 is het land eigendom van de familie. De indrukwekkende beukenboom in de tuin voor het woonhuis van de boerderij is door zijn grootvader geplant. Maar de 61-jarige akkerbouwer, die zichzelf omschrijft als „een plantaardig type” had geen opvolger meer. Zijn zoon koos een ander beroep.

Van Delden wijst op de aangrenzende veeboerderijen van zijn buren. „Die breidt uit naar 190 koeien, die naar 175. Dat zijn bedrijven met toekomst en ze kunnen mijn land goed gebruiken.”

Suikerbieten heeft Van Delden altijd geteeld, net als zijn vader en grootvader voor hem. „Het prettige van bieten was dat ik door de garantieprijs altijd een bepaald inkomen had.” Aardappelen of graan, andere gewassen die hij verbouwde brachten veel meer risico met zich mee.

Dat bevestigt Kees de Bont van het Landbouw Economisch Instituut. „Suikerbieten, die altijd samen met andere gewassen worden geteeld, zijn jarenlang een stabiele basis geweest voor de Nederlandse akkerbouwer.” Dat wordt nu veel minder. Toch denkt De Bont dat de teelt rendabel blijft. „Ook omdat enige bescherming tegen bijvoorbeeld Braziliaanse rietsuiker blijft bestaan.”