Armste landen wacht ‘ultiem rampscenario’

De Verenigde Naties waarschuwen voor een wereldwijd voedseltekort. Klimaatverandering, de stijgende vraag naar vlees en hoge brandstofkosten zijn belangrijke oorzaken.

Wereldwijd dreigt een voedseltekort en zullen de voedselprijzen stijgen, zo berichtte de Voedsel en Landbouw Organisatie (FAO) van de Verenigde Naties gisteren. De voornaamste voedselprijsindex van de FAO steeg het afgelopen jaar ruim 40 procent. Vorig jaar was dat maar 9 procent. Graan- en maisvoorraden zijn naar historische dieptepunten gedaald of zijn vrijwel uitgeput.

Directeur-generaal Jacques Diouf noemde de ontwikkelingen tijdens een persconferentie in Rome „onvoorzien” en „niet eerder vertoond”. Hij weet de problemen vooral aan de gevolgen van klimaatverandering en de toenemende vraag naar biobrandstoffen.

Ook de groeiende vraag naar vleesproducten zou bijdragen aan de problemen. Veel landbouwgewassen moeten wijken voor de productie van veevoer en het houden van vee. Tegelijkertijd neemt de vraag naar voedselproducten juist verder toe door de groeiende wereldbevolking.

De stijgende olieprijzen zouden bovendien de druk op ontwikkelingslanden, die het ergst getroffen worden door de crisis, verergeren. Veel van deze landen voorzien in hun voedselvraag door import, maar transport van goederen over zee is veel duurder geworden door de brandstofprijs. Ook hulporganisaties, die ontwikkelingslanden bij de voedselvoorziening helpen, hebben daar last van. In de Britse krant The International Herald Tribune zegt Josette Sheeran, directeur van het Wereld Voedsel Program (WFP), dat de organisatie het „ultieme rampscenario voor derdewereldlanden” voorziet.

Om de ontwikkelingen een halt toe te roepen, vraagt Diouf nationale regeringen en de internationale gemeenschap om direct actie te ondernemen. Op dit moment zouden al 37 landen op de drempel van een crisissituatie staan. Zonder steun aan arme boeren en hun families in de zwaarst getroffen gebieden zouden die de problemen op de voedselmarkt niet overleven, zegt hij.

Diouf denkt allereerst aan maatregelen op de zeer korte termijn. Zo wil hij kleine boeren in probleemgebieden meer toegang geven tot zaaigoed en kunstmest door vouchers uit te delen. De FAO trekt hier in eerste instantie 11,8 miljoen euro voor uit, maar hoopt dat andere landen met donaties willen bijdragen. Op die manier zou de voedselproductie met 20 procent vergroot kunnen worden. Deze stap zou helpen de voortdurende dreiging van zware ondervoeding voor meer dan een miljoen mensen onmiddellijk te verminderen.

In Malawi is in het verleden al een dergelijk programma toegepast. De maïsproductie, met behulp van gunstige regenval overigens, steeg de afgelopen twee jaar spectaculair. Afgelopen jaar was de maïsproductie ruim een miljoen ton meer dan de nationale behoefte.

Kortetermijnmaatregelen alleen zijn overigens niet het wondermiddel, stelt de FAO. Volgens haar moeten er ook maatregelen voor de lange termijn komen. Daarmee moet de druk op regeringen om dure import te financieren verminderd worden, zodat die zich beter kunnen richten op het langetermijnbeleid.

Zo zouden er bijvoorbeeld stappen moeten worden genomen om het waterverbruik onder controle te brengen en beter aan te wenden. Ook de infrastructuur op het platteland zou verbeterd moeten worden om de aanvoer en uitvoer van voedsel te versnellen.

En tenslotte wil de FAO de vruchtbaarheid van de bodem in probleemregio’s verbeteren met behulp van grootschalige fertilisatieprojecten.