Alle hens aan dek voor het bedreigde kind

Na de zaak-Savanna herziet artsenorganisatie KNMG zijn meldcode.

Artsen moeten zwijgplicht vaker ondergeschikt maken aan hun zorgplicht.

Rumoer bij artsenorganisatie KNMG. De telefoon stond roodgloeiend toen de beroepsorganisatie deze maand aankondigde dat dokters vaker aan de bel moeten trekken in geval van kindermishandeling. De vraag was: gaat het medisch beroepsgeheim op de schop?

Zo ver gaan we niet, zegt voorzitter Peter Holland. Maar om bedreigende situaties eerder in beeld te krijgen moeten artsen hun beroepsgeheim gemakkelijker opzij kunnen zetten. Daarom past de organisatie haar meldcode kindermishandeling aan. Hanteerden artsen het uitgangspunt ‘zwijgen tenzij’, dat wordt: ‘spreken tenzij’. Holland: „Hier gaat de zorgplicht van de arts boven zijn zwijgplicht. Dat houdt meer waarborgen in voor het kind.” Als de leden van de KNMG in mei akkoord gaan, is de nieuwe code een feit.

1Waarvoor dient het medisch beroepsgeheim?

Iedereen moet een dokter kunnen bezoeken en vrij en vertrouwelijk met hem kunnen praten. Een patiënt moet ervan op aan kunnen dat een dokter niets doorvertelt. Het medisch beroepsgeheim schept die vertrouwensbasis. De geheimhouding gaat zo ver dat artsen tegenover politie en rechter mogen zwijgen. Dat heet het verschoningsrecht. De geheimhouding vindt haar oorsprong in de eed van Hippocrates en werd in 1865 vastgelegd in de Wet Uitoefening Geneeskunst. Daarin stond dat een arts geheimhoudingsplicht heeft ‘tenzij het recht of het algemeen belang vereist dat hij ermee naar buiten treedt.’

2Hoe geheim is het medisch beroepsgeheim?

Het medisch beroepsgeheim is niet absoluut. Een patiënt kan zelf toestemming geven zijn dossier door te spelen. Daarnaast kunnen wettelijke bepalingen artsen verplichten de gegevens prijs te geven. Denk aan infectieziekten: polio, pest, cholera en tuberculose zijn zo besmettelijk dat er een epidemie kan uitbreken. Dan gaat het publieke belang van bescherming van de volksgezondheid boven het individuele belang. Tenslotte kan een arts zijn beroepsgeheim ook loslaten als sprake is van overmacht.

Juristen spreken in dit geval van ‘een conflict van plichten’. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de politie informatie wil over een onwel geworden bolletjesslikker. Moet de zwijgplicht wijken voor de opsporingsplicht? Elke arts maakt zijn eigen afweging. Om artsen te helpen heeft de KNMG in 2002 gedragsregels geformuleerd waaraan ook tuchtrechters het medisch handelen toetsen. Zo’n regel is de meldcode kindermishandeling. Die adviseert artsen (vermoedens van) kindermishandeling eerst zelf te onderzoeken. Pas als het probleem hem boven het hoofd groeit, bijvoorbeeld omdat het leven van het kind gevaar loopt of hij in gewetensnood komt, mag hij de zaak aanmelden bij het advies- en meldpunt kindermishandeling (amk). Het beroepsgeheim doorbreken is de laatste optie. Overigens adviseert de KNMG over de bolletjesslikkers te zwijgen tegenover de politie. Want als artsen hun informatie prijsgeven, worden ze een verlengde arm van justitie. Dan is de kans groot dat drugssmokkelaars voortaan ziekenhuizen mijden. Dat kunnen ze, in het geval van een geknapt bolletje, met de dood bekopen.

3Wat is er mis met de huidige meldcode kindermishandeling?

Artsen zelf vinden dat er weinig mis mee is, staat in een KNMG-evaluatie. Maar andere hulpverleners vinden de code te vrijblijvend. Ze zeggen dat artsen zich „verschuilen achter hun beroepsgeheim”. Waarom bijvoorbeeld verlangt de KNMG dat een arts voordat hij kindermishandeling meldt, toestemming vraagt aan de ouders? Want intussen geeft de Wet op de jeugdzorg artsen het recht de zwijgplicht ondergeschikt te maken aan de zorgplicht en te melden. Onder de critici zijn de Inspectie voor de Jeugdzorg, Justitie en de advies- en meldpunten kindermishandeling (amk’s), de instantie waar de meldingen binnenkomen. In 2001 registreerden de amk’s in totaal 6.100 meldingen. Afhankelijk van de definitie worden in Nederland elk jaar naar schatting 100.000 tot 150.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling. Vijftig van hen overlijden. Zoals de driejarige Savanna. Zij kreeg te weinig te eten, werd opgesloten, en geregeld onder een koude douche gezet. Als ze bleef schreeuwen, propte haar moeder haar een washandje in de mond. Dat werd de peuter in 2004 noodlottig: ze stikte. De zaak zette kindermishandeling op ieders netvlies. Maar Savanna’s zaak deed meer. Justitie daagde haar gezinsvoogd voor de strafrechter. Dat was het startsein voor hulpverleners, ook de KNMG, de meldcodes kindermishandeling tegen het licht te houden.

4Waarom wil de KNMG geen meldplicht?

Dat gaat voorzitter Holland „een stap te ver”. Bij een meldplicht, waarschuwt hij, dreigt een vertrouwensbreuk. Dan weten patiënten zich niet meer verzekerd van geheimhouding en is de kans groot dat ze artsen mijden. Mede daarom zullen de huisartsen de Rotterdamse meldcode huiselijk geweld waarschijnlijk niet ondertekenen, zegt de voorzitter. Hulpverleners die de vorige week gepresenteerde code steunen, spreken af behalve kindermishandeling ook andere vormen van huiselijk geweld te melden. Zelfs als het mogelijke slachtoffer met klem verzoekt de zaak stil te houden,

Sylvie Lo Fo Wong, 28 jaar huisarts in Oud-Charlois, schreef mee aan deze code. Ze zucht als de KNMG ter sprake komt. Weet de verslaggeefster wel dat de meeste artsen basiskennis over mishandeling ontberen? Zij promoveerde op onderzoek naar partnergeweld en de rol van huisartsen en geeft bijscholingscursussen. Daar blijkt dat huisartsen (kinder)mishandeling niet herkennen, niet weten hoe ze met slachtoffers en daders in gesprek moeten gaan, laat staan dat ze het melden. De huisarts vertelt over een hoogzwangere vrouw. Haar man sloeg en trapte haar. Hun kind werd dood geboren. De vrouw zelf was te bang om het te melden, ging terug naar huis en werd opnieuw zwanger. Het geweld duurde voort en ook de kinderen die naderhand werden geboren werden slachtoffer.

De huisarts: „Mijn zwijgplicht is hier ondergeschikt aan mijn zorgplicht. Je kunt pas echt helpen als je het geheim doorbreekt.”

De KNMG-voorzitter: „Dat zou ik niet zomaar doen. Bij volwassenen staat in beginsel het zelfbeschikkingsrecht voorop. Zij beslissen zelf dat ze niet geholpen willen worden. Bij een kind is dat anders. Dat is afhankelijk.”

5Wie kan kindermishandeling melden?

Familieleden, leraren en artsen maar ook buren en vriendjes en vriendinnetjes. Iedereen die zich zorgen maakt en denkt aan kindermishandeling kan terecht bij het advies- en meldpunt kindermishandeling. Het telefoonnummer is 0900-1231230.

6Wat gebeurt er met een melding?

Medewerkers onderzoeken de mishandeling en brengen hulpverlening op gang. Daar gaat soms veel tijd overheen, ervaart huisarts Lo Fo Wong. Zij meldt zelf twee tot drie keer per jaar gevallen van verwaarlozing en fysieke mishandeling. En dan nog kan het slecht aflopen. Dat bleek vorige maand uit een onderzoek van de Inspectie Jeugdzorg. Een baby van vier weken overleed nadat hij door elkaar was geschud door zijn vader. Een batterij hulpverleners wordt ingeschakeld. Het meldpunt kindermishandeling; de reclassering; Bureau Jeugdzorg; de huisartsenpost; het consultatiebureau; kraamzorg; medisch maatschappelijk werk; de geestelijke gezondheidszorg. Zij kunnen niet voorkomen dat het tweede kind met ernstig hersenletsel moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Het jongetje was vier maanden oud. Zijn vader had hem door elkaar geschud en geprobeerd hem te wurgen.