Verkouden, maar wel trefzeker

Paulo Henrique scoorde twee keer voor Heerenveen in de uitzege (1-5) bij NAC.

Hij moet op termijn de opvolger worden van zijn landgenoot Afonso Alves.

De spelers van Heerenveen feliciteren Gerald Sibon (midden) na de openingstreffer tegen NAC. Foto ProShots seizoen 2007-2008 15 12 2007 nac - heerenveen gerald sibon heeft gescoort 0-1 Viveen, Cor

Amper twaalf minuten eredivisievoetbal had de Braziliaan Paulo Henrique Carneiro Filho nodig om zijn landgenoot Afonso Alves even in de schaduw te zetten. Alves was de laatste spits die bij zijn debuut voor Heerenveen had gescoord, in augustus 2006, toen de Friese ploeg zou winnen bij ADO Den Haag (2-3). Henrique deed het zaterdagavond zelfs twee keer. Acht minuten na zijn invalbeurt in de zestigste minuut kopte hij de 0-4 voorbij NAC-doelman Jelle ten Rouwelaar, nog eens vier minuten later omspeelde hij de keeper voor de vijfde goal van de avond.

Afonso Alves zat dit weekeinde de laatste van zijn vier schorsingsduels uit, maar Heerenveen heeft zich zonder zijn Braziliaanse international probleemloos in de subtop van de eredivisie genesteld. En aan doelpunten geen gebrek. Bij afwezigheid van Alves zorgden Michael Bradley, Gerald Sibon, Miralem Sulejmani en Danijel Pranjic voor het Friese gevaar. En nu dus ook nog Henrique. „Ja, het begint een beetje op een luxeprobleem te lijken voorin”, zei Heerenveen-trainer Gertjan Verbeek wat bedeesd na afloop van de ruime zege bij NAC.

Net achttien is Henrique geworden, afkomstig van Atletico Mineiro, waarvoor hij drie keer scoorde in dertien duels. Na een tip van Alves werd hij door de immer attente Riemer van der Velde gescout tijdens het internationaal jeugdtoernooi van Terborg.

Henrique had bij zijn productieve debuut het geluk dat hij op de medewerking kon rekenen van een rammelende NAC-defensie. Hij bleef twee keer koel en rondde de kansen subtiel af. „Het ziet er niet altijd even academisch uit, maar hij heeft een neus voor de goal”, weet Verbeek.

Henrique kwam eind augustus aan in Friesland. Enkele weken later klopte hij al op de deur bij Verbeek, met de vraag wanneer hij nu eens zijn kans kreeg in het eerste. „Hij was toen net hersteld van een verkoudheid, in september liep hij al rond met een muts op”, lacht Verbeek. „Maar het toont aan hoe zelfbewust die jongen is. Dan zegt ’ie: ‘ik heb in Brazilië al op het hoogste niveau gespeeld voor 80.000 mensen’. Dan kan ik me voorstellen dat het even wennen is om in het koude Friesland op maandagavond voor 150 man te moeten spelen. Maar hij moet nog veel leren, zijn overzicht kan beter, en hij moet wennen aan het klimaat. Ook nu was hij weer een beetje verkouden.”

Verkouden spits of niet, Heerenveen demonstreerde in het koude Breda het verschil tussen een redelijk stabiele subtopper en een verdienstelijke middenmoter die dankzij enkele goeie resultaten tijdelijk in de subtop verzeild is geraakt. NAC slaagde er maar niet in de wedstrijd te domineren of naar zijn hand te zetten, in de eerste helft schoot het welgeteld één keer op doel. Wankel verdedigen deed de rest, al doet dat afbraak aan het vaak verzorgde circulatiespel dat Heerenveen vooral in de tweede helft, onder aanvoering van alweer een geïnspireerd spelende Pranjic, liet zien. „Voetballen is doorgaans geen probleem, verdedigen wel. Vandaag was de verdediging voor het eerst behoorlijk stabiel”, aldus Verbeek.

Ondanks het goede spel en de bijbehorende mooie positie op de ranglijst weigert Verbeek zijn doel naar boven bij te stellen „Wij mikken op een plaats bij de eerste vijf en Europees voetbal. Dit is een heel jonge ploeg met enkele tieners en jonge twintigers. Een talentvolle ploeg, maar nog niet stabiel. Ik weet dat er volgers zijn die menen dat we kunnen meedoen voor de titel omdat de toppers ook niet stabiel zijn, maar dat is niet reëel. We krijgen nog wel eens een terugval. Dan gaan spelers niks verkeerd doen, maar zich verschuilen om hun verantwoordelijkheid niet te hoeven nemen. Dat noem ik de ‘beleefdheidsfase’.”

Heerenveen speelt de komende tijd tegen FC Twente, Roda JC en Feyenoord. „Dan zullen we misschien zien hoe goed we zijn. Maar ik denk dat we staan waar we moeten staan met deze jonge ploeg. En we moeten niet veel naar de concurrentie kijken. Laat ons maar werken aan de ontwikkeling van ons eigen team.”