Van Kemenade: traditie en vernieuwing

Jazz Paul van Kemenade. Gehoord: 15/12 BIMhuis, Amsterdam. Verder: 17/12 Vredenburg Leeuwenbergh Utrecht (met Brabants Jazz Orkest); 24/12 Paradox, Tilburg (Stranger than Paranoia Festival)

Hij wordt vaak vergeleken met de veel oudere Piet Noordijk en dat is terecht. Want net als de laatste heeft hij een briljante, direct herkenbare toon, zet hij zich altijd helemaal in en is hij wars van buitenmuzikale poeha.

Dat de Tilburgse saxofonist Paul van Kemenade (1957) veel aandacht schenkt aan het feit dat hij dertig jaar in de muziek zit heeft dan ook uitsluitend tot doel er extra optredens uit te slepen. Waarbij hij uiteraard wil laat te horen hoe flexibel hij is en hoe breed zijn smaak. Speelde hij in oktober in het Muziekgebouw met het Metropole Orkest en de Senegalese broers Guissé, dit weekeinde was het aanhangende BIMhuis aan de beurt voor de afdeling jazz en improvisatie.

Met de VPRO-radio present voor een directe uitzending van drie uur liet de saxofonist zich horen in vier bezettingen. Het duo-concert met pianist Michiel Braam getiteld Bramen Plukken was kort, dynamisch, rijk aan melodie en daardoor heel toegankelijk.

Het langste concert, door een ad hoc groep met trombonist Ray Anderson, bassist Ernst Glerum, drummer Han Bennink en de Duitse gitarist Frank Möbus, kwam traag op gang omdat de laatste begon met een demonstratie van zijn vele voetpedalen. Pas nadat Van Kemenade orde op zaken had gesteld met een moderne versie van Duke Ellingtons In a sentimental Mood en Möbus zijn jasje had uitgetrokken, sloeg de vlam in de pan en werd er eendrachtig gemusiceerd op de grens van traditie en vernieuwing.

Het is die grens waar Paul van Kemenade op zijn best is, net als Piet Noordijk in de jaren zestig. Experimenten horen erbij, maar er moet ook iets zijn dat het heden degelijk met het verleden verbindt. Een meezingbare deun, een knallende climax, een traag uitstervend slotakkoord.