Theater maken is als een kruis slaan

Regisseuse Lotte van den Berg maakte een reis door Mongolië en Siberië.

De tocht leverde stof voor de voorstelling Winterverblijf, over geloven.

Toen Lotte van den Berg (1975, Groningen) een paar winters geleden een reis door Mongolië en Siberië maakte, was het te koud om de kerk te verwarmen. Dus hielden de gelovigen hun diensten in de keuken, rond de kachel. „Ze stonden te bidden, te prevelen, te zingen. En ondertussen werd er in de pap geroerd, kwamen er borden op tafel. Het was zo menselijk wat daar gebeurde. Het dagelijkse, het bevattelijke, was in volkomen harmonie met het onbevattelijke. De eenvoud van dat ritueel heeft mij diep, zeer diep geraakt.”

Lotte van den Berg wilde die ervaring aanvankelijk niet vertalen naar toneel. „In zo’n harmonieuze omgeving wilde ik geen observerende buitenstaander zijn, ik wilde me niet bezig hoeven houden met ‘wat kan ik wel, en wat kan ik niet gebruiken’.” Toch is hij er nu: Winterverblijf, een voorstelling over geloven. Of beter, over de schoonheid van het pogen te geloven.

Het is donker en vochtig in het ondertoneel van de Bourlaschouwburg in Antwerpen, het onderkomen van Het Toneelhuis. Het ruikt er naar kelder. „Ik hou van de gelatenheid van deze ruimte”, zegt Van den Berg, sinds vorig seizoen in vaste dienst bij het Vlaamse stadsgezelschap. „De Bourla heeft een lange geschiedenis, dat voel je aan het hele gebouw.”

We lopen over krakende planken, met links het zicht op de verduisterde benedenwereld van de toneelmechaniek van zo’n kleine driehonderd jaar geleden. Het is de mechaniek van het coulissendecor, helemaal in authentieke staat. Van den Berg: „Het toneelbeeld van Winterverblijf, is geïnspireerd op dit achttiende-eeuwse voorbeeld. Een decor met aan weerszijden achttien coulissen, die het toneel in verschillende plannen opdelen. Het werd vooral gebruikt in het burgerlijk drama, de vaudeville.”

Een, twee trappen moeten we op. Dan wordt het duidelijk: het ‘oude onder’ is hier het ‘nieuwe boven’. Theater is nadrukkelijk theater – Winterverblijf is daarmee metatheater. Van den Berg: „In de voorstelling wil ik laten zien dat de basiswaarden van religie dezelfde zijn als die van theater. De gelovige en de acteur willen beiden het verhevene benaderen. Beiden proberen dat via het ritueel. Via het onvermoeibaar herhalen van een gebed, het onvermoeibaar herhalen van een scène, een beweging, een lied.”

Lotte van den Berg is de dochter van Jozef van den Berg, de beroemde poppenspeler die zijn geloof in theater verruilde voor zijn geloof in God. Als klein meisje al raakte ze in de ban van theater. Ze bekeek de voorstellingen van haar vader vanuit de coulissen.

Ze volgde de regieopleiding in Amsterdam. Nog tijdens haar opleiding maakte Van den Berg naam als maker van verstilde, vaak woordeloze voorstellingen, waarin het niet gaat om het discursieve, de logica, maar om het associatieve, de poëzie. Bij het voltooien van haar opleiding in 2001, ontving ze de Top Naeff Prijs voor de ‘beste afgestudeerde’.

Voordat ze in 2005, met de aanstelling van Guy Cassiers als artistiek leider, haar vaste stek vond bij het Toneelhuis, leidde Van den Berg een nomadisch theaterbestaan. Ze regisseerde bij verschillende Nederlandse en Vlaamse gezelschappen, richtte zich op volwassenen én kinderen en werkte zowel met professionele acteurs als met amateurs.

De ruimte is zeer bepalend voor Van den Berg. Een vergeten lap weidegrond in Braakland, een gevangenis in Begijnenstraat 42. Tot dusver koos de regisseuse vooral voor onverwachte locaties. Van den Berg: „Ik vind het inspirerend om nieuwe ruimtes te ontdekken. Kom ik bijvoorbeeld voor het eerst in een gebouw, dan wil ik meteen weten waar de kopieermachine staat, ook al zal ik hem waarschijnlijk nooit gebruiken. Elke ruimte roept weer andere vormen op, in mijn werk zijn die vormen altijd het uitgangspunt voor het artistieke verhaal.”

Op het podium van de Antwerpse Bourla brandt zwak licht. Acteur Dirk Roofthooft gaat op een stoel zitten, links op het voortoneel. Hij doet niks, zegt niks. Hij zit en luistert. Uit een geluidsinstallatie klinkt een toespraak: „... Het is daarom, dames en heren, om Christus, daarom alleen heb ik dit stuk gezocht. Ik weet nu dat dat zo is en ik stap uit dit vak. Voor mij is het voorbij. Ik zoek de werkelijkheid. Ik zeg u allen: goedendag! Ik ga...”.

Zo begint Winterverblijf, tijdens een theaterdoorloop een paar weken voor de première. Met een toespraak. Het is de inmiddels historische toespraak die haar vader Jozef van den Berg in 1989 hield in De Singel in Antwerpen. Voor een uitverkochte zaal verklaarde de toneelspeler dat hij nooit meer op een podium zou staan. Dat hij zou stoppen met theater maken en dat hij zou beginnen met een leven gewijd aan God.

„Het publiek verwachtte een voorstelling,” vertelt Van den Berg later in de kantine. „Dus toen mijn vader zei dat hij dat hij niet zou spelen en dat ze hun geld konden terugkrijgen bij de kassa, dachten de mensen dat dat bij de voorstelling hoorde. Ze moesten lachen. En hoe vaak mijn vader er ook op aandrong dat hij het meende, ze bleven lachen. Dat was voor hem het bewijs, zei hij toen, dat het onmogelijk was om op het toneel de waarheid te vertellen.”

Jozef van den Berg heeft woord gehouden: nooit meer stond hij op de planken. Hij verliet zijn gezin en bouwde zijn eigen pelgrimsoord. Eerst in een fietsenhok. Later in een zelfgebouwd hutje, onder een kweeperenboom.

„In Winterverblijf laat de toespraak een leegte achter. Het is aan mij om die op te vullen. Ik kan en wil daarbij geen antwoord geven op de overtuiging van mijn vader, al probeer ik me daar wel toe te verhouden. Als kunstenaar stel ik me dan niet de vraag of ik de waarheid kan vertellen, maar of ik iemand een werkelijke ervaring kan bezorgen.” Van den Berg kiest in dat verband voor het ritueel. Voor de ervaring van de herhaling. „Rituelen hebben een helende werking, denk ik. Ze veroorzaken een roes, bieden troost. En ze zijn van een absolute menselijkheid, die mij hevig ontroert. Mensen herhalen en herhalen maar, elke dag opnieuw. Maar het is altijd de herhaling van een pogen, nooit van een slagen.”

Actrice Marij Verhaevert, vers van de toneelschool, loopt tijdens de doorloop voortdurend op en af in verschillende kleren. Vaak meerdere lagen over elkaar, alsof ze in de coulissen naar hartelust in oma’s verkleedkist heeft mogen graaien. „Zij staat voor de vreugde van de theatrale transformatie,” legt Van den Berg uit.

Maar zodra Verhaevert opkomt in een lange witte Jezus-jurk met een knalrode Adam-en-Eva-appel, vindt Van den Berg dat een paar transformaties te ver. „Doe maar niet, veel te symbolisch.”

En dan te bedenken dat het allemaal begon in Mongolië en Siberië. In die keuken, met al die biddende gelovigen. In beeld refereert Winterverblijf in het geheel niet aan die oorspronkelijke inspiratiebron. „Beelden komen bij mij nooit direct terug. Ik raak geïnspireerd door een omgeving, door een gebaar, en ga dan op zoek naar de abstracte verbeelding daarvan.”

Hoorbare verbanden met het Oosten zijn er daarentegen wel. Daar zorgt de Tuvaanse zangeres Sainkho Namtchylak voor. Haar boventoonzang vindt een ‘Westers’ tegengeluid in een Cantate van Bach, gezongen door Judith Vindevogel. „Het geluid van Sainkho is: aarde, lichaam. Terwijl de stem van Judith de ratio, de contemplatie op het hogere vertegenwoordigt. Zoals de acteurs proberen het tastbare en het ongrijpbare te laten samenkomen in hun rituele herhalingen, zo proberen de zangeressen dat ook.”

Langzaam bezinkt het. Een lied zingen, een kruis slaan, theater maken: voor Van den Berg is het allemaal niet zo heel erg verschillend, in wezen. „Misschien is elke handeling die je met aandacht uitvoert wel een gebed, een poging je te verbinden met de wereld om je heen.”

‘Winterverblijf’ Tournee: t/m 13 februari. Onder andere Amsterdam (12/1), Rotterdam (13/1), Haarlem (23/1), Den Haag (28/1) en Groningen (1/2)