Rotterdam gaat leegstand met boete bestraffen

Rotterdam gaat de verloedering van vijftig winkelstraten en -buurten bestrijden. Onder meer door boetes op te leggen voor leegstand. „We moeten de markt te hulp komen.”

Vastgoedeigenaren die hun panden te lang leeg laten staan in Rotterdamse winkelgebieden zullen door de gemeente worden beboet. „Soms is leegstand onvermijdelijk, maar een zaak die twee jaar lang leegstaat, dat is onzin en dus onacceptabel”, zegt wethouder Dominic Schrijer (Sociale Zaken, Werk en Grotestedenbeleid, PvdA).

Deze zogeheten leegstandtax, een middel dat nog niet eerder in Nederland is beproefd, is een van de maatregelen die Rotterdam wil nemen om vijftig winkelgebieden en -straten in de stad te revitaliseren. Het college investeert de komende vier jaar bijna 30 miljoen euro in de grootscheepse renovatie van het nu nog vaak (te) versnipperde en schrale winkelaanbod. In twee gebieden, de Nieuwe Binnenweg en de Boulevard Zuid (Beijerlandselaan en de Groene Hilledijk), moet volgens Schrijer onmiddellijk worden ingegrepen.

Andere maatregelen uit „de gereedschapskist” die Schrijer vanmorgen presenteerde bij de bekendmaking van zijn Actieprogramma Winkelgebieden zijn herintroductie van het vakdiploma voor middenstanders, een hypotheekgarantie voor ondernemers en de opzet van een brancheringsbeheersmaatschappij. Deze laatste moet, aldus Schrijer, „sturend en daar waar nodig dwingend optreden om het gewenste winkelaanbod te realiseren”. Het stellen van toelatings- en kwaliteitseisen wordt dan ook de kerntaak van deze op te richten publiek-private onderneming.

Een juridische grondslag voor die leegstandtax ontbreekt vooralsnog, maar Schrijer dient volgende maand daartoe een verzoek in bij staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken, PvdA) tijdens diens bezoek aan Rotterdam. Ook bij de herinvoering van het middenstandsdiploma heeft Rotterdam de hulp nodig van de Tweede Kamer.

Net als in Amsterdam, waar het stadsbestuur vanmorgen een grootschalige renovatie aankondigde van het verloederde centrum (Wallen), herneemt de lokale overheid in Rotterdam de aloude, sturende rol. „Als de markt het niet redt op eigen kracht en de ranzigheid de markt overneemt, dan moet je niet schromen in te grijpen”, meent Schrijer.

Nu regeren in 22 van de 50 onderzochte winkelstraten en -buurten in Rotterdam de, aldus Schrijer, „rommelaars en papegaaiondernemers”: middenstanders die zonder enige startkwalificatie bijvoorbeeld een cadeaushop beginnen „omdat ze van hun neef hebben begrepen dat dat wel aardig verdient”. Bonafide ondernemers worden uit de markt gedrukt door „schimmige kapsalons en belhuizen”.

Het streven van Rotterdam om het midden- en kleinbedrijf op orde te brengen is vooral ingegeven door de wens de kapitaalkrachtige hoogopgeleiden aan zich te binden. De tweede stad van Nederland (584.046 inwoners) telt naar verhouding veel minder hooggeschoolden (30 procent van de beroepsbevolking) dan bijvoorbeeld Amsterdam (49 procent).

Het schoolvoorbeeld van een succesvol winkelsturingsbeleid is de renovatie van de begin jaren negentig nog verloederde Witte de Withstraat in het centrum. Daar sloegen ondernemers en overheid de handen ineen. Het is nu een van de hipste straten van de stad.