Probleemkinderen moeten de bajes uit

Veel probleemjongeren zitten in een jeugdgevangenis.

Binnenkort verandert dat en gaan ze naar een gesloten inrichting. Politieke partijen én jeugdzorg zijn niet gerust.

De afgelopen week waren bajesklantjes die in een cel zitten zonder te zijn veroordeeld voor een strafbaar feit, opnieuw in het nieuws.

Een 15-jarig meisje uit Almere belandde in een jeugdgevangenis nadat de politie het lijkje van haar net voldragen zoontje had gevonden. Het meisje zegt dat zij niet wist dat ze zwanger was. Ze werd uit huis geplaatst en opgesloten tussen veroordeelde jeugdcriminelen, wegens gebrek aan opvang elders.

Ook een minderjarig meisje uit Den Bosch belandde tussen jonge delinquenten wegens gebrek aan alternatieven. Zij had de gewoonte ’s nachts uit huis te sluipen. Ze ging drinken en kwam terug met gestolen kleding. Als haar ouders daar iets van zeiden, dreigde ze met zelfmoord. Het meisje kwam terecht in de jeugdgevangenis. Haar verzoek om snelle plaatsing in een zorginstelling strandde vorige week bij de rechter.

Momenteel zitten in de veertien Nederlandse jeugdgevangenissen twee groepen jongeren opgesloten. Jongeren die een straf uitzitten. En jongeren met problemen, die uit huis zijn geplaatst en voor wie nergens anders plek was.

Dat wil de Tweede Kamer niet meer; deze zomer stemde het parlement in met de scheiding van die groepen. Deze week praat de Eerste Kamer erover. En ook daar staat een meerderheid achter het uitgangspunt dat veroordeelde jongeren en probleemjongeren moeten worden gescheiden – al zien veel partijen nog bezwaren. En ook in de jeugdzorg is niet iedereen gerust op de gevolgen van het wetsvoorstel.

Door de scheiding van strafrechtelijk en civielrechtelijk geplaatste jongeren komt er niet substantieel meer plaats, zegt kinderrechter Jolande Calkoen. „Dat is een probleem. Je kunt beter investeren in doorstroming. Splitsing is minder urgent.” Calkoen hoopt dat de operatie waartoe „onder grote maatschappelijke druk” is besloten, alsnog „zonder al te veel gezichtsverlies” kan worden afgeblazen.

Volgens haar is het „een kunstmatige scheiding”: tachtig procent van de kinderen die zonder veroordeling in de gevangenis zitten, is met de politie in contact geweest. Minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) zegt dat ook. Volgens hem is er een dunne scheidslijn tussen jongeren die wél en jongeren die géén delict hebben gepleegd. „Veel civielrechtelijk geplaatsten hebben vermoedelijk wel strafbare feiten begaan, maar zijn door toeval niet opgepakt”, schrijft de minister op zijn website. „Ze vertonen ook agressief, opstandig en antisociaal gedrag.”

Vanaf volgend jaar vallen de gevangenisbewoners die niet veroordeeld zijn, niet meer onder minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) maar onder Rouvoet. Hiervoor wordt de komende drie jaar 250 miljoen euro overgeheveld van het ministerie van Justitie naar VWS/Jeugd en Gezin. Voor het scheppen van nieuwe gesloten jeugdzorgplekken is in 2008 33 miljoen beschikbaar.

De Zuid-Hollandse jeugdzorginstelling Horizon mocht al experimenteren met een zorgvoorziening waar jongeren opgesloten kúnnen worden. Directeur Hans du Prie is er enthousiast over. Maar hij is ook bang dat gesloten jeugdzorgvoorzieningen „net gevangenissen” worden.

De inspectie liet hem onlangs weten dat zijn instelling onvoldoende beveiligd was om ontsnappingen te voorkomen. Waarop Du Prie zei: „Dat klopt, wij willen geen bajes zijn.” Of er in de gesloten jeugdzorg een minder streng regime zal zijn (zonder lichaamscontroles op drugs en zonder prikkeldraad) moet nog blijken.

Vanaf januari is het in elk geval niet meer de taak van justitie om de niet veroordeelde probleemjongeren in aparte boevenbusjes te vervoeren. Deze kinderen vallen dan immers onder de minister van Jeugd en Gezin.

Kinderrechters vrezen voor de consequenties. Probleemjongeren die op last van de rechter in een gesloten setting zitten, moeten regelmatig van daar naar de rechtbank of het ziekenhuis. Straks zullen zij door hun ouders of hun voogd vervoerd moeten worden. Wellicht ruiken ze dan hun kans om te vluchten.

Ook Bart Groeneweg van de Bureaus Jeugdzorg in Zuid-Holland ziet dat niet zitten. „Hoe gaan we dat in hemelsnaam regelen?” Het ministerie van Jeugd en Gezin laat weten dat in geval van nood nog altijd een busje van justitie gehuurd kan worden.