Opblaasbare kerstman doet het goed in Kosovo

In afwachting van hun onafhankelijkheid vieren de overwegend islamitische Kosovaren uitbundig kerstfeest. Kerst is een piekmoment in de scharreleconomie.

Tien mannen in leren jassen verdringen zich in de winkel rond dozen met kerstballen, als de stroom uitvalt. Niemand kijkt er van op. Het onderhandelen gaat in het donker gewoon door. Bijgelicht met zijn aansteker houdt de winkelier de rekening onder de neus van een klant. 85 euro, voor vijf dozen met zilveren ballen. Gemiddeld maandsalaris in Kosovo: 150 euro. „Met Kerst pakken we in Kosovo flink uit”, zegt Uka Behxhet die inkopen doet. Als één voor één de noodaggregaten aanloeien baden de winkels in de Kosovaarse hoofdstad Priština weer in het licht. „Minimaal vijf uur per dag valt hier de stroom uit”, zegt Behxhet. Al jaren zijn er problemen rond elektriciteitscentrale KEK. Het bestuur wordt verdacht van fraude, en de Kosovaren betalen hun rekeningen niet. Behxhet: „Maar tijdens de donkere feestdagen heeft het wel wat: het is sfeerverhogend.”

Twee meter hoge opblaasbare kerstmannen – Made in China – staan langs de uitvalsweg van Priština. ‘Urime festat!’ (Prettige feestdagen), staat op schreeuwerige billboards met een in sexy rode kerstjurk en witte nerts gehulde dame.

Een ruime meerderheid (90 procent) in Kosovo is Albanees en moslim. Voor het kerstfeest is geen religieus draagvlak, maar toch wordt het uitbundig gevierd. „Wij zijn wel moslims, maar de Kosovo-Albanezen noemen zichzelf niet islamitisch”, zegt Behxhet. „Wij zijn universele mensen en respecteren elkaars feesten, ook die van de christenen.”

Kerst in Kosovo werd populair na 1989, het jaar waarin Slobodan Miloševic Kosovo de autonomie afnam en een vorm van apartheid introduceerde in de provincie. De Kosovo-Albanezen verloren hun banen in het openbaar bestuur en het onderwijs, de gezondheidszorg, zelfs de eigen belastingdienst van de Kosovo-Albanezen ging ondergronds. Ook de Kerst: die vierden de Albanezen in het geheim. „Om Miloševic te tarten”, zegt Vullnet Gacaferi, een jonge vormgever uit Priština. „Moslimfeesten waren al ondergronds, nu hadden we ook nog een clandestiene Kerst. Het was een vrolijk protest, om het Westen te laten zien: wij horen liever bij jullie, wij vieren liever jullie feest.”

In het huidige Kosovo, dat naar onafhankelijkheid streeft, is Kerstmis bovengronds. Het is een piekmoment in de scharreleconomie van duizenden kleine winkeltjes waarvan de meeste Kosovaren economisch afhankelijk zijn.

„Moslims, christenen, orthodoxen, iedereen voelt zich aangetrokken tot het mysterie van Kerstmis”, zegt zuster Ljubica Jozic op het plein voor de kerk in de stad Klinë. Jozic werkt als missionaris voor de katholieke kerk in Kosovo, waar een kleine katholieke Kroatische gemeenschap leeft.

Om twaalf uur slaan de kerkklokken terwijl in het dal vanaf de minaret wordt opgeroepen tot het moslimgebed. Er doorheen beginnen de kippen in de ren naast de pastorie te kakelen. Ze zijn duidelijk van slag.

Jozic geniet van de polyfonie. „Dat de moslims hier Kerst vieren stoort me niet”, zegt ze. „Het feest staat voor vrede en harmonie, dan is iedereen welkom.”

Na de oorlog om Kosovo, in 1999, werd met collectegeld begonnen aan de bouw van de kerk in Klinë. De katholieke gemeenschap is er klein en arm. „We zijn nog steeds niet klaar”, zegt Jeronim Balaj, een 22-jarige student die met een groep jongens in de kerk bezig is met de kerstversiering. Een gettoblaster doet dienst als geluidsinstallatie, en tegen de ongeverfde muren hangen eenvoudige kleurenkopieën van de statiën. Balaj knipt coniferentakken op maat, om de betonnen pilaren mee af te dekken. Hij is de enige van het groepje die nog studeert. „We dromen allemaal van emigreren naar Zwitserland. Heel saai”, lacht Balaj. „Maar in Zwitserland is werk en geld.”

Van de moslims in Klinë gaan alleen de hoogbejaarde mannen nog naar de moskee, zegt Balaj. „Maar wij katholieken gaan iedere zondag naar de mis.” Met Kerst zijn de moslims welkom in de kerk. „We nemen het hier niet zo nauw.”

Langs de drukke uitvalsweg van Priština neust Uka Behxhet rond in de winkel met kerstartikelen. Drie jaar vierde hij Kerstmis in het Nederlandse Lichtenvoorde waar hij na de Kosovo-oorlog als vluchteling verbleef. Hij bleef steken op een F1-status – een voorwaardelijke vergunning tot verblijf – en moest weer terug naar Kosovo. Bij terugkeer bleek het huis van de familie verwoest. Maar met de opbrengsten van zijn fruitwinkel kocht hij onlangs een flat. „De oudste van mijn drie kinderen heeft nog jaren last gehad van een oorlogstrauma, maar het gaat nu beter, hij zit op gitaarles.”

Kerst heeft voor Behxhet slechts symbolische waarde. „Het gaat om de gezelligheid. Religie speelt onder Kosovaren amper een rol. Het enige waar ik nu in wil geloven is de onafhankelijkheid.” Met wat dozen kerstballen onder de arm steekt hij de weg over. „En nu met vrouw en kinderen rond de kerstboom”, lacht Behxhet, „wachten op de onafhankelijkheid.”