Ook regels voor Koning Voetbal

Al jaren zijn ze niet weg te denken in het betaald voetbal. Weer of geen weer, woensdagavond of zondagmiddag, van Kerkrade tot Groningen: politiemensen horen bij het meubilair rond de stadions. Zonder hen lopen fans gevaar, net als winkeliers, omwonenden. Agenten stellen zich daarbij bloot aan scheldpartijen, aan stenen. Zo gaat dat in de voetballerij.

Na een loonconflict met minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken) besloten de politiebonden actie te voeren tijdens Feyenoord-AZ en Ajax-PSV. Daarop besloten de burgemeesters van Amsterdam en Rotterdam de duels te verbieden.

De acties schoten de directeur betaald voetbal van voetbalbond KNVB, Henk Kesler, in het verkeerde keelgat. Hij sprak van „gefrustreerde vakbondsbaasjes” en adviseerde de minister: „Doe er geen cent bij voor deze verwende kereltjes”. Hij dreigde de competitie stil te leggen, desnoods niet af te maken, zodat Nederland geen clubs meer kan inschrijven voor de Europese toernooien. „Dat moet dan maar, met dank aan de politiebonden.”

Het betaald voetbal voelt zich niet voor het eerst verheven boven de maatschappij, waarin stakingen altijd slecht uitkomen, maar tot de democratische rechten behoren. Maar als Koning Voetbal op zijn troon in Zeist de politie beschuldigt van de ondergang van het Nederlandse voetbal, bewijst Kesler niet alleen dat hij buiten de realiteit staat, maar maakt hij zich in zijn functie als hoogste baas schuldig aan een taalgebruik dat grenst aan opruiing. Hoe reageren de zwaardere gevallen onder de fans als zij zondag oog in oog komen te staan met een politieman die toevallig ‘dienst’ heeft?

De voetbalbeveiliging kost de maatschappij miljoenen. Het had de miljoenenbedrijven in het voetbal meer gesierd als zij een financieel gebaar hadden gemaakt naar de politie die al die risicoduels tussen die verwende voetbalmiljonairs mogelijk hebben gemaakt. Voor Henk Kesler zal de politie voorlopig geen stap meer zetten.

Rob Schoof