Meeste zelftests zijn niet zo nuttig

Van vrij verkrijgbare medische ‘zelftests’ is het nut vaak niet bewezen. Dat meldt de Gezondheidsraad in een vandaag verschenen rapport. Slechts drie van twintig bestudeerde tests zijn volgens de raad „een aanwinst”.

Thuistests om ziektes op te spore worden steeds populairder. De Gezondheidsraad onderzocht tests voor diverse aandoeningen, waaronder vormen van kanker. Alleen de bloedsuikermeters, een test voor bloedstolling en een op baarmoederhalskanker, voldeden volgens de auteurs aan de eisen.

Volgens de raad krijgen gebruikers van veel andere thuistests geen garantie dat de test betrouwbaar is, en kunnen zij de uitslag niet interpreteren. Dat kan ertoe leiden dat ziektes over het hoofd gezien worden, óf dat mensen ongerust worden en overbodig onderzoek ondergaan. De raad, die zelf het initiatief nam voor het onderzoek, pleit ervoor om de regelgeving aan te scherpen. De zelftests moeten voldoen aan het Besluit In-vitrodiagnostica, gebaseerd op Europese richtlijnen. Dat stelt regels aan betrouwbaarheid en risico’s. Maar volgens auteur Wim van Veen, arts en secretaris bij de Gezondheidsraad, vormen de regels „een groot rookgordijn”.

„De voorgeschreven toetsing wordt niet volledig uitgevoerd, of de eisen worden minimalistisch geïnterpreteerd”, schrijven de auteurs. Zij bekritiseren onder meer dat de fabrikant bijna altijd zelf mag bepalen of het product voldoet aan de eisen. Vervolgens is het voor buitenstaanders lastig om de dossiers te controleren, want die zijn niet openbaar.

Het rapport is vandaag aangeboden aan minister Klink van Volksgezondheid.